Maria Nurowska: vrijheid als een grap

De politieke omwenteling in Polen eind jaren tachtig, heeft in het werk en leven van de Poolse auteur Maria Nurowska een kentering teweeggebracht. Ze besloot haar romans toegankelijker te maken voor een groot publiek.

'Vroeger was Nurowska een kwalitatief hoogstaande schrijfster,' schreven Poolse recensenten naar aanleiding van het verschijnen van haar roman 'Brieven der liefde' twee jaar geleden. 'Maar nu is ze afgedaald tot een populair auteur voor een weinig eisend publiek.'

Nurowska haalt er haar schouders over op. Ze bracht voor de promotie van deze roman die onlangs in Nederlandse vertaling verscheen, een bliksembezoek aan Nederland. Zelf vindt ze niet dat ze 'zich verlaagt': “Het is gewoon een andere manier van schrijven, op een ander niveau. Voor mij is de vorm er om de waarheid te ondersteunen. Onder het communisme was Literatuur met een hoofdletter erg populair. Nu is het leven zo zwaar en vol spanning, dat je wel gedwongen bent je in te leven in wat je lezers willen. Als je tenminste gelezen wilt worden.”

Nurowska wordt vijftig dit jaar, heeft dertien romans op haar naam staan en tal van scripts die nooit de censor passeerden maar waar ze, als lid van de officiële Schrijversbond, wel voor betaald kreeg. Ze is vriendelijk, bedachtzaam en oogt opmerkelijk jong, maar achter de façade van rust drukt de somberheid. De situatie in haar land is onrustbarend: de mafia rukt op, het aantal echtscheidingen stijgt, oude mensen verpauperen, op het platteland is zelfmoord momenteel een veel voorkomend verschijnsel. De werkloosheid is hoog, met name onder vrouwen.

“Het communisme was gebouwd op de ruggen van de vrouwen,” zegt Nurowska, “en ook nu weer worden zij het hardst getroffen. Onder het communisme combineerden vrouwen slecht betaald werk met het huishouden en de zorg voor de kinderen. Nu zie je dat vrouwen als eerste worden ontslagen. Ze weten zich geen raad. Vrijheid is als een grap; de Russen zijn weggegaan maar dat heeft niets opgelost. De mensen kunnen de nieuwe werkelijkheid niet aan. Als ze al geld hebben voor een boek, dan moet dat niet somber en problematisch zijn.”

Toch is 'Brieven der liefde', het eerste boek in haar nieuwe en gepopulariseerde schrijfstijl, geen vrolijk boek. De hoofdpersoon Elzbieta kiest bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog voor haar joodse vader, en keert zich zo tegen haar arische moeder. Met hem trekt ze het ghetto in waar prostitutie de enige manier blijkt om te overleven. Eenmaal buiten het kamp neemt Elzbieta de naam Krystyna Chylinska aan en begint een nieuw leven. Ze trouwt een antisemitische cardioloog, voor wie ze noodgewdongen haar verleden verzwijgt. Haar verminkte achtergrond blijft haar echter teisteren, zeker wanneer ze in contact komt met een vroegere klant. Met deze Abel begint ze een heftige seksuele relatie. Abel emigreert naar Israël en Krystyna kiest uiteindelijk voor haar Poolse identiteit. Ze gaat daarbij zover dat ze zich tot het christendom bekeert. “Op dat aspect heb ik vaker kritiek gehad,” zegt de schrijfster, “maar psychologisch gezien is het juist. Krystyna wilde voor honderd procent een Poolse worden en aangezien 99 procent van de bevolking katholiek is, restte haar weinig keus.”

Nurowska's houding ten opzichte van de kerk en de twijfelachtige houding die de kerk innam ten opzichte van de joden, is dan ook zeer kritisch. Over de kerk anno nu is de auteur evenmin te spreken: “Momenteel zie je dat de Polen de kerk de rug toekeren, zelfs de paus is van zijn voetstuk gevallen. De nieuwe anti-abortuswetgeving en het verbod op reclame voor anti-conceptie, zijn daar debet aan. De kerk wil politieke macht en heeft die voor een belangrijk deel al verworven. Erotisch getinte films zijn taboe op tv. We verloren de rode censor maar kregen de zwarte er voor terug.”

Het was de rode censor die het verschijnen van haar eerdere roman 'Postsciptum voor Anna en Miriam' tegenhield. Het boek behandelt eveneens het Pools-joodse thema. In de roman komt de hoofdpersoon, Anna, er op haar veertigste achter dat ze eigenlijk joodse ouders heeft en dat de Poolse man die haar heeft grootgebracht haar echte vader niet is. Anna, alias Miriam kan niet leven met haar dubbele identiteit. Ze pleegt zelfmoord.

Het manuscript lag drie jaar bij de uitgever op de plank. De reden was dat er een fragment in voorkwam over de pogrom van Kielce waar in 1946 op last van de geheime dienst Poolse jongetjes werden opgepakt. “Het thema pogrom was taboe onder het communisme,” legt ze uit. “Het paste niet in de gedirigeerde naoorlogse geschiedschrijving. Net toen ik erover dacht mijn boek bij een ondergrondse uitgever te laten verschijnen zorgde Die Wende voor nieuwe publikatiemogelijkheden.'

Het joodse drama was onder het communisme overigens keurig weggesneden uit de naoorlogse Poolse geschiedenis. Nurowska, zelf niet joods, begon zich dan ook pas na haar ontmoeting met een joods-Amerikaanse professor in 1984 voor het lot van de joden in Polen te interesseren. Tevens een gevoelig deel van de geschiedenis, naar bleek; het verschijnen van Postscriptum kwam de auteur op zware dreigementen te staan van een extreem-nationalistische groepering. Ze zou de eer van haar land hebben bezoedeld.

“Het antisemitisme hangt in Polen in de lucht,” zegt Nurowska. “Dat is al jaren zo. De dubbele houding van de communisten was hier debet aan: enerzijds de anti-joodse propagandamachine en anderzijds het feit dat veel joden sleutelfuncties bekleedden. Een eenvoudiger verklaring is dat de mensen gewoon op zoek zijn naar een zondebok. Hoe komt het anders dat de jodenhaat in Polen zo leeft, terwijl er bijna geen joden meer wonen (5 000 nu tegenover 3,5 miljoen voor 1939, CJ).”

Niet alleen het joodse vraagstuk was taboe in communistisch Polen. Het manuscript van de roman 'Aan de andere kant de dood' lag maar liefst negen jaar in de la van de uitgever. Het boek is een autobiografisch relaas waarin de auteur terugblikt op de haat-liefde verhouding die ze met haar moeder had. Flarden van herinneringen rijgen zich aaneen; herinneringen aan haar moeder, een in ongenade gevallen journaliste die wegteerde door de alcohol. Pas na de dood van haar moeder verkrijgt de ik-persoon een eigen identiteit.

Als reden voor het niet-uitgeven werd papierschaarste opgegeven. De eigenlijke reden was dat de uitgever de publikatie niet aandurfde omdat Nurowska de onaantastbare positie van het gezin met de toegewijde, opofferende moeder aan de kaak stelde. Pas na een stunt van de schrijfster - verkleed als Russische prinses verscheen ze in het tv-journaal met de wanhoopskreet dat haar het werken onmogelijk werd gemaakt - kon de roman verschijnen en werd Nurowska in een klap de populairste schrijfster van haar land. Het boek werd door de katholieke kerk vanaf de kansel verdoemd. “Het kwam de verkoop alleen maar ten goede.”

Het zoeken naar een identiteit loopt als een rode draad door Nurowska's werk. “Misschien wel omdat mijn familie zich altijd immigrant voelde. Van zowel vaders als moeders zijde stroomt er Witrussisch bloed door mijn aderen. Ze voelden zich hier nooit thuis.”

Nurowska's grootvader was van zeer goede komaf en beschikte in Wit-Rusland over een paleis met honderd ramen. Tijdens de revolutie van 1920 maakten de bolsjewieken zijn landgoed met de grond gelijk. Hij ontkwam naar Polen, waar hij de rest van zijn leven in de veronderstelling verkeerde de enige overlevende te zijn.

Toen Nurowska enkele jaren geleden in een krant een artikel over haar grootvader publiceerde, kreeg ze een reactie uit onverwachte hoek; een man zocht contact met haar. Hij was haar oom. Op basis van de verhalen van haar grootvader heeft Nurowska een sage geschreven over haar eigen familie, de in Polen goedverkochte vijfdelige cyclus 'Weduwen en maagden'.

“Al is mijn werk nu toegankelijker, ikzelf heb helemaal niet het gevoel dat ik over onbelangrijke zaken schrijf,” licht de auteur haar succes toe. “Als schrijver moet je toch het gevoel hebben dat je de mensen met jouw werk beïnvloedt. Wat is anders de zin ervan? In mijn boeken snijd ik in miniatuur een groot probleem aan. Stalin zei ooit: “Eén dood is een drama, miljoenen doden is statistiek” - het drama van één persoon blijft je bij, maar het lot van een groep slachtoffers is nietszeggend. Mijn personages zijn als pluisjes die opwaaien, eenlingen die van geen betekenis lijken voor de wereldgeschiedenis.”

Bij uitgeverij De Geus verschenen van Nurowska: 'Brieven der liefde','Postscriptum voor Anna en Miriam' en 'Aan de andere kant van de dood'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden