Markt, memory en merseybeat

De Russische hoes van de daar illegaal uitgebrachte Sgt. Pepper's. Karl Marx is van het 'groepsportret' verdwenen. Voor hem in de plaats staat (tweede rij van boven, vierde van rechts) Grigori Raspoetin, de omstreden adviseur van de laatste tsarina Alexandra. (Trouw)

Voor Beatles-fans wereldwijd is 9 oktober een speciale dag en 2010 een cruciaal jaartal. Morgen zou John Lennon zeventig zijn geworden, over twee maanden is het dertig jaar geleden dat hij werd vermoord. Daarnaast herinnert 2010 aan het feit dat de Beatles een halve eeuw terug geboren werden, in Liverpool.

In navolging van toeristen die al eerder kwamen, weet ook de gemeente Liverpool inmiddels de weg naar Penny Lane te vinden. De stad die haar zonen de rug toekeerde, ja zelfs de heilige Cavern Club liet afbreken, sluit The Fab Four inmiddels met intensieve citymarketing in de armen. Onder de slogan ’Tribute season’ vinden er vanaf morgen twee maanden lang allerlei Beatles-festiviteiten plaats. Je kunt een ’Walking Class Hero Tour’-wandeling maken en een concert bijwonen van het Liverpool Philharmonic dat het ’John Lennon Songbook’ uitvoert. Een hoogtepunt is de onthulling van het John Lennon Peace Monument door Johns zoon Julian Lennon.

Volgens het toeristenbureau is het „goed voor de stad en een adequate manier om John Lennon te gedenken.” Jerry Goldman, directeur van het Beatles Museum: „Groot Brittannië had al lang behoefte aan een John Lennon-monument als tegenhanger van het Strawberry Fields Memorial in New York. Het is voor ons een uitgelezen kans om de wereld een permanente herinnering aan John Lennon te schenken in de stad waar hij werd geboren.”

Hij breidde zijn museum onlangs uit met de ’4D Experience, een multi-sensory ervaring door de muziek van The Beatles’. „Die uitbreiding was zeer heilzaam, zowel voor de business als voor Liverpool. Het brengt hun muziek op een unieke manier weer tot leven”, aldus Goldman.

De nietsvermoedende fan die op bedevaart naar Liverpool gaat, waant zich in een soort Yellow Submarine die hem meevoert door Beatles-land. Je arriveert op John Lennon Airport waar zijn songteksten - ’Above us only sky’ - de wanden sieren en een Beatles-kraampje je hartelijk ontvangt. Een ronkende foldertekst stoomt je vervolgens klaar voor wat komen gaat: „Zoals de Chinese Muur en de piramiden van Gizeh, staat Liverpool op de Unesco Werelderfgoed lijst.” Die ene bandnaam ontbreekt nog net, maar zal daarna in elke toeristenfolder terugkeren. Per dubbeldekker is er een ’Magical History Tour’, voor vijftig pond maak je een ’Fab Four Taxi Tour: see the homes of John, Paul, George, Ringo’.

Het Hard Days Night Hotel ligt pal om de hoek van Matthews Street waar het allemaal begon in de (herbouwde) Cavern Club. Zanger John Keats treedt er al jaren op: „Ik leef Lennon-liedjes, vertolk ze al 20 jaar. ’Woman’ is mijn Lennon-favoriet, ’In my life’ voor mij de beste Beatles-song.” Keats weet dat hij een mythe in stand houdt: „The Cavern werd in 1973 gesloopt en is in 1982 op bijna dezelfde plek herbouwd. Het gaat om de herinnering. We krijgen zo’n duizend bezoekers per dag uit de hele wereld binnen”.

De city marketing van Liverpool die zich rond de Beatles concentreert, is allesbehalve vanzelfsprekend. Historicus Graeme Milne, verbonden aan Liverpool University: „Het is opvallend dat The Beatles lange tijd geen onderdeel waren van de door de gemeente Liverpool gewenste beeldvorming. Veel mensen voelden zich ongelukkig bij het idee dat The Beatles het image van de stad naar buiten representeerden. Deels wegens het ’drugsimago' dat hen aankleefde, maar vooral omdat naar hun gevoel de Beatles Liverpool in de steek lieten door naar Londen te verhuizen. Liverpool wilde daarom eerder als een belangrijke kosmopolitische havenstad herinnerd worden.” Eind jaren negentig kwam de omslag. Milne: „Een toenemend aantal toeristen trok naar onze stad, uitsluitend voor de Beatles. Pas de laatste tien jaar realiseert de gemeente zich dat deBeatles en de merseybeat (de naar de rivier de Mersey genoemde jaren zestig-beatmuziek uit Liverpool,red.) onderdeel zijn van een cultuur waarop Liverpool weer trots mag zijn. Ze horen bij de volwassen aanpak van een havenstad, die in de jaren tachtig en negentig slechte tijden doormaakte. Ze passen nu in een groter verhaal zodat er tours, musea en memory-sites bestaan die aan de Beatles zijn gerelateerd.”

Milne refereert verder aan de Docks, het fraai opgeknapte havenfront met pakhuizen en binnenhavens: „Daarmee zette Liverpool zich als Europese Culturele Hoofdstad 2008 op een andere manier op de kaart. Het Albert Dock is nu een eigentijds museumeiland geworden met Tate Liverpool, het Maritiem Museum, het Slavernij Museum en ook The Beatles Story.” Als een uitvergrote Cavern Club ligt het uitgestrekt in de kelders van een reeks pakhuizen waar je door de Beatles-geschiedenis wandelt. Onvermijdelijk beland je tenslotte in de museumwinkel, een aanslag op oog en beurs. Het recentelijk uitgebrachte Beatles Monopoly-spel was al uitverkocht, maar niet de sokken, boxershorts, sleutelhangers, T-shirts, vingerhoedjes, mokken en theelepeltjes. Een suppoost legt uit: „We zijn de nummer-1-attractie van Liverpool met dagelijks meer dan 1000 bezoekers uit de hele wereld. Verrassend is vooral hoeveel jonge mensen ons museum bezoeken. Dat komt doordat de Beatles opgenomen zijn in het nationale curriculum op scholen in heel Europa.” Welke souvenirs het best verkopen weet hij niet: „Het gaat vooral om lifestyle. Mensen voelen verschillende dingen bij verschillende items.”

Dave Coterill heeft zo zijn bedenkingen. De documentairemaker en Liverpool-historicus is niet zozeer tegen citymarketing, wel keert hij zich tegen het eenzijdige beeld dat rond zijn stad wordt gecreëerd. Coterill: „De Beatles waren niet het begin, ze vormden een schakel in een geschiedenis die onlosmakelijk met Liverpools functie als havenstad verbonden is. Vandaag werken er nog zo’n 300 mensen rond de haven, maar zestig jaar geleden waren dat er 25.000. Elke latere merseybeatgroep had toen familie bij de marine of de koopvaardij. Vooral de Beatles. Lennons vader werkte op de Canadian Pacific, hij voer net als iedereen regelmatig op New York. Hij zong in bars, ging naar clubs en nam platen mee. De vader van George Harrison werkte op de White Star Line, die bracht platen en gitaren mee. En Ringo Starr zou eerst ook gaan varen.”

Coterill maakte er de documentaire ’Cunard Yanks’ (2007) over. Coterill: „Dat was de geuzennaam van zeelieden die op de Cunard Line werkten en ’yanks’ werden genoemd, omdat ze vanuit New York de laatste rock’n roll-, country en western- en bluesplaten meenamen. Ze introduceerden ook de skiffle-muziek waarmee de Beatles zijn begonnen, maar ook de laatste mode. Dan snap je goed waar de Beatles door zijn beïnvloed: hun eerste albums zitten vol Afro-Amerikaanse covers, om nog maar te zwijgen over hun gevoel voor stijl. Ook de scherpe oneliners waarmee de Beatles iedereen verbaasden, vinden hun oorsprong in het ’scouse’, de omgangstaal van al die kosmopolitische zeelieden.” Voor een ultieme Beatles-ervaring hoef je echter niet per se naar Liverpool. Alkmaar kent weliswaar nog niet de citymarketing van Liverpool, toch trekt het daar gevestigde Beatles Museum duizenden bezoekers uit de hele wereld, zoals het gastenboek illustreert. „Het is na de Kaasmarkt de best lopende attractie van Alkmaar”, zegt directeur Azing Moltmaker. Wat in Liverpool ontbreekt aan originele memorabilia, vind je hier in overvloed. Elpeehoezen, gouden platen, contracten, jurken en luciferdoosjes sieren de wanden.

Moltmaker: „Er bestaan vijf Beatles Musea in de hele wereld, maar ik kan gerust stellen dat we hier echt een unieke collectie in huis hebben. Overigens hangt hier slechts tien procent van mijn verzameling.” Nog een verschil met Liverpool: de persoonlijke uitleg van een wandelende encyclopedie die 39 Beatles-boeken publiceerde. Naast biografieën beschreef Moltmaker elk Beatles-album tot in het kleinste detail. „Van Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band heb ik 98 verschillende versies in huis. Op de Russische hoes is het hoofd van Karl Marx vervangen door dat van Raspoetin. De Russische platen-directeur heeft zijn eigen hoofd ertussen gezet. De Chinese editie stikt van de schrijffouten, er staat ’Sgt Peppeb’s Loney Hearps Club Band’.” Eerst wilden de Beatles ook Hitler op de hoes zetten. Moltmaker wijst naar een unieke foto: „Daar staat Hitler, die hebben ze op het laatst weggehaald.”

Ook hangt in Alkmaar het beroemdste Beatles-collectors item, Moltmaker: „Vanwege die slagersjassen met al dat vlees op schoot heet dit de ’butchers-hoes’. The Beatles waren het gewoon zat om altijd als ideale boysband afgebeeld te worden. Ze wilden hiermee een statement maken. Daarop kwam zoveel commentaar, dat-ie binnen een dag werd teruggehaald. Voor de fans is dit het meest gezochte item, heeft al gauw de prijs van een middenklas-auto.” En wat doet het logo van Shell op de hoes van ’Help’? „Shell voerde in de jaren zeventig de slogan ’Shell helpt’. Iedere pompbediende kreeg zo’n elpee, 2000 exemplaren zijn er van geperst. Ze doen nu honderden euro's.”

Voor Moltmaker is Paul McCartney de allergrootste muzikant. „Omdat hij alles kon, Paul beheerste alle stijlen. Zo was ’Helter Skelter’ het eerste hardrocknummer in de popgeschiedenis. Overigens vind ik 'Imagine' van Lennon geniaal.”

’Zo lang de mensheid bestaat zal er Beatlesmuziek zijn’ luidt Moltmaker’s motto. „Er bestaan miljoenen Beatles-fans. Ieder voor zich hebben ze een andere beleving, toch hebben ze het over hetzelfde. Ze voelen zich verbonden en houden de muziek levend.” Hij ontmoet ook onbegrip: „Een verzamelaar is een dwaas in de ogen van niet-verzamelaars. Want hoe maak ik duidelijk dat ik zoveel Sgt. Pepper-versies heb en geen pick-up om ze af te spelen? Vinden is leuker dan hebben, daar draait het om”. Zijn waardevolste Beatles-item? „Dat is mijn museum.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden