Marieke van der Pol Ik heb met mijn leven gespeeld

Marieke van der Pol (Amsterdam, 1953) is model geweest en actrice. Sinds enige jaren schrijft ze scenario's - De Tweeling, Bruidsvlucht - en romans. Onlangs verscheen haar roman 'Voetlicht'.

I Gij zult de here uw god aanbidden en hem liefhebben met geheel uw hart, geheel uw ziel en met al uw krachten
"In het begin, toen ik klein was, en ik mij God nog voorstelde als een oude man met een baard op een wolk, was er vooral angst. Een God die alles ziet en alles hoort: ik vind het een sadistisch beeld om kinderen mee op te zadelen. Als ik tot God bad, deed ik dat meestal met de bedoeling om iets waar ik bang voor was veilig te stellen. Zo herinner ik mij nog goed dat mijn moeder mij op een dag had verteld wat menstruatie was, en dat het wel eens gebeurde dat vrouwen níet menstrueerden. Die werden dan dik en kregen snorretjes, precies zoals juffrouw zus en zo bij ons in het dorp. Elke avond heb ik letterlijk gebeden dat God mij ongesteld zou laten worden. 'Lieve heer! Maak mij alsjeblieft ongesteld!' Toen ik het werd, was er ook geen reden meer om te blijven bidden.

Wij mochten op ons twaalfde, na het Heilig Vormsel, zelf beslissen of we nog naar de mis zouden gaan. We kozen er alle vier voor om te breken met de kerk.

Mijn moeder - een Brabantse katholiek - heeft haar dochters zien wegdrijven van het geloof, maar ze kon er gelukkig ook grappen over maken. Later is ze zelf gaan twijfelen, maar toen wij jong waren bleef ze lange tijd, als enige in het gezin, bidden voor het avondeten. Terwijl wij in stilte wachtten tot ze klaar was, deed mijn moeder haar gebed, sloeg een kruisteken en zei dan: 'Ze waren niet thuis'."

II Gij zult de naam van de heer uw god niet zonder eerbied gebruiken
"Dries, mijn man (psychiater Andries van Dantzig, overleden in 2005, AV) had een heldere, vrije geest. Op een dag stonden wij op een perron op de trein te wachten toen hij een poster van de Bond tegen het vloeken in het oog kreeg. 'Vloeken is aangeleerd', stond erop. Hoor ik Dries ineens mompelen: 'Niet vloeken ook.'"

III Gij zult de dag des heren heiligen
"Eigenlijk is het voor mij bijna onmogelijk om níet te werken; ook als ik boodschappen doe, blijf ik nadenken over de lastige synopsis die ik moet schrijven. Of over het boek waar ik mee bezig ben. Ik heb vier jaar aan 'Voetlicht' gewerkt, in het laatste driekwart jaar zeven dagen per week, van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat. Het is een fantastisch, spannend proces, maar ook heel zwaar. Ik voelde constant een soort gewicht op mijn schouder; alsof er altijd, overal iets met je meewandelt."

IV Eer uw vader en uw moeder
"Achteraf denk ik: jullie hadden beter naar mij moeten kijken, jullie hadden met mij mee moeten denken. Ik was een nieuwsgierig kind, ik wilde eruit, spannende dingen meemaken. Ik barstte uit die keurigheid van onze twee-onder-een-kapwoning in Oostzaan. Geholpen door de tijdgeest, en ook door het feit dat mijn vader, rond mijn twaalfde, ernstig depressief werd - maar die link heeft een psychiater later pas gelegd.

Dit zie ik nog voor mij: mijn vader, helemaal aangekleed, met zijn hoofd in zijn handen, op de rand van het bed. Ik herinner me niet dat ik probeerde contact met hem te maken, ik weet alleen nog hoe eng ik het vond. Er hing een vreselijke sfeer in huis. Mijn vader was ziek en het ging van kwaad tot erger. Hij werd in een ziekenhuis opgenomen, kreeg allerlei pillen, maar niets hielp. Op een dag werd hij naar Heiloo gebracht. Het gekkenhuis.

Mijn moeder wist heel goed hoe ze de moed erin moest houden. We bezochten mijn vader in het weekend, we maakten tekeningen voor hem en spaarden kwartjes zodat hij, als hij eenmaal beter was, rijlessen zou kunnen nemen. Ik vind het echt fantastisch hoe mijn moeder zich in die tijd staande heeft weten te houden. Het enige probleem was: er werd niet over mijn vaders ziekte gesproken.

Ik schaamde me ook, natuurlijk. Ik weet nog dat ik met een vriendinnetje in het handwerklokaal zat en dat we fantaseerden over onze vaders; wat ze allemaal zouden bereiken en in welke sportauto's ze later zouden rondrijden. Tot zij ineens zei: 'Als je vader tenminste niet helemaal gek is tegen die tijd.'

Gek.

Het woord dat wij thuis vermeden als de pest. Ik gooide mijn tafel omver, smeet mijn handwerk de klas in en gilde: 'Hij is niet gek! Hij is niet gek!' Ik rende naar de wc's, sloot mij op, bonkte met mijn hoofd tegen de muur - het was een noodlokaal hoor, met van die spaanplaten, maar toch - en ging net zo lang door met krijsen tot de hele school zich daar had verzameld en een lieve juffrouw mij naar buiten praatte. Ik had echt een hysterische aanval. Zo diep zat het dus kennelijk.

De elektroshocks die ze mijn vader toedienden leken te helpen. Na twee jaar zwaar depressief te zijn geweest werd hij genezen verklaard. Hij heeft er daarna nooit meer last van gehad. In de jaren die volgden ben ik volop in de puberteit terecht gekomen. Ik wilde weg, vrij zijn. Ik zocht de grootste tegenhangers van burgerlijkheid, en de junkies in Amsterdam voldeden aan dat beeld. Tegen mijn ouders zei ik dat ik bij een vriendin ging slapen, maar in werkelijkheid zocht ik die jongens in hun kraakpanden op. Ik begon ook te gebruiken, kwam in de problemen, moest steeds vaker door mijn ouders op het politiebureau worden opgehaald - op het laatst waren ze wanhopig en ze trokken hun handen van mij af. Ze wisten het niet meer.

Ik heb als puber het contact met mijn ouders verbroken en het is eigenlijk nooit meer helemaal goed gekomen. Zij hadden, uit diepe bezorgdheid, gezegd dat ik fout bezig was, dat ik mijn leven verknoeide, mijn lichaam misbruikte, en ik kon toen alleen maar bedenken dat ze oud waren, en burgerlijk, en dat ze helemaal niets van mij begrepen.

We zijn bij elkaar gebleven - ik eer mijn ouders enorm - maar die kwetsuur van toen is te groot gebleken. Het is mij nooit meer gelukt om intiem met mijn ouders te zijn. Ja, misschien is er altijd iets van die woede, van mijn teleurstelling, blijven hangen. Ik heb heel lang gedacht dat ik ooit dat ene gesprek met hen moest voeren: hoe heeft het destijds zo mis kunnen gaan? Had het echt niet anders gekund? Tot ik, zo'n tien jaar geleden, begreep dat het geen zin meer had, dat ze me waarschijnlijk niet eens zouden begrijpen. Het is niet erg meer. Zo zijn de kaarten nu eenmaal gelegd.

Mijn moeder is nu 93 en woont zelfstandig in een appartementje van een gebouw dat mijn zus, die architect is, heeft ontworpen. Ze ziet er nog fantastisch uit en ze is enorm levenslustig, maar het kortetermijngeheugen gaat erg snel achteruit en wij, haar kinderen, beginnen ons wel af te vragen hoe lang ze nog zelfstandig kan wonen. Soms denk ik: ik hoop zo dat ze straks, in een fijne stoel, met mooie klassieke muziek op de achtergrond, langzaam weg mag zakken. Mijn vader kreeg Alzheimer. Zijn laatste jaren waren verschrikkelijk: decorumverlies, persoonlijkheidsverlies - totaal ontluisterend. Ik gun mijn moeder een mooier einde. Als God bestond, zou ik Hem dat wel willen vragen: laat mijn moeder zachtjes gaan."

V Gij zult niet doden
"Ik heb eens in een huis gewoond waar veel muizen waren. Op een dag vond ik er een op de bodem van een emmer. Ik dacht: die ga ik verdrinken. Ik vulde de emmer met water, maar er lag een plastic zak in die meteen kwam bovendrijven en ik zag hoe de muis zich wanhopig aan het zakje vastklampte. Ik raakte in paniek, greep een bezem en duwde de plastic zak met muisje en al naar beneden, maar keer op keer kwamen ze onder de borstel vandaan weer naar boven. Het was afschuwelijk. Er was geen weg meer terug; ik moest ermee doorgaan. Terwijl ik natuurlijk had moeten zeggen: kom maar schatje, dapper muisje, ik droog je af en ik zet je buiten... Maar nee, ik duwde nog eens, en nog eens, tot de muis uiteindelijk niet meer boven kwam. Ik word er nu wéér beroerd van, weet je dat? Ik voelde me zo slecht. En dat is dus het rare: als ik over de dijk langs het IJsselmeer fiets kan ik vertederd kijken naar de lammetjes die daar vrolijk huppelen, maar ik maak niet de connectie met de lamsbout die ik de volgende avond voor mijn vrienden op tafel zal zetten. Ik vind dat ik eigenlijk een keer een lam moet doden - dan zal ik daarna nooit lamsvlees eten - maar om een of andere reden stel ik dat moment steeds een beetje uit."

VI Gij zult geen onkuisheid doen
"Het was nog voor mijn eerste communie, dus ik moet vijf of zes geweest zijn, toen ik een keer doktertje speelde met een vriendinnetje en mijn moeder ons betrapte. Ik weet niet eens meer wat we deden, onschuldig kindergedoe, maar mijn moeders reactie maakte mij aan het schrikken: ze trok helemaal wit weg, stuurde het vriendinnetje onmiddellijk naar huis en ik moest naar mijn kamer om mijn zonden te overdenken. 's Avonds zei ze: 'Ik weet niet of je nu je eerste communie nog mag doen!' Later is ze er zelf ook anders over gaan denken, maar zo was het in die tijd. Handjes boven de dekens. En niemand die je uitlegt waarom."

VII Gij zult niet stelen
"Mensen denken vaak dat ik nooit iets heb meegemaakt. Het ligt aan mijn gezicht, vermoed ik. Het gezicht van iemand die overal vrolijk fluitend doorheen fietst. Ik weet nu dat ik, in de tijd dat ik met die junkies heb opgetrokken, met mijn leven heb gespeeld. We leefden als ratten in de krotten van Amsterdam. Ik gebruikte drugs, maar zeker niet zoveel als de jongens die daar rondhingen. Ik ging voor hen uit stelen, je wil niet weten wat ik allemaal bij elkaar heb geroofd. Gelukkig ben ik er op mijn zestiende - toen het tot mij doordrong dat ik, als ik zo doorging, nooit ballerina kon worden - van de ene op de andere dag uitgestapt. Een tijd lang heb ik mij heel alleen gevoeld. Stuurloos. Ik voelde mij enorm achteruitgezet, zeker wat seks en liefde betrof. Tot ik een vriendje kreeg, lief en aardig - ik kon bijna niet geloven dat zoiets ook mogelijk was - en ik het gewone leven weer werd binnen getrokken."

VIII Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen
"Voetlicht is deels waar gebeurd. Dat wil zeggen: de tijd klopt niet met de werkelijkheid, de personages hebben in het echt niet zo bestaan, maar de invulling, de manier waarop ik die jaren zeventig heb beleefd - de ervaring, de emoties, alles wat daarbij hoort - is behoorlijk autobiografisch. Mijn grootste worsteling met dit boek was juist het verhaal weg te trekken bij mezelf; ik vind het pas interessant worden als ik met de werkelijkheid kan schuiven. Het klinkt tegenstrijdig, maar volgens mij is een verhaal dat je op zo'n manier vertelt waarachtiger dan het relaas van wat er in werkelijkheid, toen en toen, is gebeurd."

IX Gij zult geen onkuisheid begeren
"Mijn relaties duren doorgaans niet langer dan zeven jaar. Niet dat ik steeds degene ben die ermee ophoudt - ik ben zelf ook wel eens verlaten - maar terugkijkend kan ik niet ontkennen dat mijn liefdesleven een tamelijk onrustig beeld vertoont. Er zaten ook een paar zeer gelukkige keuzes tussen. Ik kan het nu natuurlijk makkelijk zeggen, maar ik denk dat ik het met Dries langer zou hebben volgehouden. Ik was heel erg verliefd hem, zo! Wat was ik gek op die man. Ik werkte aan het script van 'Bruidsvlucht' en had hem gevraagd of ik eens met hem over de psychologie van mijn personages kon praten. Dat werd een prachtig gesprek. Ik had nog nooit zo'n briljante man ontmoet, echt zo'n type bij wie je in de buurt wil blijven - als ik beloof dat ik heel stil ben, als ik hier alleen maar mag zitten en naar je mag luisteren, mag het dan, alsjeblieft? Ik droomde diezelfde nacht van hem en toen ik wakker werd dacht ik: je lijkt wel verliefd! Daarna: je bent knettergek. Die man is 83 en jij bent 52 - dit moet onmiddellijk ophouden. Ik heb mijn vriend Harm (Harm Ede Botje, redacteur bij Vrij Nederland, AV) gebeld en hem gevraagd om mij alle interviews en publicaties van Van Dantzig op te sturen. In mijn naïviteit dacht ik dat het daarmee wel zou overgaan, maar ik werd na ieder artikel nóg meer verliefd. Goed, misschien moest ik nog eens met hem afspreken. Als ik oog in oog met deze oude man zou zitten, móest ik wel weer bij zinnen komen. Ik stuurde hem een mail en vertelde dat hij een enorme indruk op mij had gemaakt en dat ik nog graag een keer met hem zou afspreken. Hij reageerde onmiddellijk, zei dat die indruk wederzijds was en nodigde me uit om in het Hilton met hem te eten.

We hadden om half zeven afgesproken. Ik kwam twintig minuten te vroeg, heb eindeloos rondjes gefietst, en toen ik uiteindelijk naar binnen durfde te gaan ging, om één minuut over half zeven, de telefoon: 'Met Van Dantzig. Is het uw gewoonte om te laat te komen?'

Dat etentje werkte natuurlijk helemaal niet ontnuchterend. Er was gewoon geen houden meer aan. Ik was echt verliefd. En hij ook. Na drie weken vroeg Dries mij al ten huwelijk. Dat vond ik iets te snel, maar ik verlangde er wel naar om bij hem te horen. We dachten dat we zo'n tien jaar samen zouden kunnen zijn, maar toen werd hij na een paar maanden ineens ziek: kanker. We zijn getrouwd, nog steeds met de gedachte dat het nog wel even kon duren - omdat de cellen van oude mensen ook langzamer delen - maar hij werd steeds zieker, kreeg een beroerte en stierf. Het was een jaar nadat ik hem had ontmoet.

Ik heb driekwart jaar intens verdriet gevoeld. En op een onbewust niveau bleef de gedachte dat Dries, zo'n slimme man, er wel iets op zou vinden; dat hij niet echt dood was en wel terug zou komen. Op een dag vertelde een vriend mij dat hij een medium had bezocht en op die manier met zijn overleden moeder in contact was gekomen. Ik raakte opgewonden; alsof ik hem zó kon terughalen. Ik belde een vriendin - net zo nuchter als ik, normaal gesproken - die heel kalm iets zei over 'extra-sensitief' en 'projectie' en toen was het, bof, alsof ik in één klap in de realiteit belandde: Dries is dood en hij komt nooit meer terug. Ik heb vreselijk gehuild en daarna was het klaar.

Ik denk nog iedere dag aan hem. Op een fijne manier."

X Gij zult niet begeren wat uw naaste toebehoort
"Ik ben wel eens jaloers geweest op mijn jongere zus die van kinds af aan wist dat ze architect wilde worden en dat ook uiteindelijk is geworden. Ik droomde van een carrière als ballerina, maar ben via een lange omweg schrijfster geworden. Toen ik het eenmaal was, leek het zo logisch.

Als kind wilde ik alles zelf doen. 'Leffetoe,' zei ik dan. Mieke Leffetoe, zo werd ik thuis genoemd. In de jaren die ik als model heb gewerkt, moest ik de pose aannemen die de fotograaf in gedachten had. Als actrice speelde ik de rol zoals een regisseur of een tekstschrijver hem had bedoeld. Ik deed het met plezier, maar ik hield toch een gevoel van onvrede. Tot ik met een cursus scenarioschrijven begon. Ik wist meteen: dit is het. Hèhè, we zijn er! Zelf doen. Het is net alsof ik steeds dichter tot mijn kern kom; tot wie ik ben en wat ik werkelijk wil. Het spijt me wel eens dat ik zo laat ben begonnen maar het zal mij er niet van weerhouden een ontwikkeling als schrijver door te maken. Ik ga door tot mijn laatste snik. Of tot het moment waarop mensen die van mij houden gaan zeggen dat het onzin begint te worden."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden