MARITIEME GESCHIEDENIS

Nederlandse ontdekkingsreizigers hebben de laatste jaren steeds meer terrein moeten inleveren. Vorig jaar beweerden Amerikanen dat Francis Drake allang Kaap Hoorn had gerond voordat de Hollanders Willem Schouten en Jacob Le Maire in 1615 voorbijvoeren. En een maand geleden werd de ontdekking van Nieuw-Zeeland door Abel Tasman in twijfel getrokken: Portugese zeevaarders zouden hem vóór zijn geweest.

Maar nu pakken ze wat terug. Het is een Nederlander geweest die in 1599 Antarctica ontdekte. Dat wil zeggen, hij heeft iets zien liggen en een bevriende koopman heeft dat jaren later opgeschreven. En dat is een betrouwbare bron, beweert nu een Groningse onderzoeker.

Precies vierhonderd jaar geleden verliet admiraal Simon de Cordes met een expeditie van vijf schepen de haven van Rotterdam. De Cordes had de opdracht om via Straat van Magallanes en de Stille Oceaan een nieuwe zeeweg naar Indië te zoeken.

De expeditie werd geen succes. Eén schip bereikte nog Japan, een ander keerde al heel vroeg huiswaarts en De Cordes zelf strandde op Mocha, een eiland voor de westkust van Chili, waar hij door de Araucanen werd vermoord.

Eén schip, de 'Blijde Boodschap', was bij Kaap Hoorn uit koers geraakt. Een straffe noordenwind joeg het schip vijf weken lang in de richting van de zuidpool. De zwaar gehavende Blijde Boodschap was al tot de vierenzestigste breedtegraad afgedreven toen gezagvoerder Dirck Gerritsz Pomp land in zicht kreeg.

“Heel hoog berchachtich landt, vol sneeuw, als het land van Noorweghen, heel wit bedeckt”, tekende de Amsterdamse koopman Isaüc Le Maire in 1622 op.

Volgens deze melding zou Gerritz dus in 1599 het land ontdekt hebben dat nu als Antarctica bekend staat. Onzin, roepen historici sinds jaar en dag: die Le Maire wist het ook maar van horen zeggen. Nee, luidt de officiële lezing, Antarctica is pas in 1820 ontdekt door de Rus Thaddeus von Bellingshausen en de Brit Edward Bransfield.

Die lezing is echter pas honderd jaar oud, zegt Wim Ligtendag, die als historicus is verbonden aan het Arctisch centrum van de Rijksuniversiteit Groningen en eind dit jaar een boek publiceert over de ontdekking van de Zuidpool.

“Tot 1899 beschouwde iedereen Dirck Gerritsz als de ontdekker van Antarctica. Maar in dat jaar publiceerde de Duitser Wiegman zijn onderzoek waarin hij alle historische bronnen op een rijtje had gezet. En Wiegman verwees de melding van Le Maire naar het rijk der fabelen.”

De Duitser baseerde zich op de verhoren van de schipbreukelingen van de Blijde Boodschap. Gerritsz had namelijk na zijn zwerftocht gepoogd contact te zoeken met zijn commandant De Cordes. Hij miste echter het afgesproken eiland Mocha en moest toen, bij gebrek aan voorraden, in Chili aan land gaan. Daar wachtten de Spanjaarden hem op.

Tijdens de verhoren van Gerritsz en zes andere bemanningsleden repte niemand over het ontdekte land. Aha, concludeerde Wiegman, ze hebben het dus ook niet gezien. De Duitser vond deze bron betrouwbaarder, want direct uit de mond van Gerritsz, dan de melding van Le Maire.

Ligtendag bekijkt de verhoren wat anders. “Natuurlijk hielden ze hun mond erover. Holland was immers in oorlog met Spanje. Je gaat zo'n ontdekking toch zeker niet aan je vijanden vertellen.”

Hij voelt zich gesterkt door de reactie van de Spanjaarden: zij hadden ook het vermoeden dat Gerritsz informatie achterhield en hielden hem nog vijf jaar in Lima vast. “Pas in 1604 kwam hij vrij, uitgewisseld tegen Spaanse krijgsgevangenen van de Slag bij Nieuwpoort.”

Blijft over de melding van Le Maire. Deze is opgenomen in het reisverslag van zoon Jacob dat vader Isaüc in 1622 uitgaf, zes jaar na de dood van Jacob. Tussen de verhalen van Jacob door heeft Isaüc de 'ontdekking' van Gerritsz toegevoegd. Waar heeft hij dit bericht vandaan, en hoe betrouwbaar is het?

Ligtendag probeert in zijn onderzoek aannemelijk te maken dat Isaüc Le Maire het verhaal uit eerste hand had. Nadat Gerritsz was vrijgelaten door de Spanjaarden vestigde hij zich als koopman in Enkhuizen. Le Maire was actief in Hoorn. De kooplieden uit deze plaatsen kenden elkaar in die tijd allen goed.

Maar er is meer. Dirck Gerritsz Pomp was in 1569 als 25-jarige in dienst van de Portugezen getreden en had voor hen enkele ontdekkingsreizen naar China en Japan gemaakt. Toen hij in 1590 naar Holland terugkeerde, was hij een veelgevraagd man. Sinds het uitbreken van de oorlog met Spanje moesten de Hollanders zelf hun weg naar de Oost zoeken; hulp van een ervaren ontdekkingsreiziger was daarbij meer dan welkom. Op zijn beurt was Isaüc Le Maire een rijke koopman die expedities financierde - zoals die van De Cordes en van zijn zoon - om de handel veilig te stellen.

Dat maakt het voor Ligtendag meer dan aannemelijk dat Le Maire zijn melding uit de eerste hand heeft en dat Gerritsz de ontdekker van Antarctica is. “Het was voor de heren een louter geografische aanduiding. Geen van beiden had er belang bij de waarheid te verdraaien. Het is geen waterdicht bewijs, maar alle gegevens wijzen naar mijn idee sterk in de richting van Gerritsz als ontdekker.”

Femme Gaastra, maritiem historicus van de Rijksuniversiteit Leiden, vindt het een leuk verhaal. “Het zal best waar zijn, dat geloof ik wel. Maar het onderzoek zet de geschiedenis niet op zijn kop. Gerritsz en Le Maire hebben hun ontdekking niet aan de grote klok gehangen, en daar gaat het om. De geschiedenis van Antarctica begint pas in 1820.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden