Marcello Mastroianni: 1924-1996

Iedereen raakte de tel kwijt. Of Marcello Mastroianni nu in 150 of 200 films heeft gespeeld, doet er eigenlijk niet zo toe. Net zo min is het nog van belang of die films nu werden geregisseerd door onsterfelijke grootheden als Visconti, Antonioni, Fellini of Scola, of door al lang en breed weer in de vergetelheid geraakte mindere goden als Blasetti, Capatini, Puccini of Camerini.

De altijd zichzelf blijvende acteur Mastroianni oversteeg hen allen. Bijna vanaf het begin van zijn loopbaan was hij in elke rol een 'molto simpatico', doorsnee-manneke. Een hartveroverende sukkelaar die onmachtig achter het grote geluk en/of de mooiste vrouwen aanjoeg.

Het maakte hem voor miljoenen keurige huisvrouwen tegelijk een onweerstaanbare en ongevaarlijke ideaal-minnaar en voor even zoveel brave huisvaders de perfecte droom-kameraad. Welke rol hij ook speelde, Mastroianni was altijd de innemendste en verleidelijkste anti-held uit de filmgeschiedenis.

Wie had dat gedacht van een op 28 september 1924 geboren zoon van een arme timmerman in het kleine dorpje Fontana Liri, even ten zuiden van Rome, die er net als zijn broer Ruggero van droomde architect te worden? Samen togen de broers naar Rome om zich in die discipline te bekwamen. De oorlog maakte een eind aan hun droom.

Marcello werd boekhouder bij een Britse filmmaatschappij, speelde 's avonds amateur-toneel en werd ontdekt door Luchino Visconti, zijn eerste leermeester. Die lijfde hem in bij zijn toneelgezelschap en voerde hem de filmwereld binnen.

Ook Ruggero, die 10 september dit jaar op 66-jarige leeftijd overleed, maakte furore in de filmwereld. Hij werd een toonaangevend filmcutter.

Na vanaf 1947 al in zo'n veertig neo-realistisch getinte films kleine rollen te hebben gespeeld, trok Mastroianni voor het eerst internationaal de aandacht met 'Le notti bianche' (1957) van Visconti. In deze film, naar een novelle van Dostojevski, is hij al helemaal de Mastroianni die miljoenen harten zou veroveren. Hij speelde een eenzaam en eerzaam burgermannetje, dat probeert de vrouw van zijn dromen te veroveren. Zijn verliefdheid maakt hem zó blind, dat hij niet ziet dat die vrouw haar hart aan een ander heeft verpand, ja misschien wel alleen in zijn dromen bestaat.

Drie jaar later wist Mastroianni deze oerrol te variëren in 'La dolce vita' van Fellini, zijn tweede mentor. In die film was hij een paparazzo die de kijkers door de decadente bourgeois-kringen van Rome loodst, terwijl hij zelf probeert de ongenaakbare seksgodin Anita Ekberg te veroveren. Hoogtepunt van deze film is de klassieke scène in de Trevi-fontein, waarin Marcello zijn Zweedse ijsberg even mag omarmen.

Na 'La dolce vita' was Mastroianni's kostje gekocht, of beter gezegd: wist elke regisseur wat hij van hem kon verwachten. Met name Fellini maakte keer op keer gebruik van Mastroianni's fysieke en psychische capaciteiten om aandoenlijke sukkelaars uit te beelden.

Het duo werkte nog samen in onder meer 'Otto e mezzo' (1963), 'Roma' (1971) en 'Intervista' (1987). In te veel - meestal uitstekende - films om op te noemen kon Mastroianni eindeloos variëren op zijn sympathieke anti-held.

Een kleine greep uit al die onvergetelijke 'Mastroianni's':

- In Antonioni's 'La Notte' (1961) speelde hij een in crisis geraakte schrijver, die niet kan kiezen tussen zijn echtgenote en minnares.

- In Fellini's 'La città della donna' (1980) gaf hij op satirische wijze gestalte aan een gemankeerde, al wat oudere minnaar, die zich geen raad meer weet met de moderne vrouw.

- In Scola's 'Una giornata particolare' (1977) zagen we hem als een vereenzaamde homo, die niet uit de voeten kan met zijn sympathie voor een afgesloofde huisvrouw (Sophia Loren).

- In 'La nuit de Varennes' (1982) van dezelfde regisseur toverde hij ons een oude en levensmoede Casanova voor, die nauwelijks meer weet waarom hij zo fanatiek achter de vrouwen aanzat.

- In de zwarte komedie 'La grande bouffe' (1973) van Marco Ferreri verlustigde Mastroianni, zichzelf de dood injagend, nog in de Rubensiaanse vetlagen van Andrea Ferreól.

Ook in bijvoorbeeld 'Maccheroni' (1985) liet hij zien heel wel een komische draai aan zijn anti-held uitstekend te kunnen geven

Hoezeer Mastroianni's hartveroverende Jan Modaal tot de verbeelding sprak, blijkt wel uit de talloze geruchten over zijn liaisons met de mooiste filmsterren van de afgelopen decennia. Hij speelde niet alleen met Anna Karina, Marina Vlady, Brigitte Bardot, Monica Vitti, Jeanne Moreau, Faye Dunaway, Claudia Cardinale en Catherine Deneuve; hij zou hen - en nog veel meer fraaie tegenspeelsters - ook buiten het witte doek in de armen hebben gesloten.

Hoewel hij deze geruchten niet altijd kon tegenspreken (zo verwekte hij bij Deneuve een dochter, Chiara). verwees Mastroianni ze altijd naar het rijk der fabelen: “Ik heb een paar van de mooiste vrouwen van de wereld gehad. Maar: een paar! Als ik iets met alle vrouwen had gehad die de pers mij heeft toegeschreven, dan had ik nooit de tijd gehad om in honderd films te spelen. Ik ben geen playboy, daar heb ik geen tijd en energie voor. Dio mio, ik ben vijftig, als ik een keer seks heb gehad, moet ik drie dagen bijkomen.”

Het klopt niet helemaal met de daadwerkelijke ontwikkeling van zijn type, maar Fellini's 'Ginger e Fred' (1985) werd een keerpunt in Mastroianni's imposante loopbaan. Door een vervuild en door de commerciële tv-cultuur aangevreten Rome, trekt het bejaarde artiestenpaar 'Ginger e Fred' (Giulietta Masina en Mastroianni) naar een televisiestudio. Daar zullen ze hun act van weleer - een imitatie van Fred Astaire en Ginger Rogers - nog eenmaal ten beste geven.

Ze worden platgewalst door de televisie-machinerie en vooral de stramme en amechtige Mastroianni kan de dagen van weleer niet laten herleven. Met deze gênante afgang maakte Fellini duidelijk dat het gouden tijdperk van de (Italiaanse) film tot het verleden behoorde en dat ook Mastroianni daarmee uit zijn nest gevallen was.

Hoewel hij na 'Ginger e Fred' nog vaak voor de camera verscheen en nog geregeld prachtige rollen speelde (in 'Oci ciornie' van Michalkov, 'The beekeeper' van Angelopoulos, 'Stanno tutti bene' van Tornatore en 'Prêt-à-porter' van Altman) teerde hij meer en meer op oude roem.

Soms wat gemanieerd gaf Mastroianni in de laatste fase van zijn carrière vaak gestalte aan uitgebluste en op sterven na dode oude mannen, die melancholiek op gelukkiger dagen terugblikken. Die latere rollen waren, ook als ze wat minder uitvielen, altijd onweerstaanbaar.

Niet alleen omdat Mastroianni er vaak gedurfd nonchalant en relaxed (ja minimalistisch haast) in acteerde, maar ook omdat die bejaarden altijd de herinnering opriepen aan alle jongere sukkelaars die hij een halve eeuw lang in vele schitterende films vertolkte.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden