Opinie

Mariaverering scheidt de schapen van de bokken

(\N)

Trinity Cathedral, de kathedraal van het Amerikaanse Boston, is vlakbij. Ik loop er zaterdagavond even langs en kies voor een vroege dienst.

De kerk is redelijk bezet. De dienst begint met de gebruikelijke processie. Crucifix, hoog geheven, daarachter priester, medecelebranten en zingend koor.

De evangelielezing gaat over het mosterdzaadje dat, piepklein, kan uitgroeien tot iets groots. De preek noemt voorbeelden. Dertig jaar geleden was homoseksualiteit taboe. Maar kijk nu eens. Gisteren was het in Boston Gay Pride. Homo’s laten zich zien. Niet alleen op straat. Ook in de kerk. Homoseksualiteit en ambt zijn niet langer een verboden combinatie. Dat treft me. Ik weet niet beter of ik bevind me in een katholieke eredienst. Is me iets ontgaan?

De preek gaat door. Vrouwen stonden in de kerk op de tweede plaats. Ook dat is veranderd. Eerst gingen vrouwen theologie studeren. Toen zijn ze, zij het schoorvoetend, tot het priesterambt toegelaten. En nu kan een vrouw zelfs bisschop worden.

Dat geeft de doorslag. Dat kan me niet ontgaan zijn. Ik grijp naar het psalmboek voor me. Een boek voor de episcopale eredienst. Ik zit bij Canterbury, niet bij Rome. Bij de Anglicanen die in Amerika Episcopals heten. Het eerste dat ik mij na die vaststelling realiseer, is dat ik straks mag deelnemen aan de eucharistie. Het tweede, dat ik me geen buitenstaander meer voel. Ik voel me deel van de gemeenschap en dat voelt goed.

Zo goed, dat ik me realiseer dat ik mij bij katholieke eucharistievieringen veel meer buitenstaander heb gevoeld dan ik ooit gedacht heb. Ligt dat aan mij? Ik ben immers niet katholiek, maar volgeling van een ketterij die de kerk spleet en dan moet je niet zeuren. Of zit er een tendens tot uitsluiting in de katholieke kerk?

De volgende dag zie ik in een boekwinkel een pas verschenen studie over de geschiedenis van de Mariaverering in Europa. Met als centraal punt de onstuitbare opkomst van Maria aan het eind van de elfde eeuw. De tijd van de eerste grote kloosterhervorming. Van de cisterciënzers, die terug wilden naar zuivere soberheid. Weg van het te makkelijk geworden kloosterleven. Weg uit de wereld. Maria, met haar maagdelijke zuiverheid, werd voor hen hét symbool. Hun denken over incarnatie, over God die in menselijke gestalte onder de mensen kwam, liep via Maria. Zij droeg Gods Zoon. Zij is de wortel van de stam van Jesse, waarop de roos, Christus, zal bloeien. In liturgie en op Maria georiënteerde gebeden zoeken ze eenheid met Christus. Met haar zuiverheid, haar maagdelijkheid, haar lijden aan de wereld bij het kruis van haar Zoon laat Maria door een bijzondere genade zien dat het kan: dat een mens, al is het in een kortstondig mystiek moment, één kan worden met Christus.

Zo ontstaat aan het eind van de elfde eeuw, tegelijk met de kloosterhervorming, een heel nieuwe verering van Maria. Met in het voetspoor daarvan een nieuwe, prachtige kunst met Maria op een steeds prominentere plaats als draagster van het Christuskind.

De nieuwe Mariaverering scheidt de schapen van de bokken. Niet ieder is geroepen de wereld te verlaten. Qua zuiverheid scoren de mannen, monniken en priesters, het hoogst. Met direct daaronder de vrouwelijke religieuzen. En verder naar onderen de in de wereld levende leken. Eerst de mannen, dan de vrouwen en helemaal onderaan de joden en de ketters. Zo kweek je buitenstaanders.

Het fascinerende van Maria is natuurlijk, dat zij zich in haar contacten nooit beperkt heeft tot de hooggezetenen van het mannelijk geslacht. Zuiverheid ziet zij ook bij de eenvoudigen. En bij vrouwen. Dat was al zo in de Middeleeuwen. Vandaar die prachtige vrouwelijke mystieke Mariateksten.

Maar Maria zag ook zuiverheid in een Bernadette Soubirous. Het meisje dat in 1858 in een grot bij Lourdes hoorde hoe Maria tot haar sprak in haar eigen dialect. De geschiedenis laat zien dat Maria zuiverheid, ontvankelijkheid en maagdelijkheid in de meeste gevallen buiten de kerkelijke hiërarchie zocht. Maria hoort bij het volk.

Toch zette de Reformatie haar buiten de deur. De reden daarvoor begreep ik, heel onverwacht, van binnenuit door mijn niet-meer-buitenstaanderservaring in Trinity Cathedral. Tot de eucharistie daar werd iedereen genodigd die zich verbonden voelde met wat gezegd en verkondigd werd. Iedereen gelijk voor God. De één niet zuiverder dan de ander.

Miri Rubin: Mother of God. A History of the Virgin Mary. Yale University Press $ 35,00

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden