Opinie

Margot, we hebben je nodig

(Trouw) Beeld
(Trouw)

Aarzel niet om de abrupt opgestapte voorvrouw van de Duitse protestanten naar Nederland te halen, betoogt Lodewijk Dros. Zij is het talent waar hier behoefte aan is. „Küssmann doet ertoe.”

Die zaterdagavond rond elven, dat stoplicht in Hannover: ze zal het niet licht vergeten. Misschien was het een geluk dat ze door rood reed, want daardoor hield een agent haar aan. Die stelde vast dat ze gedronken had. Een gevaar op de weg.

De veertigdagentijd was nog maar net begonnen en uitgerekend zij, de lutherse dominee, had zeven weken drooglegging beloofd. Ze zou vasten, drank laten staan. Protestanten doen wel vaker mee met de vasten; sommigen zeggen dat ze hun rooms-katholieke voorbeelden in ijver in de schaduw stellen. Katholieken vasten zoals moslims dat gewoon waren te doen – met een prettige losheid. Margot Küssmann is rechtlijniger.

Küssmann bestuurde die 20ste februari haar dienstauto met, volgens de Duitse justitie, een promillage van 1,54 – ze had het zelf over een prosecco en twee witte wijntjes, ’niet meer’. Net die avond had ze haar chauffeur vrijaf gegeven.

Ze is jong, 51 nog maar, een celebrity – en snel. Haar katholieke collega-bisschoppen modderen jaren door en stappen toch niet op bij het grote wegkijkschandaal waaraan scholieren werden geofferd. Landesbischöfin Kassmann was in een lang weekeinde uit. „Ik heb een grote fout gemaakt. Mijn hart geeft me in dat ik niet meer de nodige autoriteit heb om mijn ambt te vervullen.”

Haar verblijf aan de kerkelijke top in het land van Maarten Luther had 121 dagen geduurd. De eerste volle vastenweek was nog niet voorbij, of Küssmann was weg, via de zij-ingang.

De functies die ze had neergelegd, waren niet de minste. Niet in de academie was ze opgeklommen – al was ze gepromoveerd – maar in de kerk. Ze werd het jongste lid van het Centraal Comité (hoofdbestuur) – van de Wereldraad van kerken, en bisschop van Hannover, alweer als jongste, en de tweede vrouw op zo’n post. Duitse lutheranen kennen het bisschopsambt, dat tot voor kort was voorbehouden aan mannen. En als de lutheranen zoiets als een aartsbisschop hadden gekend, dan was dat sinds vorig jaar haar titel geweest. In 2009 werd de Bischöfin voorzitter van de Evangelische Kirche in Deutschland, de grote zus van de Protestantse Kerk in Nederland.

Haar geloofwaardigheid die ze na haar uitgelekte bloedtest kwijt was geraakt, herwon ze door razendsnel terug te treden. De hoon die even haar deel was, sloeg meteen om in lof.

In de Duitse pers gaat het hardnekkige gerucht dat Küssmann snel gescout gaat worden door de politiek – daar is behoefte aan mensen die geen excuses verzinnen maar verantwoording nemen, aan mediatalenten ook.

Zo’n overstap is niet zo vreemd, er zijn in Duitsland wel meer voorbeelden van dominees die de politiek ingaan. In Nederland trouwens ook – van Abraham Kuyper tot Ab Harrewijn.

Küssmann zelf schijnt gezinspeeld te hebben op een andere overstap: naar de lutherse kerk in Parijs om daar gewoon dominee te worden. Nu ze haar werk heeft moeten neerleggen, biedt dat mogelijkheden. In Nederland zou ze zegenrijke arbeid kunnen doen. Want zulke talenten zijn heel zeldzaam.

Waarom zou Margot Küssmann naar Nederland moeten komen?

Om te beginnen is dat niet zo uitzonderlijk; een fors deel van de leiding van het lutherse smaldeel van de PKN bestaat uit Duitse immigranten; de net opgestapte preses was een Duitser, diens voorgangster ook en zijn opvolger al evenzeer. Bekwame bestuurders, ongetwijfeld, maar niet van de spraakmakende statuur van Küssmann.

In haar rechtlijnigheid, waar ze zich bij haar afscheid op beriep, gaat ze wel eens wat ver – Der Spiegel karakteriseerde haar als ’beroepsmatig moraliste’. Maar daarin bestaat ook een deel van haar eigenwaarde – de ándere karaktertrek waar ze in haar korte afscheidsverklaring over sprak.

Rechtlijnigheid en gevoel voor eigenwaarde kunnen tot gelijkhebberigheid leiden, maar in haar jaren bij de Wereldraad van kerken werd duidelijk dat het haar juist zo solide maakte.

Dat oecumenische orgaan – met honderden lidkerken een forse evenknie van de rk kerk – heeft in de afgelopen decennia een vreemde koers gekozen. De raad sprak zich voor de val van de Muur zelden uit voor vrijheid in landen waar die door communistische regimes aan banden was gelegd. De raad zweeg over etnische zuiveringen door de Serviërs in Kosovo maar sprak haar rappe veroordeling over Navo-bombardementen op Servië uit – uit angst voor kritiek uit de Servisch-orthodoxe kerk, een van de lidkerken.

Opmerkelijk was de Nederlandse bijdrage aan die Raad: hoofdbestuurslid ds. Wies Houweling vond het, zei ze eerlijk, ’moeilijk’ om daarbinnen wat goeds te zeggen over het westerse model. De arme bewoners van het zuiden van de wereld eisten namelijk excuus voor hun deplorabel bestaan dat ze danken aan ons – wij hebben een historische schuld, door kolonialisme, slavernij en kapitalisme. Daarmee zat, gaf Houweling schoorvoetend toe, het Westen in de ’morele tang’. Dat ontaardde in een binnenkerkelijke dhimmitude: gegijzeld door schuldgevoel past de blanke westerling slechts nederigheid. Dus: geen verstandige kritiek op foute regimes die armoede bevorderen. Geen opkomen voor moeizaam opgebouwde rechten voor vrouwen.

De oosterse orthodoxie maakte zich begin deze eeuw in de Wereldraad breed door met opstappen te dreigen als westerlingen met hun irritante betogen over vrouw-en-ambt of homo’s de vergaderingen vervuilden. Al die westerse protestanten, daar konden ze zelfs niet meer mee samen het avondmaal vieren. De raad, volgens deze krant ’met de geur van angstzweet’, zwichtte voor wat een Nederlandse afgevaardigde zo omschreef: popes die zich in poenige sleeën laten voorrijden en hun assistenten als halve slaven bejegenen en die alleen mannen serieus kunnen nemen.

Maar Küssmann zwichtte niet. In 2002 stond ze tijdens een vergadering van de Wereldraad in Genève plotseling op. Met dezelfde houding van ’zelfrespect en rechtlijnigheid’ als waarmee ze onlangs haar vertrek aankondigde, stapte ze uit het Centraal Comité. Niet arrogant, maar met een overtuiging die ertoe deed. Daar stond ze, ze kon niet anders. Haar oecumenische inborst liet doorgaan domweg niet toe. „De Wereldraad geeft het hart van de oecumene op.”

In de zaal zat een kardinaal als waarnemer bij de vergadering; zijn rk kerk vindt protestantse kerken ook maar zo-zo, meer iets ’kerkachtigs’, en vrouwen mogen tot in eeuwigheid geen priester worden. Dus fluisterde de prelaat hoofdschuddend Margotchen, Margotchen.

Maar Margootje had gelijk. Toen ze niet alleen Landesbischöfin, maar ook Ratsvorsitzende van de EKD werd, rukten de brommende orthodoxen weer op. In december 2009 bleek hun weerzin tegen deze gescheiden vrouw – twee diskwalificaties voor een bisschop die het bewijs vormden dat ’de westerse samenleving in crisis verkeert’. Een gezamenlijk feestje voor een halve eeuw Duits-Russische kerkelijke samenwerking, al lang geagendeerd, werd afgeblazen.

Küssmann had gezien dat ze haar rug recht moest houden. Zo representeerde ze het beste van het Westen: een fiere, intellectuele, gelovige vrouw die zich niet in een hoek laat trappen.

Dat de Duitse protestanten haar als topvrouw hadden gekozen, was niets minder dan een statement: vrouw én gescheiden én uitgesproken in maatschappelijke, politieke en religieuze kwesties. De EKD had lef. En kreeg een geprofileerde preses – die een half jaar geleden de natie ontroerde door de goede woorden te vinden nadat de Duitse doelman Robert Enke zich voor een trein had geworpen én die tumult veroorzaakte door in haar kerstpreek te verzuchten dat ’in Afghanistan níets goed gaat’, een dolksteek voor de Duitse troepen daar.

Nu ze zichzelf door een misser buitenspel heeft gezet, hebben enkele Nederlandse protestanten al overwogen de trein naar Hannover te pakken en thee te gaan drinken in de lutherse bisschopswoning die Küssmann binnenkort wel uit zal moeten. Verspiedersgesprekken met de Duitse ’popbisschop’ die de EKD ontdeed van haar suffe imago. Om de weg te vinden uit de impasse waarin de Nederlandse kerk nog steeds zit.

In Nederland is de kerk haar machtspositie kwijt. Ze roept wel dat in de marge haar kracht ligt, maar het blijft lastig. Daar komt bij dat protestanten het werkelijk over álles oneens zijn; dat delen ze met rooms-katholieken, maar die hebben nog een instituut dat de schijn van eenheid probeert op te houden.

Onmacht en verdeeldheid: ziedaar de weinig hoopgevende uitgangspositie voor de protestant. In zijn net verschenen boek ’Een huis voor de ziel’ noemt de Leidse hoogleraar Henk de Roest dit ’betekenisloosheid’, „het pijnlijk gegeven dat de kerk voor zeer velen geen enkele betekenis of functie heeft: niet voor persoonlijke troost of hoop, niet voor hun religieuze overtuigingen en ervaringen, niet voor hun behoefte aan gemeenschap, maar ook niet voor het reilen en zeilen van de samenleving”. De Roest noemt dit zelfs ’de grootste bedreiging voor de kerken’.

De Roest wijst bij wijze van oplossing op het belang van aansprekende personen, models of spirituality, maar hij zoekt die uitsluitend dichtbij huis. Terwijl er op nationaal niveau ook wat te winnen valt, in een bijzonder rolmodel. Geen academische celibatair, maar een moeder met vier kinderen, een gescheiden vrouw die borstkanker kreeg en daar openhartig over schreef, niet larmoyant, maar in de diepe overtuiging ’dat geen mens dieper kan vallen dan in Gods hand’. Die daar in talkshows over praat.

Als geen ander realiseert Küssmann zich dat op haar positie het persoonlijke publiek is; het was een schandaalkrant die haar dronkenvrouwsrit openbaar maakte. Maar ze laat zich niet helemaal meezuigen in het gulzige instituut dat de media geworden zijn; over haar echtscheiding spreekt ze in haar autobiografie discreet.

Lang niet iedereen ambieert zo’n geprofileerde rol; Küssmanns opvolger is weer een keurige man van rijpere leeftijd. Zijn voorkomen is opvallend vertrouwd, hij lijkt sprekend op een portret dat een Nederlandse kenner van de huidige predikantenstand schetste. Natuurlijk, het draait in het geloof om het hartje, maar van buiten kun je aflezen hoe het daarmee staat: sinds de jaren zestig zijn predikanten zo ontmoedigd geraakt om zich in het openbaar te laten gelden, „dat zij een perfecte schutkleur hebben aangenomen”. Ze dragen truien en C & A-pakken, in gedekte herfstkleuren waar het ’sorry dat ik besta’ van afstraalt.

Vergelijk dat maar eens met de jurk die Margot Küssmann bij de persconferentie voor haar vertrek had aangetrokken: grijs van deemoed maar zilver van zelfrespect, franjeloos als haar eigen rechtlijnigheid maar elegant als altijd.

In Nederland worden, net als in Duitsland, de grote debatten in de media gevoerd, terwijl er weinig protestanten zijn die daarin uitblinken. De nieuwe PvdA-lijsttrekker Job Cohen zei onlangs in een interview: „De kerken spelen geen grote rol in het maatschappelijk debat.” Terwijl hij ze gráág zou horen, met een ’moreel appel over integratie en migratie’. Maar ze zwijgen doordat ze, zegt Cohen, „hun geloof zo relativeren dat ik denk: Wat blijft er van over?”

Waarom hoor je hier nooit iets van topdominees bij discussies die er echt toe doen? Waarom hoor ik alleen de sonore bas van atheïstisch dominee Klaas Hendrikse, of de zalvende EO-stem van ds. Arie van der Veer?

Omgekeerd: media weten gelovigen doorgaans alleen te vinden als er rottigheid is. Zelfs de enige uitblinker, de mediagenieke priester Antoine Bodar die écht uit kan leggen waar het de kerk om gaat, mag vrijwel uitsluitend uit Rome opdraven als er misbruikellende of homogedoe wordt besproken bij ’De wereld draait door’ en ’Pauw & Witteman’.

Met het invliegen van Margot Küssmann wordt dat anders, dat is zeker. Ze is vergeleken met de Amerikaanse actrice Demi Moore, vleiend en vilein ineen, want Gods verdelende gerechtigheid kan toch niet toestaan dat iemand én vrouw én mooi én goed is.

Ja, Küssmann is een buitencategorie. Een ster die, schreef Der Tagesspiegel, met haar snelle ontslag graaiende bankiers, wegkijkende bisschoppen en miskleunende politici beschaamde.

Daarmee vestigde ze een nieuwe norm en herstelde haar morele geloofwaardigheid en integriteit. Toen ze aantrad als eerste vrouw van de EKD zei ze meteen dat ze zich niet wilde laten muilkorven; onwelgevallige uitspraken zou ze niet schuwen.

Zoiets is in Nederland nog nauwelijks denkbaar; daar krijg je als journalist mot met de Coördinator Corporate Communicatie als je je direct tot de preses hebt gericht. Dat mag alleen via de persdienst, heet het dan knorrig.

Dat zou Küssmann vermoedelijk heel anders aanpakken. Om dat mogelijk te maken is meer lef nodig. Geen instemming met de uitspraken van de voorvrouw, maar overtuiging: dat ze relevant is voor het debat en als identificatiemodel. Opvattingen doen er daarvoor niet eens zo veel toe, ze had ook minder progressief kunnen zijn. Relevantie is in de geseculariseerde samenleving met haar mediacratie veel belangrijker dan de grootte van je achterban of de eensluidendheid van de vertolkte opinie. Küssmann doet ertoe – helderder kan ik het niet uitdrukken.

Binnenkort, halverwege mei, maakt Küssmann haar rentree in de openbaarheid, met een lezing tijdens de Kirchentag, de nationale oecumenische toogdag. De zaal zal uitpuilen.

De Nederlandse predikant Ranfar Kouwijzer bezocht zo’n Kirchentag in 2009. Op zijn blog vertelt hij hoe Küssmann daar voor 14.000 mensen een bijbelstudie leidde. Geen sexy activiteit, en ook nog eens rond een overbekend bijbelverhaal, maar Kouwijzer was overrompeld. „Ze heeft veel vaart, is theologisch sterk, persoonlijk, emotioneel of humoristisch als het moet, maar komt ook maatschappelijk scherp uit de hoek.

Al met al deed Küssmann een stevig appèl, maar het werd nooit beklemmend. Dat heeft met haar charisma te maken – en met het feit dat haar verhaal perfect uitgebalanceerd was. Küssmann is bisschop, maar iemand met zulk talent zou net zo goed een vooraanstaand politica kunnen zijn. De zaal was ontroerd – Ja, wir können!

In de vele commentaren op haar val valt steeds het woord ’charisma’, een begrip dat regelrecht uit het christelijke Grieks komt. Dat moeilijk te omschrijven fluïdum is een goddelijke gave die, geheel tegen het rechtvaardigheidsgevoel in, ongelijk is rondgestrooid. Küssmann is er rijkelijk mee begiftigd. Daardoor hindert haar moralisme niet, ze ’heeft charisma’, zoals dat heet. Dat houdt ze, ook na die prosecco en een paar wijntjes.

Ze kan hier na de zomer beginnen, als de kater is verdwenen en ze lang genoeg op haar zelfgekozen strafbank heeft gezeten. Tot die tijd kan zij alvast wat Nederlands leren, en haar nieuwe kerk de benodigde lef. „Ik zal niet voorzichtiger worden”, zei ze toen ze aan het hoofd kwam te staan van de EKD. „Als een bisschop geen scherpe kantjes meer heeft, luistert niemand meer naar hem of haar.”

Margot, komm herüber und hilf uns!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden