Review

Marmeren Mozart van Aimard

Chamber Orchestra of Europe olv Pierre-Laurent Aimard (tevens piano) op 26/9 in Concertgebouw, Amsterdam.

De Franse pianist Pierre-Laurent Aimard is vooral befaamd om zijn vertolkingen van twintigste-eeuwse muziek. De laatste jaren houdt hij zich echter meer en meer met het klassieke repertoire bezig. Nadat hij enkele seizoenen geleden de complete Beethoven-pianoconcerten had gespeeld, wijdt hij zich in dit Mozart-jaar aan de pianoconcerten en symfonieën van Wolfgang Amadé.

Dinsdag trad hij in het Concertgebouw op als pianist en dirigent. Dat deed hij samen met het Chamber Orchestra of Europe, een kamerorkest bestaande uit vooraanstaande kamermuziekspelers die mét en zonder dirigent kunnen spelen. In combinatie met de zeer exact dirigerende Aimard, in Mozarts Symfonie nr. 29 op de bok, en in de pianoconcerten nr. 19 en nr. 9 in achter de vleugel, werd een bijzonder gaaf concert gerealiseerd.

Het orkest speelde zeer loepzuiver en spatgelijk, in prachtige transparantie. De strijkers speelden wel met vibrato – in Mozarts tijd was dat niet zo – maar deden dat zo licht dat het toch bijna als een barokorkest klonk.

Het leek erop of Aimards ervaring in hedendaagse muziek er de oorzaak van was dat zijn Mozart-benadering heel actueel klonk, bijna zakelijk en in ieder geval gespeend van ieder vorm van rococofondant. De strakke uitvoering van de 29ste symfonie deed onder zijn directie denken aan een beeldengroep van Canova, gehouwen uit het zuiverste, blanke Carrara-marmer, koel en hard, maar door de beeldhouwer in een vorm gegoten die ruimte geeft aan schoonheid en diepe emoties.

Dat beeld drong zich ook op toen Aimard de eerste tonen op de piano speelde in het A-groot concert. Zijn toon was krachtig, concreet en gearticuleerd en dynamisch weinig gedifferentieerd. Het Allegretto klonk een slagje te droog, maar de hoekdelen straalden aan alle kanten. In het Negende pianoconcert nam Aimard veel meer risico’s in tempo en dynamiek. Enkele misslagen en een niet zo verstaanbaar hoofdthema van het presto waren daarvan een negatief gevolg. Belangrijker was echter dat zijn uitvoering hier dramatisch aanzienlijk bij won. Zo klonk het Negende pianoconcert veel kleurrijker, spannender en uitdrukkingsvoller dan het Negentiende.

Omdat Aimard tijdens het dirigeerden alle musici moest kunnen zien, zat hij met zijn rug naar het publiek; de vleugel, waarvan de klep was verwijderd, stond met zijn staart dus in het orkest. Akoestisch is dat ongunstiger dan de traditionele opstelling, met open klep en de pianist en profil op het podium. Dinsdag werd echter een vinding geïntroduceerd, onlangs ontwikkeld door de Oostenrijker Stephan Knöpfler, die de projectie van de vleugel in deze opstelling bevordert. Boven de snaren bevinden zich vijf perspex platen, opgehangen in een schuine hoek naar de zaal toe. Deze geven geweldig richting aan de pianoklank. De balans met het orkest was perfect. De constructie ziet er vreemd uit, maar het bleek dé oplossing voor dirigerende pianisten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden