Column

Marco Borsato en Phil Collins zijn vast lieve mensen, maar ik zou hun muziek het liefst uit mijn leven bannen

Beeld Jörgen Caris

Collega-dichter Catullus van Verona leefde vermoedelijk van 84 tot 54 voor Christus. De liefde voor een vrouw verrukte hem en tergde hem tegelijkertijd. Het bracht ’m tot het schrijven van de compacte en toch complete dichtregel: ‘Odi et amo.’  Wat betekent: ‘Ik haat én ik bemin.’

Ik leerde over Catullus op het vwo. Latijn was een keuzevak, slechts vijf leerlingen hadden zich aangemeld. Ik bleef omdat ik de leraar niet wilde teleurstellen, maar liet het vak én hem uiteindelijk toch vallen. Labor omnia vincit in je broekje, zal ik gedacht hebben, maar nu heb ik spijt van mijn luiheid.

Ik heb een haatliefdeverhouding met liedjes. In Spotify maakte ik een afspeellijst met meer dan vierhonderd liedjes die ik stuk voor stuk mooi vind (link: https://spoti.fi/2HN0LdE). Het zoeken en selecteren nam jaren in beslag, dus ja: ik durf mezelf een liefhebber te noemen.

Onze ganzenstrotten

Tegelijkertijd háát ik liedjes. Dan heb ik het natuurlijk niet over de juweeltjes in mijn afspeellijst, wel over die uitgekauwde, geprefabde dertien-in-een-dozijn meuk die dagelijks door de Nederlandse radiozenders en ook in publieke ruimtes als maïspap door onze ganzenstrotten wordt gestort. Marco Borsato, Phil Collins, Céline Dion, het zijn zonder enige twijfel lieve mensen met de beste bedoelingen, en laat iedereen er (bij voorkeur via de koptelefoon) vooral naar luisteren, maar persoonlijk zou ik er een lieve duit voor over hebben als ik hun muziek met een mute-knop uit mijn leven zou kunnen bannen.

Het probleem met achtergrondmuziek in supermarkten en ook in restaurant en cafés, is dat ik die even duidelijk hoor als dat wat de persoon tegenover mij zegt. En de persoon aan het tafeltje naast ons. En het sissen van het stoompijpje van de koffiemachine. En iemands ringtone. Alles komt even hard binnen, muziek op de achtergrond bestaat voor mij niet.

Dus loop ik op de groenteafdeling in de avocado’s te knijpen, dan hóór ik al bij het eerste gitaargetokkel dat ‘Sailing’ van Rod Stewart wordt ingezet. Baldadig begin ik mee te wuiven en uiteindelijk zelfs hard te zingen: ‘Can you heaaaaaar me, can you heaaaaaar me... Through the dark niiiiiight... Far awaaaaaay...’

Maar dat wordt dan weer niet op prijs gesteld, de filiaalmanager legt me uit wat er zou gebeuren als iederéén in de winkel heel hard met de achtergrondmuziek zou gaan meezingen. Wat mij betreft zou het een gezellige boel worden. Met z’n allen uit volle borst tegen de muzak.

Auteur en dichter Erik Jan Harmens schrijft wekelijks over wat er gebeurt in zijn drukke hoofd. 

Lees ook: Mijn hoofd is als een overgelopen ligbad

Als ik naar het buitenland ga, sluit ik pas op de dag van vertrek een reisverzekering af. Waarom ik daar zo lang mee wacht weet ik niet. 

Lees ook: Als ik voor een optreden word uitgenodigd en mijn naam wordt verkeerd gespeld, kom ik niet

Mijn naam klinkt een stuk simpeler dan die van de sympathieke tv-kok, maar toch wordt hij mijn leven lang al verkeerd geschreven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden