’Maria-visioen in Lourdes was echt’

Patrick Chatelion Counet is geïntrigeerd door Bernadette Soubirous, aan wie Maria 150 jaar geleden in Lourdes verscheen. De wetenschapper bezorgde haar brieven. „Dit is authentiek.”

Wat zag de veertienjarige Bernadette Soubirous precies, 150 jaar geleden in de grot in Lourdes? De verschijning die ze daar zag, wel achttien keer, leek in ieder geval niet op het klassieke Mariabeeld dat later in Lourdes werd geplaatst en waarvan nu onnoemelijk veel kopieën wereldwijd in huiskamers, slaapkamers en kerken staan. Niet een volwassen Maria met een wit en blauw kleed.

Was het wel Maria?

De veertienjarige Bernadette had een vasthoudend karakter. Je zou haar gerust koppig kunnen noemen. Ze hield consequent vast aan haar versie van de verschijning, wat de dorpspastoor, de politiecommissaris die haar streng ondervroeg of de opgewonden dames uit Lourdes er ook maar van zei.

Schrijven kon Bernadette nog niet, op het moment van de verschijningen. Dat leerde ze pas later, bij de kloosterzusters in Lourdes en Nevers. Ze was een snelle leerling. Na een paar overgeschreven brieven met standaardformuleringen schrijft ze al snel met een eigen toon en inhoud. In honderdvijftig brieven heeft ze rekenschap gegeven van de verschijningen en van hoe het haar daarna vergaan is.

Die brieven van Bernadette van Soubirous en de vele, wel duizenden getuigen die samen met haar naar de grot keken, vertellen het ongelooflijke verhaal van de achttien verschijningen, die het leven van Bernadette veranderden en die nu nog jaarlijks vijf miljoen bezoekers naar Lourdes doen gaan. Dit jaar zullen dat er naar verwachting zelfs acht miljoen zijn, vanwege het jubileum.

De brieven van Bernadette zijn bijna net zo’n goed bewaard geheim als de drie vertrouwelijke boodschappen die de verschijning haar destijds vertelde. Het verschil is dat de drie geheimen van Lourdes nooit onthuld zijn en dat de brieven van Bernadette, of althans een aantal ervan, nu in Nederlandse vertaling zijn verschenen, met uitleg en toelichting van Patrick Chatelion Counet (1954).

Hij was als exegeet Nieuwe Testament verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Chatelion, jurist en theoloog, is tevens verbonden aan de kerkelijke rechtbank van het aartsbisdom. Al vanaf zijn studententijd is hij gefascineerd door Bernadette Soubirous. Kan dat wel, een wetenschapper die in de ban is van het visioen van een veertienjarig ongeletterd meisje, anderhalve eeuw geleden?

„Ik zie de verschijningen als irrationeel, onverklaarbaar en authentiek, en daarmee zijn ze een spiegel voor dit leven. Met authentiek bedoel ik dat Bernadette, die een uitermate stabiele persoon was, niet gelogen heeft en geen toneelspel speelde. Zo geldt voor dit leven dat het me niet bedriegt. Neem dit gesprek, we zitten nu over dit onderwerp te praten, dat is voor mij nu werkelijkheid. Tegelijk is het volstrekt irrationeel dat ik er ben en dat er een wereld is. Volstrekt onverklaarbaar ook, ondanks zoiets als een Big Bang.”

Bernadette is, bij het zien van de verschijningen, de gangbare grens tussen rationeel en irrationeel overgegaan. Chatelion: „Maar voor haar was dat geen grens, voor haar maakten die verschijningen deel uit van de gangbare werkelijkheid.”

Wat heeft ze gezien? Chatelion: „Ze zag een meisje van veertien. Anderen, aan wie ze over de verschijning vertelden, zeiden tegen haar dat het Maria was. Maar Bernadette heeft de verschijning nooit Maria genoemd. Ze duidde haar aan met Aquero, een woord in het dialect dat ze sprak, het patois, en dat zoiets als ’het’ betekent. Pas later, toen Bernadette aan de verschijning vroeg wie deze was, kwam er een andere aanduiding.”

Bij het bestuderen van de precieze formulering waarmee de verschijning zich bekend maakte aan Bernadette heeft Chatelion iets nieuws ontdekt. „De verschijning noemde zich de Onbevlekte Ontvangenis, maar dan ook in het patois: Immaculada Councepciou. Het bijzondere is voor mij niet dat Maria in het patois sprak, zoals wel eens is opgemerkt. Het zou minstens zo vreemd zijn geweest als Bernadette Maria in haar moedertaal had verstaan, het Aramees. Het bijzondere zit erin dat deze term verwijst naar het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis, dat in 1854 is uitgevaardigd. De verschijningen waren vier jaar later en het is maar de vraag of berichten over dit dogma wel waren doorgedrongen in het dorp Lourdes, aan de voet van de Pyreneëen. Het is ook de vraag of Bernadette, die pas catechese kreeg na de visioenen, hier wel van gehoord had. Maar vooral is het opmerkelijk dat Bernadette de formulering die ze gebruikt nooit gehoord kan hebben.”

Dat komt, legt Chatelion uit, dat het dogma vertelt dat Maria onbevlekt ontvangen is, en dus een voorval beschrijft. De abstracte term ’onbevlekte ontvangenis’ komt in de katholieke liturgie of traditie niet voor. „Ze kan die formulering dus niet uit haar onderbewuste gehaald hebben.”

Overigens is dit het meest misverstane dogma dat ooit is uitgevaardigd. Altijd wordt het verward met de maagdelijke geboorte, maar eigenlijk geeft het rechtstreeks commentaar op het seksuele leven van Maria’s ouders. Maria zou voortkomen uit een zuivere daad en vanaf dat haar ouders haar verwekten, zonder zonde geweest zijn.

Blijven er voldoende merkwaardigheden over aan de verschijning, bijvoorbeeld dat deze Maria volgens Bernadette een rozenkrans in de hand had en een kruisteken maakte. Een staaltje van wonderlijke aanpassing van de Joodse vrouw die Maria immers was, aan katholieke gebruiken van veel latere tijd.

Hoe dan ook, de verschijning in de grot van Lourdes aan het meisje Bernadette was een vrouwenaangelegenheid. De jonge Maria, nog zonder kind, verscheen aan het meisje Bernadette. Daarna, zegt Chatelion, „is het in Lourdes helemaal een mannenaangelegenheid geworden, overgenomen door de paters en de priesters.” De pastoor, de paters, de bisschop en de paus kibbelden over de waarde van de verschijningen en over de vraag wie de kerk mocht bouwen op de plaats die Maria had aangewezen.

Meteen al trokken de visioenen enorm veel aandacht. Tevoren kondigde Bernadette aan wanneer het weer zou gebeuren, zodat bij een van de laatste verschijningen wel 8000 mensen met haar meekeken.

Ze zagen niets, dat wil zeggen, ze zagen alleen hoe Bernadette bleek werd bij het bidden van de rozenkrans en op een vast punt in die gebeden in trance raakte. Praten deed ze zonder geluid, alleen haar lippen bewogen, al zei Bernadette zelf dat ze gewoon hardop gesproken had tegen Aquero, de jonge dame in het wit.

Na de verschijningen kon ze nooit meer gewoon over straat. Ze was een fenomeen geworden dat steeds alle aandacht trok. Al snel besloot ze het klooster in te gaan, al twijfelde ze even en is er ook een soort liefdesbrief aan een jonge pastoor die zich als kluizenaar in Lourdes wilde vestigen.

Bernadette trok eerst in bij de zusters uit Nevers die in Lourdes een gasthuis hadden, en ging daarna naar het klooster in Nevers, waar ze ziekenzuster wilde worden. In de praktijk kwam het erop neer dat ze zelf constant zorg en verpleging nodig had. Astma en andere longaandoeningen maakten een actief leven onmogelijk. Wel schreef ze brieven, aan haar familie, aan geestelijken. En uit die brieven komt een onbeïnvloedbaar, onverzettelijk karakter naar voren.

Die brieven moesten niet openbaar worden, vond ze. „Ik heb ze toch gepubliceerd. Haar schaadt het niet, en omdat ze langer dan vijftig jaar geleden verschenen zijn, kan het wel, vind ik”, zegt Chatelion.

De drie geheimen heeft ze meegenomen, het graf in. Ze was 35 toen ze stierf. Na haar heiligverklaring is haar ongeschonden lijk opgebaard in Nevers, waar het nog altijd ligt.

Patrick Chatelion Counet: Brieven van Bernadette, uit Lourdes en Nevers. Uitg. KBS, geïll. 198P., 24,50 euro, ISBN 9789061730279.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden