Mariss Jansons: Ik zie een nieuw, jong publiek

Mariss Jansons vierde triomfen met het Koninklijk Concertgebouworkest, dat hij elf jaar leidde als chef-dirigent. Hier tijdens een repetitie eind vorig jaar. Beeld ANP

Nog één keer daalde de Letse dirigent Mariss Jansons vrijdag de beroemde trap in het Concertgebouw af. Op weg naar de bok voor zijn laatste concert bij het Koninklijk Concertgebouworkest waar hij in 2004 als zesde chef-dirigent begon. Jansons blijft wel gastdirigent.

Mariss Jansons (72) ziet er moe uit. Om niet te zeggen afgemat. Hij slaapt de laatste tijd slecht zegt hij. En het was bovendien een drukke week vol repetities en concerten. Tussendoor vloog hij ook nog even naar München heen en weer. Om daar een belangrijke persconferentie bij te wonen over het al dan niet doorgaan van de bouw van een nieuwe concertzaal.

Het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks - Jansons' andere orkest - heeft die nieuwe zaal dringend nodig en de dirigent heeft zich er enorm voor ingezet. Een persoonlijke missie. Het was zelfs, naast zijn broze gezondheid, de reden dat hij voor het orkest van München koos, en in Amsterdam als chef-dirigent wilde stoppen.

Het lijkt erop dat de zaal in München door de politiek definitief is afgeschoten. En dan zegt Jansons later in het gesprek ook nog dat hij zich ondanks moeheid de laatste tijd eigenlijk kiplekker voelt. Al met al is hij gaan twijfelen over de juistheid van zijn besluit om uit Amsterdam te vertrekken.

Elf jaar geleden zei u in een interview met deze krant dat het besluit om ja te zeggen tegen Amsterdam om allerlei redenen erg moeilijk was. Was het net zo moeilijk om uw vertrek aan te kondigen?
"Zeker. Misschien was dat nog wel een moeilijker beslissing. Ik heb hier bijna elf jaar lang gewerkt. De samenwerking met de musici werd beter en beter; we kwamen steeds nader tot elkaar. Er zijn in de afgelopen tijd veel nieuwe en jonge musici bij gekomen en de kwaliteit van het orkest is enorm gegroeid. En dan ook nog zo'n geweldig publiek in een prachtige stad als Amsterdam. Er was eigenlijk geen enkele reden om hier weg te gaan. Behalve mijn gezondheid dan. Het afgelopen jaar was wat dat betreft niet erg goed. Dat ik een van deze drukke banen opgeef, zal mijn leven beslist makkelijker maken, maar dat maakt nog niet dat deze beslissing een makkelijke was.

"Twee verantwoordelijke banen als deze in Amsterdam en München leveren behoorlijk wat stress op. En dat is uiteindelijk niet goed voor je gestel. Ik was de hele tijd maar aan het studeren. Steeds maar nieuwe partituren tot je nemen. Er is amper tijd voor andere zaken. Er komt een moment in je leven dat je denkt: wat is er nog meer? Is dit alles? Er moet ruimte zijn voor afstand, voor rust.

"De laatste tijd voel ik me overigens weer behoorlijk als vanouds. En als je je weer goed voelt, slaat meteen ook de twijfel toe. Heb ik geen vergissing gemaakt? Moest ik wel uit Amsterdam weg? Op dit moment denk ik daar behoorlijk wisselend over. Maar aan de andere kant moet je ook niet te lang op een bepaalde plek blijven hangen. En ik zal als gastdirigent terug blijven komen, daar hecht ik zeer aan."

Jansons in 2004, kort voor zijn formele aantreden als chef-dirigent in Amsterdam. Beeld AP

Hoe kijkt u op dit decennium in Amsterdam terug? Is het geworden wat u ervan verwachtte?
"Ik kijk op deze periode terug met grote, grote voldoening. O ja, absoluut! Het bracht me alles - en nog meer. Zoals ik al zei, is de kwaliteit enorm omhoog gegaan, de musici staan technisch op een verschrikkelijk hoog niveau. Er zitten werkelijk zoveel geweldige spelers in dit orkest - ze zijn niet alleen serieus, maar extreem intelligent. En dan is de sfeer ook nog eens bijzonder aangenaam. Je kunt wel uitstekende musici hebben, maar als de sfeer niet goed is, kun je er niet volledig van genieten. Bovendien stroomt hier die prachtige zaal nog altijd vol met liefhebbers. Dat is in deze tijden beslist niet overal zo.

"Je merkt dat er in deze stad veel liefde is voor klassieke muziek. Kennis ook. En er is een potentieel aan nieuw, jong publiek. Dat merken we vooral op de gratis lunchconcerten op woensdagmiddag. Dan zitten er veel enthousiaste jongeren in de zaal. Die hebben we hard nodig, want de interesse in klassieke muziek is tanend. Muziek zou een van de voornaamste vakken op school moeten zijn, omdat het zo verrijkend kan zijn."

Heeft u in de jaren hier bijzondere vriendschappen met musici ontwikkeld?
"Ik heb een goed contact met alle orkestmusici. Ik heb respect voor ieder van hen en ik probeer voor iedereen even aardig te zijn, en hen te begrijpen. Als ze me willen spreken, sta ik voor ieder van hen open, zal ze bij me uitnodigen. Maar tegelijkertijd ben ik de leider van de groep en zou het verkeerd voelen om een diepere vriendschap met hen aan te gaan. Ik probeer de goede balans te bewaken en daarbij kun je het beste maar zo gewoon mogelijk doen. Zijn wie je bent, geen kunstmatigheden aanwenden om je geliefd te maken in de groep, of hun vriendschap te kopen.

"Ik heb overigens wel veel vrienden in Amsterdam gemaakt. Mensen met een enorme liefde voor de muziek, met wie ik vaak uit eten ben geweest in de stad. Een stad die schitterend is, soms ook smerig, maar met een prettige internationale uitstraling. En altijd voel je hier die grote liefde voor de muziek. Dat zal ik zeker missen."

Mariss Jansons, vorig jaar. Beeld Marco Bakker HH

Zijn er in die tien jaar bijzondere muzikale momenten geweest die zich in uw herinnering vastgezet hebben?
"O ja, zeker wel. Al zou ik niet meteen voorbeelden kunnen noemen. Het is meer iets algemeens. Het is mijn stijl om mezelf zo grondig mogelijk voor te bereiden, met als doel de allerhoogste kwaliteit te bereiken. Ik beschouw dat als mijn belangrijkste werk: de mogelijkheid scheppen om het niveau zo hoog mogelijk te krijgen. Als dat niet lukt, voel ik me ongelukkig. Maar ik denk er achteraf ook niet al te veel over na. Je herinnert je vooral concerten als het applaus, de spirituele steun om het maar eens zo te noemen, uitzonderlijk uitbundig is geweest. Elke keer weer ervaar ik dat als een uitbetaling voor het vele werk dat we erin hebben gestoken. Iedere artiest heeft die bevestiging nodig. Ik ook. Terugluisteren naar opnamen doe ik hoogst zelden. Als het orkest een cd uitbrengt, dan luister ik wel naar de mastertapes, om te controleren of het aan mijn hoge standaard voldoet. Maar daarna niet meer. Ik word er erg zenuwachtig van om naar mezelf te luisteren. Ik hoor dan allerlei zaken die niet optimaal gaan, maar waaraan ik niets meer kan veranderen."

Uw voorgangers Bernard Haitink en Riccardo Chailly voltooiden een complete cyclus Mahler-symfonieën op lp of cd. Uw Mahler-cyclus op cd is helaas niet compleet. Zijn er plannen om dat nog goed te maken?
"Nee, er zijn nog geen plannen voor Mahler. Maar het zou mooi zijn om dat wel te doen. Ik heb de Zevende symfonie hier wel gedirigeerd, maar daar is nooit een cd van gemaakt. De Negende symfonie is de enige die ik hier nooit gedaan heb. En daarnaast is er nog een andere compositie die ik hier graag had willen doen: de 'Gurre-Lieder' van Arnold Schönberg. Een groot lievelingsstuk van mij. Ik heb de 'Gurre-Lieder' bij alle orkesten waar ik ooit chef-dirigent was op het programma gezet. Zelfs bij de Wiener Philharmoniker waar ik alleen maar gastdirigent was, kreeg ik dat voor elkaar. Dat zou nog wel een droom zijn om het ooit in Amsterdam te doen."

Het goede nieuws is dat u in Amsterdam als gastdirigent zult terugkeren.
"Ja absoluut. Ik vind het belangrijk om de lange relaties die ik met orkesten heb te bestendigen als gastdirigent. Ik beschouw het als een eer om dat te mogen doen. Volgend seizoen zal ik met het Concertgebouworkest de opera 'Pique Dame' van Tsjaikovski doen bij De Nationale Opera. De regisseur is Stefan Herheim, met wie we eerder hier geweldig samenwerkten voor Tsjaikovski's 'Jevgenji Onjegin'. Ik vond het opwindend om in Amsterdam opera te doen, dat het zomaar bij mijn takenpakket hoorde. Ik heb er altijd veel te weinig tijd voor gehad, maar er is wat mij betreft niets beters dan opera. Als het hele team dat je voor opera nodig hebt goed is, dan gaat er niets boven die ervaring. Je haalt er het hoogst mogelijke plezier uit. Ik word beschouwd als een symfonisch dirigent, maar als je echt in mijn ziel zou kijken, dan zou je de opera-dirigent zien."

Koningin Beatrix ontmoet dirigent Mariss Jansons (r) en Thomas Hampson Bariton (l), na afloop van het concert tijdens de viering van het 125-jarig jubileum van het Concertgebouw en Koninklijk Concertgebouworkest in april 2013. Beeld ANP

In uw periode hier werd het Concertgebouworkest uitgeroepen tot 'beste orkest van de wereld'. Was dat een zegen of juist een last?
"We werden er natuurlijk heel gelukkig van, maar tegelijkertijd wisten we heel goed dat je 'het beste' in muziek natuurlijk niet echt kunt meten. Muziek is geen sport. Dat competitie-element voelt in de muziek niet goed, al was het uiteraard een grote eer om die titel te krijgen. Net als het applaus waar ik het daarnet over had, is het een uitbetaling voor het harde werken, voor je principes en voor de wegen die je met elkaar uitgestippeld hebt. Die uitverkiezing vertelde ons dat we op de goede weg zaten. Een uitverkiezing door critici nog wel. En zoals u weet, kunnen critici heel onaangenaam uit de hoek komen. We hebben het niet al te licht opgevat, maar we zijn ook niet naast onze schoenen gaan lopen."

Er wordt veel gepraat over de toekomst van de klassieke muziek. Wat denkt u? Gaan we over twintig jaar nog naar het soort concerten dat u dirigeert?
"Muziek zal er altijd zijn. Altijd. Alle verhalen over dat de kunstvorm stervende is, zijn totale onzin. Het is wel waar dat niet iedereen het belang van muziek automatisch inziet. En dat zijn dan vooral de mensen die het voor ons beslissen, die verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling van een land. De politici. Je mag best een hekel hebben aan muziek, of aan voetbal, maar als leiders van een land beslis jij over wat er noodzakelijk is. En dan mag je best ook voor kleinere zaken als klassieke muziek kiezen. Als politicus heb je die verantwoordelijkheid, de plicht zelfs. Niet alleen voor de grootste gemene deler gaan, dat wat het populairst is. Maar ook het kleine en kwetsbare beschermen.

"Het analyseren van de waarde van het leven, dat is zo belangrijk. Onderzoeken wat onze taak hier op aarde is, hoe we onszelf spiritueel kunnen ontwikkelen. Het is toch krankzinnig dat we in de 21ste eeuw nog steeds oorlogen uitvechten? Is het niet de bedoeling dat ons niveau van denken op een steeds hoger niveau komt? Ieder van ons heeft de taak zijn innerlijke wereld, zijn moraal voor mijn part, te ontwikkelen. Niet iedereen kan die innerlijke wereld misschien meteen begrijpen, je hoeft er alleen maar van te houden. Dat is alles. Muziek kan daar een zeer grote rol in spelen. En dat is beslist niet elitair. Als je een fantastisch concert gehoord hebt, kom je opgetild naar buiten. Iedereen heeft behoefte aan zo'n gevoel, aan zo'n ruimte in je hoofd."

Geliefd

De bij musici en concertgangers zeer geliefde Jansons (Riga, 1943) kondigde in april vorig jaar volkomen onverwacht aan dat hij om gezondheidsredenen uit Amsterdam wilde vertrekken.
Hij blijft wel chef-dirigent van het Orkest van de Beierse Omroep in München. Tot 2018. Dan komt de Berliner Philharmoniker met het vertrek van Simon Rattle zonder chef te zitten, en er gaan geruchten dat dat orkest Jansons wil.
Diens opvolging in Amsterdam werd opvallend snel geregeld. De musici kozen voor de Italiaan Daniele Gatti. Die is vanaf september 2016 de zevende chef-dirigent van het Concertgebouworkest.

Als eerbetoon aan Mariss Jansons, geeft Trouw bij de zaterdagkrant een CD cadeau met een aantal van zijn mooiste werken met het Koninklijk Concertgebouworkest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden