Marijn de Vries: 'Noem me een  verhalenverteller'

Marijn de VriesBeeld Herman Engbers

Marijn de Vries wilde weten of je als vrouw van 30 nog topsporter kunt worden. Nu is ze profwielrenster.

Het moet ergens midden op de Veluwe zijn als Marijn de Vries vertelt waarom ze zo graag schrijft en fietst. Haar blik is gericht op een niet te definiëren punt in de verte, de ogen verstopt achter een felgekleurde zonnebril. Haar handen steunen losjes op de remmen - drie uur rustig fietsen is voor een professioneel wielrenster nu eenmaal geen onoverkomelijke opgave. "Ik wil heel graag laten zien dat ik ergens goed in ben. Dat ik wél talent heb", zegt ze. Daarna is het even stil. "Al vind ik het ook weer moeilijk dat sommige mensen nu ineens trots op me zijn."

De Vries (34) is professioneel wielrenster. Vanaf maandag schrijft ze een column op de sportpagina's van deze krant. Daarmee doet ze eigenlijk wat ze ook deed voor ze een jaar of vier geleden - bij wijze van experiment - besloot om uit te zoeken of je als vrouw van boven de dertig nog topsporter kunt worden.

Het leek haar in eerste instantie een mooi onderwerp voor een radiodocumentaire. Daarna nam het probeersel een hoge vlucht. De Vries had talent, kwam in contact met Leontien van Moorsel en voor ze het wist reed ze officiële wedstrijden. Nu heeft ze een contract bij de Belgische profformatie Lotto-Belisol.

In de zoektocht naar haar fysieke grenzen bleef De Vries schrijven. Of eigenlijk begon ze met schrijven op het moment dat ze haar hart verloor aan de racefiets. Daarvoor werkte ze bij het inmiddels opgedoekte sportprogramma Holland Sport van de VPRO. Op een site hield ze haar belevenissen bij. Eerst vooral als journaliste die per ongeluk verzeild is geraakt in de malle wereld van de topsport. Al veranderde dat in de loop van de tijd: "Ik was een journaliste die ging fietsen en nu ben ik een wielrenster die schrijft. Ik merk soms dat zaken gewoon ga vinden, die voor andere mensen - als ik erover praat mijn vriendinnen bijvoorbeeld - nog steeds heel bijzonder zijn. Dat moet ik me blijven realiseren."

Al fietsend kwam ze er ook achter dat het vrouwenwielrennen niet eens in de schaduw staat van het mannentak van die sport. De Vries bleek een niche te hebben gecreeerd waarin ze steeds vaker gevraagd werd een mening te geven over haar sport.

En zo werd je een soort apostel van het vrouwenwielrennen.

Met een lachje: "Nou ja, apostel. Ik wil gewoon graag vertellen wat er gebeurt. Ik vind het belangrijk dat het vrouwenwielrennen ook aandacht krijgt. Veel vrouwen in peloton vinden het ook wel mooi hoor, dat ik het doe. Anderen vinden me een aanstelster die op zoek is naar aandacht. Weet je; ik wil gewaardeerd worden om wat ik doe. In het wielrennen als wielrenster en daarbuiten als journalist. Ik zou het vervelend vinden als een ploeg me zou willen contracteren omdat ik soms in de media verschijn. Ik wil dat ze me nemen omdat ik hard kan fietsen."

Waarom wil je zo graag vertellen over je vak?

"Ik ben wielrenster geworden en merkte dat er weinig aandacht was."

Maar dat is een gevolg van je keuze voor het wielrennen. Toch niet de oorzaak van de drang te willen vertellen?

Stilte. "Natuurlijk weet ik waar het vandaan komt. Ik heb ooit al eens een verhaal geschreven over mijn pestverleden. Ik heb het niet altijd makkelijk gehad als kind. Op school niet en thuis niet. Als kind paste ik misschien niet in het ideaalbeeld, ben extravert. Ik kwam uit een klein dorp in Drenthe, had links-christelijke, macrobiotische krentenbolouders, je kent het wel. Ik paste niet altijd in hun plaatje.

"Ik merk nu dat ik een grote drang heb om mezelf te laten zien. Als kind heb ik nooit geleerd dat mensen je ook kunnen waarderen om wie je bent. Vroeger werd ik vooral beoordeeld en gewaardeerd op wat ik deed, in plaats van op wie ik ben. Dat ik nu schrijf en fiets is eigenlijk een oude reflex, want daar word ik nu op afgerekend. Maar het is ook een contradictie: Ik kan er mee laten zien wie ik écht ben. Het zou mooi zijn als ik daar uiteindelijk op beoordeeld zou worden."

We fietsen inmiddels weer in oostelijke richting. De glooiende fietspaden van de Veluwe hebben plaatsgemaakt voor lange, rechte fietspaden langs het Veluwemeer, terug naar Zwolle. De wind is gedraaid en duwt nu zachtjes in de rug. De teller kruipt in de richting van de 100 kilometer. We passeren Hattem. De Vries begint te lachen: "Hattem. Had je daar wel eens van gehoord? Ze hebben een mooie leus: 'Van Hattem Welkom'. Wie zou dat bedacht hebben? En zou er een brainstormsessie aan vooraf zijn gegaan? Hebben ze erover vergaderd, net zo lang tot iemand zei: 'ja, dat wordt 'm: Van Hattem Welkom. Ongelofelijk eigenlijk."

De Vries fiets vaker langs over deze wegen, heeft een vast rondje dat ze van haver tot gort kent. Toch is er nog altijd verbazing. Over een gebouw dat haar naam draagt, of beter: één van haar doopnamen. Vrijwel iedere dag ziet ze iets anders. Nu moet het mollentijd zijn, concluderen we, als een man in een weiland bij Oldebroek soepeltjes over een hek springt met in zijn handen glinsterende mollenklemmen. De Vries kijkt. "Wist ik niet. Mollentijd."

En dan: "Ik verbaas me erover dat het iedere keer weer anders is. Ik leef in de seizoenen en heb me nog nooit zo één gevoeld met de natuur. Ik slaap tegenwoordig zelfs slecht met volle maan. Die verbazing hoort bij me. Ik denk dat ik een andere blik heb dan de meeste mensen. En daarover schrijf ik dan. Overal zit een verhaal in. Ik denk dat je me wel een verhalenverteller mag noemen ja."

Marijn de Vries begint maandag 5 augustus haar wekelijkse column op de sportpagina's van Trouw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden