'Margriet en Libelle worden van de eerste tot de laatste letter vertrouwd'

Geef de vrouw een breipatroon en ze is volmaakt gelukkig. Dat is volgens velen nog steeds de kern van het redactionele beleid van vrouwenbladen als Margriet en Libelle. 'Anti-emancipatoir' zijn ze ook wel eens genoemd. Onzin, zeggen de direct betrokkenen. "Wij wijzen niet meer zo met het vingertje, onze vrouwen weten zelf wat ze willen, hebben hun eigen normen, die hoeven wij ze niet bij te brengen."

JET KUNKELER

Over vrouwenbladen - damesbladen heetten ze vroeger, maar die term is tegenwoordig streng verboden - wordt doorgaans negatief geoordeeld en geschreven. Mieke de Haas: "Vroeger, toen ik bij het dagblad De Tijd werkte en zo nu en dan over Libelle of Margriet schreef, deed ik dat met de vooropgezette bedoeling ze te kraken. Ik kon me niet voorstellen dat daarover iets positiefs te schrijven viel. Toen Libelle voor het eerst de Wilhelmina Druckerprijs uitreikte ben ik er eens lekker voor gaan zitten. De ironie droop eraf, enig stukje werd dat."

Wijzend op een beeldje in haar woonkamer, een trots vrouwenfiguurtje: "Ik heb hem nu zelf, die prijs, ik heb hem mezelf toegekend, ik vond dat ik hem verdiend had."

Mieke de Haas ging in 1971 werken bij een van die door haar zo verfoeide bladen, Libelle. Een cultuurschok, noemt ze die overstap. Ze werd chefredacteur van dit, zoals vele geillustreerde tijdschriften tot het VNU-concern behorende blad, bleef er tot 1980, bedacht vervolgens een nieuw maandblad voor de vrouw, Nouveau, en werd daarvan hoofdredactrice. Zij is, zoals het in VNUkringen heet, een 'bladenmaker', een vak dat het bedenken en opzetten van een nieuw tijdschrift inhoudt, en het opkrikken of vernieuwen van een bestaande uitgave. Toen Nouveau een succes bleek, 'af' was, vond ze haar aanwezigheid daar niet langer vereist en vertrok, weer als hoofdredactrice, naar 'Eigen Huis & Interieur'.

In haar boekje 'Vrouwenbladen, spiegels van een mannenmaatschappij' komt Iris Wassenaar tot de slotsom dat "de onderdrukking van de vrouw door de wetten van de man en door de wetten van het kapitaal, de vrouwenbladen een reden van bestaan (verschaft). Iedere week weer verschijnen ze in meer dan twee miljoen exemplaren. Twee miljoen tijdschriften, maar niet voor de vrouw" . Het boekje verscheen in 1976, toen de tweede feministische golf was aangerold en het maandblad Opzij nog maar kort bestond. De meer traditionele vrouwenbladen kregen - en krijgen vaak nog - het verwijt dat ze hun lezeressen te zeer bepalen bij haar rol als huisvrouw en moeder, haar overladen met recepten, breipatronen en opvoedkundige adviezen. Een ook buiten Libelle populaire strip als 'Jan, Jans en de kinderen' werd door Iris Wassenaar zelfs 'anti-emancipatoir' genoemd. Margriet komt er in haar evaluatie ietsje beter af dan Libelle, maar toch worden ook haar bezigheden op emancipatorisch gebied 'halfslachtig' genoemd.

Mieke de Haas staat, op haar beurt, kritisch tegenover het feminisme. "Ik heb nooit geweten wat ik daarmee aan moest." Ze schreef wel, heel bewust ('zendingsdrang, ja'), in Libelle een column die als doelstelling had vrouwen, 'de zwaksten in de maatschappij', een steuntje in de rug te geven. En dan niet het wat meer zelfbewuste type, dat het ook zonder het feminisme wel zou redden, maar de verlegen vrouw, die niets durft, voor wie ook de drempel naar het Vrouwenhuis ('daar durfde ik zelf ook niet heen') te hoog is. "Als je die vrouw niet meekrijgt, als die zich buitengesloten voelt, is je hele hoogdravende revolutie mislukt. Een zich socialistisch noemende revolutie mag nooit de allerzwaksten over het hoofd zien. Vanwege die arrogantie heb ik me nooit tot het feminisme aangetrokken gevoeld. In mijn column heb ik mezelf, naar waarheid, altijd neergezet als iemand die ook niet zo vreselijk durft, ook oenige dingen doet, heimelijk trots is op wat haar man doet, maar die op een gegeven moment, in een volgende column, toch wel wat onderneemt."

Ofschoon de oplages van zowel Libelle als Margriet in 1992 wat gedaald zijn vergeleken bij het vorig jaar, worden ze, samen, toch altijd nog door zo'n 4 miljoen mensen (onder wie ook mannen) per week gelezen. Men bereikt dus een gigantisch aantal mensen en kan daarmee grote invloed uitoefenen. De gynaecoloog Haspels heeft eens gezegd dat het massale gebruik van de pil in Nederland te danken is aan de vrouwenbladen, die de lezeressen daarmee vertrouwd maakten. Omgekeerd heeft Libelle, zegt Mieke de Haas, eens een babyboom veroorzaakt door zegge en schrijve een artikel, waarin werd geopperd dat de pil misschien niet zo goed voor je gezondheid was. Prompt zagen legio vrouwen van dit voorbehoedmiddel af.

"Margriet en Libelle" , oordeelt ze, "fungeren als vertrouwensfiguren aan wie je nog eerder iets schrijft dan aan je beste vriendin. Tussen die bladen en hun lezeressen bestaat een heel nauwe, intieme band, die uniek is in de wereld. Denk aan 'Lieve Lita' uit de Libelle, aan 'Margriet weet raad'. Zo'n band heeft geen enkel vrouwenblad in geen enkel ander land. 'Dear Abby'? Die gaat toch anders met haar lezeressen om. Libelle en Margriet slaan al een arm om haar heen als de familieleden nog denken: wat moet ik tegen haar zeggen? Ze heeft geen reden het oordeel van het blad in twijfel te trekken; dat is ook de grote kracht van deze tijdschriften. Dat is nog steeds zo, hoewel de vrouw een stuk mondiger is geworden. Men vertrouwt Margriet en Libelle van de eerste tot de laatste letter."

Over die vragenrubrieken is bij het veertigjarig bestaan van Margriet, in 1978, een interessante studie verschenen: 'Margriet weet raad; gevoel, gedrag, moraal in Nederland 1938-1978', samengesteld door C. Brinkgreve en M. Korzec. De problemen en de antwoorden erop geven een goed beeld van de ontwikkelingen die zich in die periode voordeden, zowel bij het lezerspubliek van Margriet, bij de redactie van dat blad als in de Nederlandse samenleving als geheel.

"Vragen op zedelijk gebied" , zo klinkt het in 1950, "behandel ik liever niet. Het is uiterst gevaarlijk terrein en bovendien niet geschikt om hetzij hier, hetzij per brief beantwoord te worden." Heel anders van toon is een advies uit 1974: "U weet het, wij weten het, en uw zoon weet het allang: hij is hoogstwaarschijnlijk homofiel." Hoe opmerkelijk ook de veranderingen op het gebied van de seksualiteit, op dat van de verhouding tussen mensen uit verschillende klassen en zuilen, hoe vergaand ook de verschuiving in de relaties tussen ouders en kinderen, de ingrijpendste ontwikkeling tijdens deze periode was volgens de samenstellers van dit boekje de verandering in de machtsverhouding tussen mannen en vrouwen.

Voor mannen was de rubriek aanmerkelijk toleranter dan voor vrouwen; dwaalde zo'n man eens van het rechte pad af, ach, dan moest men hem dat niet al te kwalijk nemen, hij kwam wel weer terug. Vrouwen daarentegen werd zo'n uitstapje buiten het huwelijk hoogst kwalijk genomen. Zij dienden zichzelf weg te cijferen, offers te brengen, zich te gedragen als zorgzame feeen. Als een vrouw schrijft dat haar man jaloers is op haar interessante werk, wordt haar aangeraden daarmee te stoppen, aangezien de arme stakkerd zich waarschijnlijk gekrenkt voelt in zijn eigenwaarde. In 1977 klinkt het: "Het is een gezond egoisme als je nu en in je huwelijk het recht vraagt jezelf zo volledig mogelijk te ontplooien."

"Wij wijzen niet meer zo met het vingertje, onze vrouwen weten zelf wat ze willen, hebben hun eigen normen, die hoeven wij ze niet bij te brengen" , zegt Aty Luitze (39), hoofdredactrice van Margriet, voordien werkzaam bij Libelle en bij een aantal handwerkbladen.

Margriet was in de jaren zeventig misschien wat meer emancipatoir dan Libelle, maar in de loop der jaren zijn de twee bladen, constateren Mieke de Haas en Aty Luitze, sterk naar elkaar toe gegroeid: de doelgroepen zijn voor 95 procent identiek, 50 procent leest beide bladen. Vrouwen vanuit verschillende achtergronden en van uiteenlopende leeftijd, maar de gemiddelde Margrietlezeres is een vrouw van 33 jaar, met kinderen die een beetje ouder zijn dan de babies van Libelle; velen hebben een baan, meestal part time, terwijl menigeen binnen nu en twee jaar de arbeidsmarkt betreden wil.

Menig Margrietlezeres zal dus te maken hebben met het probleem hoe een baan te combineren met kinderen en huishouding. In haar lijfblad zal ze daar echter weinig over aantreffen. Luitze: "Daar heeft ze Margriet niet voor. Ze heeft Margriet voor drie dingen: informatie, entertainment en emotie. Alles is tegenwoordig bespreekbaar in Margriet, er wordt bijvoorbeeld ook over aids geschreven, maar het moet geen probleemblad worden."

"Het informatieve element is sterk veranderd in die zin dat je de mensen vroeger echt moest helpen; nu zijn er overal zelfhulpgroepen. Met de Margriet vertrouwenstelefoon, die heel belangrijk was voor vrouwen die nergens terecht konden, zijn we na twintig jaar gestopt, die was niet meer nodig."

Margriet heeft in het verleden een aantal belangwekkende enquetes laten houden, 'God in Nederland' bijvoorbeeld. Dat gebeurt nog wel, maar, zegt Luitze, "de onderzoeken zijn nu meer gericht op wat er leeft in de maatschappij, ze lopen er niet meer op vooruit, je hoeft geen voortrekkersrol meer te spelen." Zo zijn er enquetes gehouden naar de vraag wat mensen vinden van hun lijf ('Dik ontevreden') en over seksualiteit en binnenkort is de uitslag te verwachten van een onderzoek naar zekerheid en onzekerheid.

Schappen in supermarkten, in kiosken, in boekhandels, ze puilen uit van de tijdschriften, het ene nog glanzender en glossyer dan het andere. Ondanks die overvloed aan vrouwen- en andere bladen zou Mieke de Haas er 'nog wel driehonderd' weten te bedenken. Mensen zijn, zegt ze, niet meer te verdelen in de vier bekende welstands- en opleidingsklassen, er zijn veel meer variaties te bedenken en daarmee ook meer bladen. Ze kennen ook verschillende 'leesmomenten': "De ene keer pakken ze Libelle om te kijken hoe een broodje kaas het best te garneren valt, even later pakken ze Nouveau omdat ze op zoek zijn naar een heel bijzonder gordijn, en als ze willen weten hoe het staat met de Golanhoogte raadplegen ze Trouw."

Stel dat je een nieuw blad zou mogen maken, wat zou dat er voor een zijn?

"Een waarin ik het voor de mensen opneem; ik bemoeder ze graag, maar dan wel zodanig dat ze dat leuk vinden."

Aty Luitze, op diezelfde vraag: "Een blad voor mezelf misschien. Een vrouwenblad gericht op veertigers, goed opgeleide vrouwen, met een baan, zonder kinderen. Nee, de Margrietredactie is niet volkomen identiek met haar lezeressen, maar ze moet zich wel in de doelgroep kunnen inleven, er affiniteit mee hebben. Je moet ze koesteren, je lezeressen."

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden