naschrift

Marie-Anne van der Veen (1967-2017) leek wel een babyfluisteraar

Marie-Anne van der Veen hield van breien. Voor iedereen die maar wilde, breide ze mutsen, sjaals en sloffen. Beeld Dana Ploeger

Ze maakte het liefst de hele dag praatjes met iedereen. Haar lach klonk dan altijd. Tot het laatste jaar, toen doofden haar pretogen.

Met een grote Sarah in de tuin werd afgelopen zomer de vijftigste verjaardag van Marie-Anne van der Veen gevierd. Van de voorbereidingen genoot zij nog het meest. Ze belde om de klipklap haar moeder en zus op om te vragen of ze nog iets moest bakken. Haar beroemde appeltaart bijvoorbeeld, ook al lustte ze die zelf niet. Of haar bladerdeegflappen met kaas of gehakt, waar haar moeder er nog zakkenvol van in de vriezer heeft. Gelukkig wist Marie-Anne toen nog niet dat het haar laatste verjaardag zou worden. Hoewel ze het afgelopen jaar wel anders was: haar uitbundige lach klonk minder vaak en haar pretogen waren dof geworden.

Marie-Anne van der Veen werd op 29 juli 1967 geboren in Meppel als oudste dochter van Allard van der Veen en Jeane Nipperus. Haar vader werkte voor het transportbedrijf van zijn ouders en ze woonden in het Overijsselse Oldemarkt. Marie-Anne was een gezellig, vrolijk kind met altijd een glimlach voor ieder om haar heen. Een echt poppenmoedertje was ze; toen haar zusje Barbera werd geboren was ze intens blij. Samen met haar moeder liep ze door het dorp met ieder een kinderwagen. In die van Marie-Anne lag haar kersverse babypoes.

Ze verhuisden naar het nabijgelegen Nijeveen en daar ging ze naar de gewone kleuterschool. Maar in de tweede kleuterklas stagneerde haar ontwikkeling. Ze leerde wel lezen en schrijven, maar enkele testen wezen uit dat ze verstandelijk beperkt was. Die beperking had ze gekregen door zuurstofgebrek tijdens haar geboorte. Ze mocht best op de dorpsschool blijven, maar haar ouders kozen liever voor passend onderwijs – een uitzondering in die tijd. En zo ging de zesjarige Marie-Anne iedere ochtend met het busje naar de Reestoeverschool in Meppel. Dat was voor haar moeder behoorlijk slikken.

Haar zusje Barbera was haar beste vriendin. Ze speelden altijd samen, meestal buiten. Eindeloos stoepranden en knikkeren. Marie-Anne was op haar manier gehaaid: als ze het potje met knikkeren won, was ze gelijk verdwenen. En als er vals werd gespeeld, werd ze woest en vertrok ze ook subiet. Ze redde zich altijd prima, was al vlot zelfstandig. Ze stapte op iedereen af en maakte gemakkelijk contact. Ze voelde haarfijn aan wanneer mensen dat niet op prijs stelden, dan liep ze gauw door.

Marie-Anne van der Veen Beeld Dana Ploeger

Lastig vond ze het toen haar drie jaar jongere zus haar voorbijging in haar ontwikkeling. Dat leidde tot veel gedoe in huis. Vooral tijdens de puberteit van Barbera die meer haar eigen leven kreeg. Marie-Anne wilde alles weten en het liefst overal mee naartoe. Als dat niet mocht, sloeg ze met deuren en liep stampvoetend naar haar kamer. Toch was ze nooit lang boos. De zussen bleven altijd dingen ondernemen: samen naar de kermis of het dorpsfeest.

Doodsbang

Met haar vader had ze een speciale band. Hij was helder en eenduidig en dat had ze nodig. Zo was ze doodsbang voor prikken, dokters en de tandarts, maar hij kreeg haar altijd mee. Toen hij op 46-jarige leeftijd onverwachts overleed, was ze compleet haar evenwicht kwijt. Ze was vooral opstandig en boos. Een moeilijke tijd voor iedereen. Het plan, dat er al lag voor haar vaders dood, werd versneld in werking gesteld: Marie-Anne ging op zichzelf wonen bij woongroep De Boeier van Stichting Philadelphia in Zwolle. Ze was toen 23. Dat wilde ze maar wat graag, maar ze vond het ook ongelooflijk spannend.

Die eerste tijd was zwaar. Na ruim een jaar sprak ze over haar 'twee thuisen' en was ze gewend. Ze zou er 27 jaar blijven wonen. In de weekenden ging ze geregeld naar de melkveeboerderij van haar zus en zwager, waar ook haar moeder bij inwoonde en ze een eigen kamer met badkamer had. En ze belde iedere ochtend trouw haar moeder en gaf dan eerst het weerbericht door.

Marie-Anne werkte haar hele leven. Eerst op de sociale werkplaats Regito waar ze onder andere sleutelhangers maakte. Toch zag ze het niet als baan, ze was snel afgeleid en maakte liever een praatje. Bij de werkplaats ging het steeds meer om productie draaien en ze kon het amper bijbenen. Later werkte ze nog op een kinderdagverblijf, maar daar mocht ze niet met de kinderen spelen, dus vond ze er niets aan. Wat was ze blij toen ze de vaste bakker en broodrondbrenger werd bij dagbesteding De Molenkamp. Vooral de babbelmomenten onderweg vond ze heerlijk. De laatste jaren werkte Marie-Anne bij Doepark Nooterhof waar ze hielp met de lunch.

Kalfje

Bakken deed ze in haar vrije tijd ook graag, ze bezat boeken vol uitgeknipte recepten. In De Boeier kwam haar hulp bij het dagelijkse koken niet altijd gelegen, want alles moest op haar manier. Ook hield ze van breien. Voor iedereen die maar wilde, breide ze mutsen, sjaals en sloffen, tot aan de arts-assistenten in het ziekenhuis aan toe. Wel vroeg ze vier euro voor het breisel: "Ik moet wel zakelijk blijven". En ze was voetbalfanaat. Ze was voor PEC Zwolle en Ajax, net als haar vader. Aan haar zwager Bert Kroes belde ze alle wedstrijduitslagen door.

Hij was het ook die jarenlang aan zijn hoofd gezeurd werd: "Wanneer vernoem je nu eens een kalfje naar mij?" Dat was ingewikkeld vanwege het stamboek, maar toen er een keer een tweeling werd geboren en hij ze Marie en Anne noemde, was ze in de zevende hemel. Ze kende de nummers van de gele oormerken uit haar hoofd.

Beeld Dana Ploeger

Marie-Anne had een speciale antenne voor zwangere vrouwen, ze leek wel een babyfluisteraar. Haar begeleidster Loes bij het Doepark had nog geen zwangerschapstest gedaan, maar Marie-Anne wist haar al te vertellen dat er een baby in haar buik zat. Ook bij Marja, haar coach bij De Boeier, zag ze het voordat iemand het wist. Baby's waren haar grootste passie; ze dook op elke zwangere buik af om te voelen. Toen Barbera van haar eerste kindje zwanger was, was zij door het dolle heen. Haar zwager zei dat de baby ook een beetje van haar was. Waarop ze blij vroeg: 'Echt? Is de baby ook van mij?' Ze was gek op haar twee neven en nichtje. Ze was sowieso genereus in het geven van onvoorwaardelijke liefde, altijd.

Af en toe sprak ze zelf over trouwen en kinderen krijgen. Maar dan zei haar moeder neutraal: "Niet iedereen trouwt, hoor, kijk maar naar tante Gé". En dan was het klaar, tot ze er opnieuw over begon. Ook werd ze een keer verliefd op een medebewoner, maar hij wilde meer dan zij. Samen met haar begeleider hebben ze het toen met z'n drieën uitgemaakt. Ze hield van mannelijk schoon en riep gerust 'wat een sexy dokter' tegen een jonge dokter in het ziekenhuis waar ze kwam voor haar diabetes. Hoewel ze spuitjes haatte, ging ze verbazingwekkend goed om met haar diabetes. Ze spoot zelf insuline en jokte nooit over haar bloedglucosewaarden.

Donkere periode

De grote klap kwam toen ze in 2013 borstkanker kreeg. Dat was een donkere periode waarin haar begeleiders en familie er alles aan deden om haar rustig te houden. Zo wilde ze absoluut niet geopereerd worden. "Laat me dan maar naar papa gaan", riep ze. Op de ochtend van haar borstoperatie rende ze weg. Bijna werd van hogerhand toestemming gegeven om haar met dwang naar het ziekenhuis te krijgen, maar haar coaches Gerard en Marja kregen het toch met praten voor elkaar. Waarna Marja en Marie-Anne, beiden in operatietenue, in één bed de operatiekamer in werden gereden. Zover ging de liefde van haar begeleiders.

Net nadat Marie-Anne was opgeknapt en de kanker weg bleek, was ze onverwacht getuige van een dodelijke steekpartij in het winkelcentrum. Hierbij kwam een muzikant om het leven en haar begeleider kwam op de intensive care terecht. Dat traumatiseerde haar, ze sliep steeds slechter en was erg angstig. De altijd blije Marie-Anne verdween zoetjes aan, de lichtjes in haar ogen zag je niet meer. Net als na haar vaders dood, kon ze zich moeilijk uiten. Het waren vaak de zachte, eenvoudige gesprekjes met haar moeder die haar er weer bovenop hielpen.

Tot eind augustus ineens de kanker terugkeerde en ze overal uitzaaiingen had. Niemand durfde het haar te vertellen. Marie-Anne moest heel hard huilen toen ze hoorde dat ze doodging, maar ze leek ook opgelucht: gelukkig geen operaties meer. Ze begreep het beter dan iedereen had gedacht en wilde per se in Nijeveen begraven worden. Misschien wist ze het onbewust al langer. De laatste vier weken was ze rustig, verstandig. Ze vroeg haar moeder: "Wat denk je dat papa zal zeggen als ik in de hemel kom?" Toen zei haar moeder: "Ha, ben je daar, wat mooi dat je er bent."

Marie-Anne van der Veen werd geboren op 29 juli 1967 in Meppel. Ze overleed op 26 september 2017 in Zwolle.

Lees meer berichten in Naschrift, over het leven van onlangs overleden bekende of heel gewone mensen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden