Margiono: ’n carrière ondanks Margiono

(Trouw) Beeld
(Trouw)

Precies twintig jaar nadat ze in het Amsterdamse Muziektheater doorbrak in Mozarts ’Così fan tutte’ nam Charlotte Margiono in februari van dit jaar op dezelfde plek, opnieuw in een Mozart-opera, onverwacht afscheid van de bühne. De sopraan blikt terug op een zware, maar bijzondere carrière.

In februari van dit jaar was het zo ver. Na de laatste voorstelling van Mozarts ’Le nozze di Figaro’ bij De Nederlandse Opera (DNO), waarin ze de kleine rol van Marcellina zong, kondigde sopraan Charlotte Margiono aan dat ze per direct stopte met haar operacarrière. Dit laatste optreden viel bijna op de dag af samen met Margiono’s grote doorbraak bij DNO twintig jaar geleden in de rol van Fiordiligi in Mozarts ’Così fan tutte’. In de bak zat toen het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Nikolaus Harnoncourt. Een beter begin van een heuse wereldcarrière leek niet denkbaar. Een onverwachter einde ervan lijkt dat evenmin. Maar de zangeres zelf broedde er al langer op.

„Ik heb deze stap vanaf 2004 beetje bij beetje voorbereid. Toen al wist mijn impresario Pieter Alfrink dat ik wilde gaan afbouwen. Toevallig kwamen er nog wat engagementen bij DNO langs, maar mijn besluit stond vast. Ik was de laatste tijd uit mijn gewone balans geraakt. De balans tussen ’wat kost het je?’ en ’wat brengt het je?’ was verstoord. Ik ben eigenlijk nooit een artiest geweest die het vak met echt plezier uitoefende. Er zijn mensen die onbedaarlijk kunnen genieten van hun stem en van hun kracht. Dat heb ik nooit in die mate gehad. Begrijp me niet verkeerd, ik vind het heerlijk om muziek te maken, maar alleen maar als het op een oprechte manier kan.

„Opera is een zwaar vak. Je moet heel lang en intensief werken om een rol in je kop te krijgen; da’s niet altijd leuk. En dan krijg je soms te maken met vervelende regisseurs of met een productie waar je niets mee kunt. Ik voelde me als zanger vaak kwetsbaar. Het heeft me zelf misschien nog wel het meest verbaasd dat mijn carrière zo’n vaart heeft gekregen. Ik ging naar het conservatorium om blokfluitjuf te worden, en nu stond ik ineens op grote operapodia hoofdrollen te zingen.”

Heeft u dan ondanks uzelf carrière gemaakt?

„Zo zou je het wel kunnen zeggen, ja. Ik vind het moeilijk om onder woorden te brengen waarom het zo was. Natuurlijk was ik blij met alle aanbiedingen die ik kreeg. Overigens waren mijn allereerste vragen bij een aanbieding steeds: ’Wie is de dirigent, wie zijn mijn collega’s, kan ik met hen muziek maken?’ De kritische houding die ik altijd tegenover mezelf had, heeft natuurlijk niet geholpen. Ik herinner me nog goed hoe ik in Brussel geworsteld heb met de rol van Chrysothemis in Strauss’ ’Elektra’. Een schitterend werk, maar het heeft me zó veel gekost om het voor elkaar te krijgen. Uiteindelijk ging het gelukkig goed, maar het duurde lang voor ik er zelf tevreden over was. Dat perfectionisme heeft me in een nogal negatieve staat gebracht, helemaal toen die vreselijke allergie erbij kwam.”

Margiono ontwikkelde allergische reacties op rondzwevende pollen. Een soort hooikoorts, maar dan erger. Dat sloeg op haar keel en stembanden waardoor ze regelmatig voorstellingen moest afzeggen. Eerst gebeurde dat alleen in pollenrijke periodes in het voorjaar, maar al snel kon de allergie het hele jaar de kop opsteken.

„Door die allergie heb ik een enorme angst ontwikkeld. Een angst waarvoor ik sinds kort – kun je nagaan hoe lang dat doorwerkt – naar een traumaspecialist ben gegaan. Ik moest heel vaak voorstellingen afzeggen. Maar ik ging soms ook de bühne op, alleen maar omdat ik niet wéér wilde opgeven; dan wist ik dat het onverantwoord was, met alle gevolgen van dien. Ik ben één keer echt midden in een concert opgehouden. Mijn toch al schorre stem werd almaar heser. Ik heb het publiek ingelicht dat ik niet verder kon. Pfff! Als ik ooit nog mijn memoires ga schrijven dan wordt het hoofdstuk over deze allergie verre van fruitig, om het maar eens zo uit te drukken. Wat een verschrikkelijke tijd was het. Die ’Otello’ van Verdi die ik bij DNO met Riccardo Chailly en het Koninklijk Concertgebouworkest zou doen! Oooo, daar wil ik echt niet meer aan denken. Ineens dook die allergie weer op. Pierre Audi snapte er niets van, omdat ik drie dagen eerder tijdens een orkestrepetitie nog fantastisch gezongen had. Volgens mijn man zag ik er toen uit als een uitgeleefde geest. Hij heeft me toen als het ware ingepakt en me meegenomen, ver weg van alles. Ook op mijn man trok die allergie overigens een zware wissel.

„Ik ben gelukkig relatief goed hersteld. In 1996 lag het dieptepunt; toen heb ik geloof ik alles afgezegd. Vanaf 1998, na behandeling door antroposoof Arie Bos, ging het de goede kant op; hij heeft mijn stem weer in gang gebracht. Ik durf nu wel toe te geven dat een groot deel van wat er met mijn stem gebeurde ook tussen mijn oren zat, maar dat had ik tóen niet door. Na het herstel heb ik nog de grote Wagnerrollen gedaan en die hebben me echt vreugde gebracht. Er is een opname gemaakt van de allerlaatste uitvoering van ’Die Walküre’ in september 2005. Er waren drie voorstellingen gepland, alle in het kader van de complete ’Ring des Nibelungen’ die DNO toen hernam. Bij de eerste voorstelling was ik ziek – ik speelde wel op de bühne maar een andere zangeres zong mijn rol. Bij de tweede voorstelling is mijn hele partij overgenomen. Maar bij de derde was ik er weer, en van die uitvoering heb ik een liveopname. Dat is niet de opname die later op cd is verschenen, want dat is een door Hartmut Haenchen gemonteerde opname. Mijn opname is puur en echt van begin tot eind. Daarop hoor ik een zangeres die dát heeft wat ze ten tijde van ’Così fan tutte’ in 1990 ook had. Ik liep tijdens die ’Walküre’-uitvoering op vleugels, alles klopte in deze zware rol. Met die ene ’Walküre’ in 2005 was de cirkel wel rond vond ik; een mooie lijn van Mozarts Fiordiligi naar Wagners Sieglinde.”

Maar hoewel het gevoel van afsluiting daar was, kwam er nog meer voorbij. Margiono spreekt in dit verband over ’het drama van de Da Ponte’s’ en doelt daarbij op de drie Mozart-opera’s met een tekstboek van Lorenzo da Ponte die DNO eind 2006 als een Mozart Trilogie presenteerde. De ensceneringen, vooral die van ’Don Giovanni’, veroorzaakten veel rumoer, woede en hoon, en ze leidden impliciet tot het vervroegde vertrek van de toenmalige chef-dirigent Ingo Metzmacher. „Ik had het nooit moeten doen”, zegt Margiono over haar toezegging om in die ’Don Giovanni’ nog één keer de rol van Donna Elvira te zingen. Het werd voor haar en voor vele anderen een deceptie.

„DNO had me gevraagd om in ’Le nozze di Figaro’ het rolletje van Marcellina te doen. Kijk, dat ik niet meer de ideale Contessa van vroeger was, dat wist ik zelf ook wel. Ik zat in de overgang, en er was van alles aan de hand met mijn stem. Bovendien leek Marcellina me echt leuk. Ik had nog nooit een lollige rol gedaan. Toen ik toezegde, vroegen ze me of ik dan ook Donna Elvira wilde doen, omdat het de bedoeling was dat alle zangers meerdere rollen in die Trilogie op zich zouden nemen. Helaas heb ik toegestemd. Ik vond wel dat ik toen aan de zelfkant van het vak raakte. Ik vond de regie hemeltergend verschrikkelijk en de dirigent enorm slecht. En dan stonden we elke avond weer op het toneel en kregen we al dat boegeroep over ons heen. Het was niet voor de zangers bedoeld, maar het publiek wilde met zijn woede ergens heen.”

„Hoe kom ik de avond door? Dat was zo’n beetje het gevoel van iedereen die aan deze ’Don Giovanni’ meedeed. Nee, opstand onder de zangers breekt bijna nooit uit, er ontstaat zelfs een soort van saamhorigheid om er met z’n allen wat van te maken. Bovendien is er tegenwoordig een overvloed aan potente, goeie zangers. Als jij het niet wilt doen, hebben ze zo een ander om je te vervangen. Maar ik wil niet zo negatief zijn, ik heb ook echt wel van het vak genoten. De ’Fidelio’ die ik met Simon Rattle in 2001 deed bijvoorbeeld, alles met Harnoncourt was geweldig, de samenwerking met John Eliot Gardiner, ’La clemenza di Tito’ met Colin Davis in Salzburg. Ondanks al die geweldige momenten was ik altijd veel onzekerder dan iedereen dacht. Dat perfectionisme hè, daar had ik echt last van.”

Margiono geeft nu voor het derde jaar les aan het conservatorium van Utrecht. Den Haag en Amsterdam reageerden volgens de zangeres niet gretig genoeg . Utrecht ging op haar condities in, en de groepsdynamiek die daar is ontstaan werkt volgens Margiono fantastisch. Deze zomer kwamen 120 mensen voorzingen, de helft meer dan voorheen.

„Ik vind het heerlijk om te doen, omdat het nu eens niet echt om mij gaat. Het is mooi om te ontdekken dat je de gave hebt om iets over te brengen, en dat je daarin veel evenwichtiger bent dan wanneer je zelf zingt. Ik merk wel steeds meer dat je voor het vak geboren moet zijn. Je leert het in de praktijk, maar als het niet al in je zit wordt het heel lastig. Het proces van opera maken kan voor jonge zangers fataal zijn. Ik zag het destijds om me heen – collega’s die erin verdronken. Als iemand met een klarinet naar het conservatorium gaat, heeft hij dat instrument al jaren bespeeld, bij een zanger is dat instrument, zijn stem, net klaar.

„Door het talent dat ik had, heb ik die onbedoelde carrière kunnen maken. Als ik nu terugkijk naar mijn doorbraak in ’Così fan tutte’, ik was 30 jaar, dan realiseer ik me dat het vet goed was. Dat durf ik nu toe te geven. Ik zit sinds vier dagen op Facebook en bekijk ineens allerlei filmpjes van mezelf op YouTube. Zoals ik Strauss’ ’Vier letzte Lieder’ zong met Edo de Waart, dat is echt prachtig. Niemand van mijn studenten heeft dat niveau – was het maar zo! Maar ik geef ze wel feedback en laat weten of ik iets goed vind. Dat is zó belangrijk. Dacht je dat Harnoncourt na een geslaagde voorstelling ooit zei dat ik het goed gedaan had? Nooit. Niemand deed dat trouwens. Ik wist gewoonweg zelf niet hoe goed ik was.”

Is dit het allemaal waard geweest?

Er klinkt een aarzelend, wat langgerekt ’jaaa’. „Mijn privéleven is er niet aan ten gronde gegaan, dat is al heel wat. Ik weet dat ik met mijn aparte timbre veel mensen plezier heb gedaan. Ja, ik hoop dat het het allemaal waard is geweest. Een integere uitvoerder, dat wilde ik zijn, en dat is volgens mij gelukt.”

Charlotte Margiono in haar laatste rol als Marcellina in 'Le nozze di Figaro' van Mozart. 'Ik heb mijn afscheid vanaf 2004 beetje bij beetje voorbereid', zegt de sopraan. (FOTO HANS HIJMERING) Beeld
Charlotte Margiono in haar laatste rol als Marcellina in 'Le nozze di Figaro' van Mozart. 'Ik heb mijn afscheid vanaf 2004 beetje bij beetje voorbereid', zegt de sopraan. (FOTO HANS HIJMERING)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden