Marius Bauer toonde het vreemde zonder bijbedoelingen.

Sfeervol maar niet verleidelijk, oogstrelend maar niet sensueel. Het oriëntalisme van de schilder en etser Marius Bauer (1867-1932) is eigenlijk heel nuchter. Geen reden om er heimwee aan te verbinden, maar een juiste weergave van topografische gegevens met als decor het dagelijkse leven van de Oriënt (vooral het oostelijke deel van de Middellandse Zee) rond de eeuwwisseling.

Het grote overzicht dat het Singer Museum in Laren (NH) aan Bauer wijdt, legt de nadruk op de solide kwaliteit van deze academisch geschoolde kunstenaar die zo’n groot deel van zijn actieve leven in ’den vreemde’ doorbracht. Letterlijk waren de landen die hij bezocht ’vreemd’ in de exotische betekenis en daarom het uitbeelden waard. Zijn werk is door een grote schare liefhebbers – particulieren meer nog dan de musea – attractief bevonden, waardoor het nog altijd in veel particuliere collecties zit.

Anders dan zijn Engelse en Franse stijlgenoten gebruikte Bauer het oriëntalisme niet als ontsnappingsclausule. Hij schilderde wel interieurs in de Oost, maar gebruikte die ruimtes niet om ze met verleidelijke haremvrouwen te bevolken. Bauer hoefde zich niet af te zetten tegen Victoriaanse zeden (die de uitbeelding van vrouwelijk bloot in een christelijke context niet toestonden) noch stond hij onder academische druk om zijn voorstellingen glad en met oog voor de fijnste details weer te geven. Hij had weliswaar de kunstacademie afgelopen, niet met goed gevolg want van een diploma is het nooit gekomen, maar hield zich eigenlijk niet aan esthetische stelregels. Om de inhoud ging het hem al helemaal niet: voor hem was alleen de weergave van de werkelijkheid genoeg om er een oogstrelend schilderij van te maken.

Bauer heeft zich ook nooit tegen iets of iemand hoeven af te zetten. Zijn ouders zagen zijn tekentalent op jonge leeftijd en moedigden hem aan om scholing te vinden. Zo liep hij al op twaalfjarige leeftijd de Haagse Academie van Beeldende Kunst binnen. Op 15-jarige leeftijd, toen hij leerling van Salomon van Witsen was, vervaardigde hij zijn eerste olieverf, een stilleven met kan en boek. Twee jaar later al won hij de zilveren rijksmedaille voor tekenen naar levend naakt.

Het was de opmaat voor een snelle ontwikkeling van een kunstenaar, die op 18-jarige leeftijd een eigen atelier betrok. Ondertussen hadden zijn ouders ook zijn reislust aangewakkerd door hem onder meer naar Brussel te laten afreizen.

Het is de vraag of zijn ouders de jonge student ook in zijn wijze van werken hebben beïnvloed. Marius Bauer werd net te laat geboren om nog een wezenlijke bijdrage aan de Haagse School van Mauve, Mesdag en Jozef Israëls te leveren. In zijn vroege werk is weinig terug te vinden van het tonalistische schilderen dat zijn stadgenoten in Scheveningen of aan de oevers van de Nieuwkoopse plassen tot stand brachten.

De jonge Bauer was meer op het Amsterdamse impressionisme georiënteerd dat in Isaac Israëls (en natuurlijk Breitner) een belangrijke voorman had. Weinig gevoel voor toon, maar wel, van meet af aan, met een goed oog voor sfeer.

Op belangstelling voor religie of mystiek viel hij nauwelijks te betrappen. Hij heeft ook weinig voorstellingen met een nieuwtestamentische inslag gemaakt. Zelfs toen hij Israël bezocht, was hij nauwelijks geraakt door het feit dat hij hier de grondslagen van de westerse cultuur terugvond. Zo etste hij in een aantal staten de stadsmuur van Jeruzalem met op de achtergrond de Al-Aksamoskee in de situatie zoals hij die aantrof. Later wijzigde hij de voorstelling door vlak voor de muur een kruisiging à la Rembrandt op te nemen. Duidelijk is dat hij hier op het verzoek van een opdrachtgever moet zijn ingegaan. Hoe anders is het te verklaren dat deze kruisiging, ongetwijfeld van Christus, plaatshad tegen de achtergrond van een islamitisch gebedshuis?

De wereld van de islam en later ook die van hindoeïsme en boeddhisme (toen hij na Istanbul ook naar India en Nederlands-Oost-Indië reisde) moet voor hem op een gegeven moment geen geheimen meer hebben gekend. Bauers werk wordt gekenmerkt door een zekere vluchtigheid die ook wel in zijn wijze van werken is terug te vinden.

Hij reisde veel, maar trok ook snel van plaats tot plaats. Zo bezocht hij in 1899 per trein Turkije, Syrië, Palestina in het oostelijke deel van de Middellandse Zee, traditioneel die landen die een centrale plek in het Oriëntalisme innemen. Ondanks het zware programma – eerst met de trein naar Marseille, dan met de boot via Athene naar Istanbul en weer met de boot zuidwaarts – kostte het hem maar twee maanden tijd.

Waarschijnlijk heeft hij eenmaal in het buitenland, op maar weinig plekken olieverf en penselen gebruikt. Daarentegen is zijn collectie schetsboekjes onoverzienbaar.

Marius Bauer was een snelle tekenaar, die de architectonische situatie zo duidelijk mogelijk uittekende om haar pas weer terug van de reis in kleur uit te werken. Hij hield van de druk bevolkte buurten in de medina, maar zocht ook vaak een rustig hoekje uit waar in de schaduw naar middagrust werd gezocht.

Bauer is de geschiedenis niet ingegaan als een groot vernieuwer van de kunsten. Hoewel zich in zijn tijd werkelijke omwentelingen voltrokken (kubisme, expressionisme, abstracte kunst ontstonden allemaal toen hij nog geen zestig jaar oud was) bleef hij zijn eenmaal ontwikkelde tekenachtige (en dus impressionistische) realisme tot het eind trouw. En hoewel hij van olieverf gebruikmaakte, speelt kleur geen overheersende rol.

Het Oosten is in zijn doeken meestal crème, roodbruin, aardkleurig met mooi doorwerkte schaduwpartijen. Veranderingen in zijn aanpak deden zich uiterst geleidelijk aan, maar het onderwerp veranderde zelden, ook niet toen hij samen met zijn vrouw Jo Stumpff (een van de beroemde Amsterdamse Joffers, ze zou haar man 32 jaar overleven) het reisdoel van het Verre Oosten nogal eens verlegde naar de Maghreb. De monochrome uitwerking van enerzijds het bijna statische en toch soms ook heel dynamische bestaan in het Oosten vormt de grootste kwaliteit in zijn werk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden