MARGRIET, FILOSOFIE EN LIBELLE Filosofie, tweemaandelijks magazine. Uitg. Damon, Best. Abonnement 50, per jaar; los nr. 10,

Een nieuw filosofisch tijdschrift dat op de omslag van 'algemene toegankelijkheid' getuigt en in het eerste nummer over zijn Engelse evenknie kopt: 'Naief te menen dat mensen beter zullen gaan nadenken dank zij het populair maken van wijsbegeerte', dat vraagt om tekst en uitleg.

"Ik geef toe, het is een hele pretentie om een filosofisch publieksmagazine op de markt te brengen" , zegt, Cor Schavemaker, eindredacteur van Filosofie, "zeker als je bedenkt dat je moet concurreren met Margriet en Libelle. De invloed die deze tijdschriften op het denken van hun lezeressen hebben, is enorm."

Verleden jaar gestart als knipselkrantje, kiest Filosofie in haar tweede jaargang voor de frontale aanval, op jacht naar 'de gewone man of vrouw in de straat'. Wat dat betreft ontbreekt het de initiatiefnemers niet aan gevoel voor timing; afgaande op het aantal wijsgerig georienteerde lezingen dat wekelijks door een keur aan filosofisch geschoolden in den lande wordt gegeven en de aandacht die de media schenken aan filosofisch gedachtengoed, was de filosofie in ons land zelden zo populair.

De huidige vijf tijdschriften op het gebied van de wijsbegeerte zijn nauwelijks in staat gebleken aan de groeiende publieke belangstelling tegemoet te komen. "Dat gaat met Filosofie veranderen" , profeteert Schavemaker, die overigens zelf deel uitmaakt van de redactieraad van een van deze gevestigde bladen. Zijn doel is om tot een nieuwsbulletin te komen, dat zich nu eens niet richt op ingewijden. Zo wil het blad ruimte scheppen voor interviews, verslagen over actuele, maatschappelijke bewegingen, en essays.

De formule van Filosofie doet recht aan de intentie om een nieuwsmagazine te brengen, maar laat een nog wankel evenwicht zien tussen gedocumenteerde artikelen en de omvangrijke reeks rubrieken: 'Berichten', 'kalender' en 'citaten' beslaan samen niet minder dan een derde van de 45 redactionele pagina's in de eerste aflevering. Daarnaast is nog eens een dergelijke omvang gereserveerd voor - overigens ruimtevretende - boek

attenderingen.

Het tweede nummer van Filosofie, dat volgende week verschijnt, lijkt de pretentie te willen bevestigen dat de plaats en funktie van de huidige filosofiebeoefening publiekelijk ter discussie gesteld moet worden. Met name de rol die de filosofie binnen het huidige onderwijssysteem is gegeven, moet het in een kwartet artikelen ontgelden. Het begint al bij de lerarenopleiding: het nieuwe vak 'levensbeschouwelijke vorming', geboren uit de schoot van het godsdienstonderwijs, biedt weliswaar perspectieven om via de voordeur het statuut van de wetenschappelijke filosofie het onderwijs binnen te loodsen, maar het wordt inhoudelijk door louter theologen gedragen, stelt Jos van de Laar, voormalig docent theologie.

Schavemaker signaleert in zijn artikel 'Van kerk naar school' een vacuum van wereldbeschouwelijke vorming binnen het basis- en voortgezet onderwijs, nu de kerk als 'leerinstituut' op dit terrein heeft afgedaan. Hij pleit voor een werkelijke vernieuwing en verbetering van het onderwijs; de overheid stemt het onderwijs teveel af op 'ons moderne burgermansleven van alledag' en heeft in dit opzicht te weinig oog voor het spirituele aspect. Onder aanhaling van Nietzsche oordeelt Schavemaker dat "de moderne staat wel leerstoelen voor filosofie organiseert, maar niet opdat de filosoof de jeugd zou opvoeden tot intens levende persoonlijkheden die als volwassenen het leven op creatieve wijze kunnen verrijken. . ."

Het hoger beroepsonderwijs komt er al niet beter af; het HBO behoort, volgens Frank van Helmond, "met alle vezels tot het domein van de produktiegerichte wetenschap, de technologie." Binnen deze leergang wordt technologie vaak vereenzelvigd met industriele ontwikkeling en produktie van goederen. Je kunt nu wel trachten een brug te slaan tussen wetenschap en wijsheid door meer ruimte in de (technische) opleidingsprogramma's te scheppen voor onder andere filosofie, maar waar het om gaat is dat de ingenieur - net als de landschapsschilder - de rust neemt om "door een holletje van zijn vingers te turen naar wat hij heeft gefabriceerd" , aldus Van Helmond.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden