Marie-Louise Bartels: diamantslijper 'Die regenboog willen wij zien'

Ons dagelijks werk is meer dan levensonderhoud alleen, we ontlenen er waardigheid aan. Maar wat doen we precies?

"Dit is een vrij grote diamant, 2,5 karaats. Die ga ik nu slijpen tot de Gassan 121, onze specialiteit. Een diamant is niet alleen zo duur door het materiaal, maar ook omdat het zo arbeidsintensief is om hem te bewerken.

Heel kort houd ik de diamant nu tegen een slijpschijf die 3000 toeren per minuut maakt. Diamant bestaat uit koolstof, de hardste natuurlijke stof op aarde. Je kunt het alleen slijpen met materiaal dat net zo hard is. Daarom heb ik net wat diamantslijpsel op de slijpschijf gelegd. De gietijzeren schijf is ingesmeerd met olijfolie, dat het poeder vasthoudt en heel heet kan worden. Nadat ik de diamant heel even tegen de slijpschijf heb gehouden, bekijk ik door de loep het effect.

Bij het slijpen van de diamant gaat bijna zestig procent verloren. Het is mijn taak een zo groot en zuiver mogelijk product over te houden. In de natuur komen insluitsels voor: een zwart stipje koolstof, een wit scheurtje. Een onzuiverheid in de kern van de diamant moet je laten zitten. Maar dan komt de breking van het licht niet helemaal tot zijn recht en is de diamant minder waard.

Als je door deze loep kijkt, zie je rechtsonder een hapje zitten. En daarboven, gelukkig ook aan de buitenkant, een soort heuveltje. Dat hapje en dat heuveltje probeer ik eruit te slijpen. Laat ik die oneffenheden zitten dan lekt het licht weg. Dat willen we niet, wij willen het licht terug naar buiten kaatsen, zodat het langs alle facetten komt. Want het gaat ons om die optimale schittering, dat prisma, die regenboog willen wij zien.

Ik ben opgeleid tot goud- en zilversmid. Net toen ik klaar was, startten de gezamenlijke Amsterdamse diamantslijpers een opleiding, omdat het vak dreigde uit te sterven. Zelf draag ik ook graag diamanten. Dit is een Gassan 121, die heb ik geslepen, aan de zijkant staan mijn initialen ingelezen.

Om de diamant tot briljant te slijpen, slijp ik eerst vier hoeken aan de onderkant, vier aan de bovenkant, en een platte kant aan de bovenkant, de tafel noemen we die. Zo ontstaan de platgeslepen oppervlaktes waar het licht doorheen valt. Om nog meer schittering te krijgen, verdubbelen we daarna het aantal facetten. Uiteindelijk heeft een briljant 24 facetten onder en 33 boven.

Wij hebben hier geprobeerd nog meer lichtbreking te bereiken. Drie jaar lang zijn we aan het experimenteren geweest met slijpen om zelf een nieuwe steen te ontwikkelen. Dat is gelukt, we zijn van 57 naar 121 facetten gegaan. Deze slijpvorm geeft nog meer schittering dan een briljant. Wij hebben er patent op gekregen, en alle slijpers hier maken nu deze vorm. In de wereld zijn we er uniek in.

Het blijft toch ongelooflijk dat dit brokje koolstof, nu nog volkomen dof, over drie dagen aan alle kanten schittert? Ik doe niets meer met goud en zilver, ik ben verknocht geraakt aan de diamant."

Peter Henk Steenhuis

Marcel Prins

Ook zin in werk? Publiceer op www.zininwerk.info uw eigen verhaal

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden