.

Onvoltooid leven

Marga (75) prikte een datum voor zelfeuthanasie, maar zag er toch vanaf

.Beeld Fenna Jensma

Marga Laarhoeven (75) had een datum geprikt voor zelfeuthanasie, maar zette niet door. Liever wil ze dat iemand haar begeleidt de dood in.

Sinds het poeder in een lade ligt, is het alsof haar huis een extra deur heeft. Een deur naar de tuin, een deur naar de keuken, een deur naar de dood. Een klink die ze even kan vastpakken, zodat haar leven dat voorbij is maar niet voorbij gaat, in haar gedachten even stopt. De wetenschap dat ze de deur echt kan openen als het niet meer gaat, stelt Marga Laarhoeven gerust.

De kleine vrouw met de lichte ogen heeft voor het interview een stapeltje boeken over zelfeuthanasie op tafel gelegd. Het schaaltje voorverpakte rozijnencakejes op tafel, het doosje vol theezakjes en de koelkast vol etenswaren, verraden dat ze nog niet van plan is om het dodelijke middel morgen al te nemen.

Ze woont in een ruim, licht huis in het zuiden van het land. Ze kent er weinig mensen, verhuisde erheen voor de liefde van haar leven, die ze op haar zestigste leerde kennen. Na een beklemmend huwelijk – ze wil er niet veel over kwijt, behalve dat ze blij is dat ze er levend uitkwam – voelde ze zich in de armen van haar nieuwe man voor het eerst echt geborgen.

Van de plek aan tafel waar hij zijn thee dronk, de muziek van Robert Long die opstaat, de fotocollage die tussen beschilderde bloempotten staat – “Hij wilde nooit op de foto, maar toen we wisten dat hij doodging, wilde hij toch poseren voor zijn rouwkaart” – tot de vaalgele stoel waarin hij zijn laatste adem uitblies; alles herinnert aan hem.

Iemand die dood is, kan tegelijk ver weg en dichtbij zijn, weet ze.

In de oven worden twee kleine groentequiches voor de lunch langzaam bruin. Zo vaak krijgt ze geen bezoek, ze wil er graag iets speciaals van maken. Naast de boeken ligt een notitieblokje waarin ze in een los handschrift wat aantekeningen heeft geschreven over haar doodswens. In letters die iets boven het zwarte lijntje dansen, staat: ‘Er is moed nodig om eind aan je leven te maken.’

Sinds wanneer wilt u dood?

“Toen mijn man te horen kreeg dat hij longkanker had, was mijn eerste reactie: pak de auto, zet hem tegen een boom en dan zijn we er alle twee niet meer. Zijn we van dat gedonder af. Ik vind dat je samen moet sterven. Voordat hij ging, zei ik: wacht nog even lieverd, ik wil met je mee. Hij lachte schamper. Hij wist wel dat ik het niet kon. Later keek ik naar buiten, en zei tegen hem: ‘Kijk, dat lícht, dat lícht.’ Toen realiseerde ik mij dat ik er nog niet aan toe was om dood te gaan. Zolang je met z’n tweeën ben, denk je niet na over de dood. Maar nu hij er niet meer is, wil ik gaan. Ik heb twee kinderen met wie ik amper contact heb, en ik krijg een heel klein pensioen. Wat zou het fijn zijn als ik morgen niet meer wakker word. Trek je niets aan van m’n tranen hoor. Ik ben gewoon een huilebalk.”

Waarom praatten jullie niet met elkaar over de dood?

“We hadden het zo goed met elkaar. En als we het erover hadden, dan was het grappend en grollend. Ik heb één keer tegen hem gezegd: ‘Het is niet de bedoeling, maar mócht ik omvallen, wikkel me dan in een deken, sodemieter me in de auto en breng me naar de stort. Graag zo simpel mogelijk.’ Toen het bij hem zover was, wilde hij zijn begrafenis ook simpel.”

Kunt u iets vertellen over uw leven met uw man?

“We zijn tien jaar getrouwd geweest, en we hebben het heerlijk gehad samen, héérlijk. ’s Avonds gingen we weleens verstoppertje doen buiten, we waren net twee stoute kinderen. Of we voetbalden met de hond in de kamer. Toen hij een keer in het ziekenhuis lag, belde hij mij op en deed alsof hij een taxi bestelde. Hij mocht nog helemaal niet naar huis, maar ik heb hem toch opgehaald. Thuis tilde hij mij de trap op en hebben we allemaal stoute dingen gedaan. We vonden een huis samen, geen mooi huis, maar we grapten: wij zijn ook oud en lelijk. Als ik ’s nachts wakker werd in paniek, dan kroop ik bij hem en dan vertelde ik mijn verhaal. Als hij het de volgende dag kon oplossen, dan deed hij dat. Nu hij er niet meer is, merk ik dat ik best moeilijk ben met contacten. Ik pas niet gauw in de groep. We waren altijd met z’n tweeën hè, we hadden niemand nodig.”

Hoe ziet uw leven er nu uit?

“Het feest is over sinds mijn man dood is. Ik kan wekenlang alleen zijn. Voor de buitenwereld ben ik heel leuk en zelfstandig, ik bridge en golf, maar echt waar, ik ben ontzettend alleen. Ik heb bijna geen contact met mijn kinderen, dat vind ik heel zwaar. Alleen mijn dochter zie ik heel soms. Mijn kleinkinderen mag ik van mijn zoon niet zien. 

“Ik heb een paar keer meegedaan met de vrouwen van de golf, maar ik ben geen zuiderling en ik kwam als nieuw erin; dat werkte niet. Ik heb één keer meegedaan met de groep alleenstaanden, daarin zat een aardige man, alleen zat hij de hele tijd aan mijn billen. Dat kan ook de bedoeling niet zijn. Dus golf ik nu alleen. Ik ben sowieso liever alleen met een goed boek of de piano, dan dat ik mij erger aan prietpraat. 

“Het fijnste na de dood van mijn man is een goed gesprek met iemand. Ik heb wat vrienden, met wie ik goed kan praten. Die komen hier thuis op bezoek. En ik ben coördinatrice van een praatgroep van de Coöperatie Laatste Wil. Eens in de twee, drie maanden komt hier een groepje mensen, en dan praten we over de dood. Ik verzorg koffie en thee en koekjes. De meeste hebben het poeder en zo is het groepje wel kleiner geworden.”

Marga Laarhoeven, onherkenbaar gefotografeerd.Beeld Fenna Jensma

Hoe bent u aan het poeder gekomen?

“Dat ga ik niet zeggen.”

Waarom heeft u het nog niet genomen?

“Ik heb één keer een datum geprikt, maar toen die aanbrak voelde ik mij eindelijk wat beter. Ik zou mijn dochter graag nog een keer zien voor het zover is, en ik zou graag fatsoenlijk gevonden worden – dat blijkt lastig. Ik wil niet dat mijn poetshulp zich kapot schrikt, of dat de politie de deur openbreekt. Sowieso zit ik met vraagtekens, want ik weet niet zeker of het lukt om dood te gaan als ik het middel neem.

“Ik denk dat ik een andere methode achter de hand moet houden voor als het niet lukt, anders lig ik 24 uur later in het ziekenhuis. Ik vind het ook jammer dat het allemaal zo stiekem moet.”

Waarom?

“Ik vind dat de pil van Drion legaal verkrijgbaar moet zijn. Er is één middel wat geweldig blijkt te werken, maar daar kan ik nu niet aan komen. Nu moet ik moet pijnstillers en maagbeschermers nemen, en hopen dat ik het allemaal binnenhoud. Ik heb altijd al gevonden dat mensen die dood willen, niet voor de trein zouden hoeven springen. 

“Een familielid van mij heeft tig keer zichzelf geprobeerd te doden, en belandde keer op keer in het ziekenhuis. Uiteindelijk lukte het hem. Ik denk dan: het moet toch fatsoenlijker kunnen. Voor mijzelf zou het heerlijk zijn als mijn huisarts langskwam om mij die spuitjes te geven, of dat een stervensbegeleider dat kan doen, in plaats van ikzelf.”

In de discussie over voltooid leven zijn er mensen die zeggen: waarom kijkt iemand die dood wil naar de overheid voor iets wat alleen hem- of haarzelf aangaat?

“Dat snap ik. Je kunt het een ander niet aandoen om hem te vragen jou dood te maken. Wat dat betreft moet ik de moed vinden om het zelf te doen. Maar tegelijk wil ik fatsoenlijk sterven. Stel dat ik van de trap afdonder en mijn heup breek, dan hoop ik dat ik nog bij het laatste middel kan, want ik wil niet naar het ziekenhuis. En als ik daar wel terechtkom, wie brengt mij dan het middel?

“De persoon die dat doet, kan vervolgd worden voor hulp bij zelfdoding. Voor een daad van mededogen! Dat vind ik belachelijk. Tegenwoordig zijn we allemaal roomser dan de paus in Nederland, en wordt alles gecheckt en onderzocht.”

Ze kijkt naar de quiches, waar maar een klein stukje van op is. “Het eet ook niet zo lekker bij een doodswens hè”, zegt ze. Ze loopt naar de keuken voor nieuwe gemberthee. Ze zucht. “Mensen noemen mij altijd een jonge hond, omdat ik nog zo actief ben, dus ik vraag mij weleens af of ik nog te goed ben. Ik heb met Kerst een bank naar beneden gesjouwd. Ik heb dagenlang staan schuren, gewoon lekker fysiek werk.

“Als ik maar wat te doen heb, dan hou ik het leven vol. Overdag iets te doen, ’s avonds tv. Maar tot hoelang moet ik het volhouden? Mijn oma’s werden in de negentig, dus ik vrees dat het nog lang duurt. Moet ik het leven beter waarderen, of stel ik het einde nodeloos uit? Ik heb geen man meer die mij helpt beslissen. Ik denk vaak aan Robert Long, waar we samen veel naar luisterden. Die zingt ergens dat je er niet te vroeg uit moet stappen.”

Ze loopt naar de radio en draait de volumeknop omhoog. De warme stem van de zanger met zijn krullenbol, die groot werd met zijn kritische liedjes in de jaren zestig, vult de kamer.

‘Maar leeftijd heeft niks met verlangen te maken. Je raakt het nooit helemaal kwijt. Al komen er nog zoveel andere zaken, je ziel zoekt misschien wel altijd.’

Verlangt u nog ergens naar?

“Naar mijn man, maar die komt nu eenmaal niet terug. Naar buiten om te golfen, dat blijf ik leuk vinden. Buiten zijn vind ik heerlijk, in de tuin zijn, met mijn voeten in het gras. Naar contact met mijn kinderen en broer. Die is heel lief voor mij, hij komt hier weleens. Maar hij heeft ook z’n eigen leven, hij heeft net twee kleinkinderen. Ik werd uitgenodigd voor Kerst, maar dat wilde ik niet.”

Bent u niet te bang om mensen lastig te vallen?

“Ik wil wel wat voor een ander doen, maar zelf mensen verder niet tot last zijn. Ik ga weleens met een oudere vrouw van een paar huizen verderop naar het tuincentrum, maar met haar praten over mijn doodswens? Nee, zij heeft genoeg aan haar eigen zaken. En ik ben misschien ook wel lastig.”

Waarom denkt u dat?

“Nou, er waren dit jaar twee mannen in mijn leven, en één had vlinders, die wou van alles. En dat wilde ik niet, daar was ik niet aan toe. Ik rouw over mijn man. Die man heeft mij mee op vakantie genomen, hij was heel lief, maar kon mij zo irriteren. Dat had ik met mijn man nooit.”

Denkt u niet dat de rouw met de jaren minder wordt, en u meer plezier in het leven krijgt? 

“Dat weet ik niet. Nee, ik denk het niet, of er moet een geweldig iemand in mijn leven komen.”

Marga Laarhoeven wilde niet met haar echte naam in de krant, omdat ze niet wil dat  haar doodswens publiek wordt, en dat mensen weten dat ze het dodelijke middel bezit. Haar echte naam en gegevens zijn bij de redactie bekend. 

(On)voltooid leven

Hoeveel mensen in Nederland hebben een doodswens, zonder dat ze ernstig ziek zijn? En waarom? Een onderzoek in opdracht van het kabinet moet eind deze maand antwoord geven op die vragen. Trouw gaat in een serie alvast op zoek naar het antwoord, via interviews met ouderen met een doodswens en gesprekken met experts. Waarom willen sommige ouderen dood? En wat zegt het voltooid-levendebat over Nederland?

We zijn benieuwd naar uw ideeën over voltooid leven. Kan een leven voltooid zijn? En wanneer zou dat voor u zo zijn? Stuur uw reactie naar lezers@trouw.nl.

Dit is de vierde aflevering van een serie over voltooid leven. Lees de andere verhalen terug via trouw.nl/voltooidleven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden