InterviewMarcel Hensema

Marcel Hensema: ‘Een Groninger bij de therapeut, zie je het al voor je?’

Marcel Hensema, acteur, met brood voor de meerkoeten vlakbij zijn huis.Beeld Maartje Geels

Acteur Marcel Hensema is vanaf zondag te zien in het derde seizoen van de televisieserie ‘Hollands Hoop’. Ook staat hij op de planken met een solovoorstelling over zijn midlifecrisis. ‘De mensen zijn me vergeten, dacht ik.’

 Opeens sprint Marcel Hensema vanuit zijn keuken de trap op naar boven. Nog een trap. En nog één. In zijn slaapkamer zet hij een verrekijker tegen het raam. Hier kan hij uren zitten, uitkijkend over het rimpelige water van het ­IJmeer, het Vuurtoreneiland en Pampus. Links ligt dijkdorpje Durgerdam en rechts in de verte de contouren van ­Almere. “Voor de rest is IJburg natuurlijk een Amsterdamse vinexwijk, maar het uitzicht is hier adembenemend mooi.”

“Moet je kijken,” zegt hij enthousiast. “Die meerkoeten daar gaan vaak samen trainen. Ze rennen met honderden tegelijk over het water. Als een muur komen ze op je af, allemaal vlak boven het water. En dan laten ze zich afdrijven, hier bij de kade. En ’s nachts gaan ze vliegen. Fantastisch toch?”

Morgen begint het derde seizoen van de serie ‘Hollands Hoop’. Met in de hoofdrol Fokke Augustinus, ­gespeeld door Hensema. De forensisch psycholoog is in het eerste seizoen zoekende, verkeert in een midlifecrisis, zijn familie neemt hem niet serieus. Tot ze naar de Groningse boerderij ­Hollands Hoop verhuizen en hij de controle terugvindt in de vorm van een grote wietplantage tussen de maisvelden. Langzaam ontpopt hij zich tot een machtige Groningse maffiabaas.

Ruim twee jaar geleden raakte ­Hensema, opgegroeid in het Groningse Winschoten en Hoogezand, zelf in een midlifecrisis. Terugblikkend: “Er kwamen even een paar maanden geen ­interessante rollen meer voorbij, ik zat op een paar losse draaidagen na alleen thuis. De mensen zijn me vergeten, dacht ik. Ik werd vaker voor vaderrollen gecast. Slikken is een groot woord, maar je wordt even door elkaar ­geschud: aha, dus zo zien mensen mij nu.”

“Ik merkte ook hoe mijn gevoel van welbevinden afhing van mijn werk. Ik werd even niet gebeld, dat was ik helemaal niet gewend, steeds was ik druk en vloog ik van het ene naar het andere project. Ja, dan word je ineens onzeker. Ik kreeg veel tijd om na te denken. Ik ging piekeren en malen. Wond me ook over van alles op. Was snel bozig, werd klagerig.”

Beeld Maartje Geels

Hensema, onder meer bekend van ‘Penoza’, maakte er een theatervoorstelling over, ‘Alles In De Hens’. Hij treedt er tot en met maart mee op door het hele land, met zijn Groningse tongval. Hij vertelt hoe de mist optrok uit zijn hoofd. Niet dat hij zoals Fokke als een gek wiet teelde en criminelen uit de wegruimde. Nee, hij ontdekte het wandelen als medicijn.

Hoe dat zo kwam? Samen met zijn familie op vakantie in het Franse Vézelay zag hij hoe tientallen wandelaars zich verzamelden bij de basiliek Sainte-Marie-Madeleine, als tussenstop voor de pelgrimstocht naar Santiago de Compostella. Ooit had hij zichzelf ook beloofd naar Spanje te lopen, naar het voorbeeld van een van zijn helden, de Duits-Nederlandse komiek Hape Kerkeling.

De drukte, de massaliteit van de tocht sprak hem minder aan. En dus ­bezocht Hensema zijn vriend en oud-acteur Piet Kamerman ,die geëmigreerd is naar een niemandsland in Ierland, ­ergens onder Dublin. Daar wandelend over de Wicklow Mountains zag hij in de bossen duizend kleuren groen. Hij lacht: “Ik begreep waarom de Ieren in trollen geloven, het is zo’n magisch landschap.”

“Als je lang wandelt, in je eentje, loopt je kop ook leeg. De natuur kan mij ontroeren. Je gaat erin op. Het maakt niet meer uit of het regent of waait. Je beseft dat je maar een sprankeltje in de tijd en ruimte bent. Dat gaf mij het vertrouwen dat het altijd goed komt. Natuurlijk ben ik soms nog gestrest, dat hoort bij het leven, maar het wandelen geeft een onderliggende kalmte en rust.

Wandelen relativeert, zegt hij staand aan het keukenblok boven twee crackers met garnalen. “Ik realiseerde: moet je kijken wat ik heb! Ik ben dolgelukkig. Kijk al die familiefoto’s aan de muur. Hoe mooi. Mijn ouders leven nog. Ik ben zo’n geluksvogel. Echt. Maar soms zie je dat even niet meer.”

Beeld Maartje Geels

De nuchtere Groninger in hem trapt graag even op de rem. Hij wil geen ­dominee zijn. Met zijn vinger in de lucht roept hij: “Ik heb de Heer gevonden, dames en heren. De zalvende Hensema! Ik weet nu hoe het zit. Nee, dat is niet zo.”

Ook nu nog laat hij zich soms helemaal meesleuren door de waan van de dag en windt hij zich enorm op. Over de macht van de onaantastbare Donald Trump. Over Shell. Over gaswinningsbedrijf de NAM. “Ja, dan ben ik zo drie uur verder, maar wat schiet je er eigenlijk mee op? Dan weet ik: ik moet weer naar buiten.”

“Ik vond het een zware voorstelling om te maken, ik heb nog nooit zoiets ­persoonlijks gemaakt. Maar het heeft ervoor gezorgd dat ik meer over mijn eigen gevoelens praat. En wat ik merk: doordat ik mij kwetsbaar opstel, zijn andere mensen ook open tegen mij. Mannen van 73 jaar. Maar ook vrouwen van 32. Daardoor besefte ik dat het niet alleen over de midlife­crisis gaat, maar over een universeel gevoel.”

Hensema bezocht ook een paar keer een psycholoog. Hij lacht: “Een Groninger bij de therapeut, zie je het al voor je? Hoe gaat het met je? Joah, best. Het kon minder, hè. Ik speel er ook een scene over in de voorstelling. Ik zeg tegen mijn vrouw: een psycholoog? Lieverd, bij ons op IJburg krijgen kinderen er eentje cadeau voor hun zestiende verjaardag. Maar ik kom uit Hoogezand. Als je vroeger bij ons met iemand ging praten dan was je gekke henkie en zongen ze: ‘Hé, busje komt zo!’”

Groningen zit in het hart

Hij maakte eerder al drie voorstellingen enkel voor Gronings publiek, onder andere over zanger Ede Staal. “Groningen is thuis. Groningen zit in het hart. Vaak als ik in het noorden speel, ben ik overdag vrij en rijd ik rondjes door de provincie. Dan draai ik weggetjes in die ik niet ken. Ik hoop nog altijd tegen dat ene boerderijtje aan te rijden, dat ik denk: dit is het! ”

Dagelijks struint hij wel even op Funda naar een tweede huisje in ­Groningen. “Ik denk niet dat ik er ­permanent wil wonen. Wat ik aan ­Amsterdam zo lekker vind: ik kan op fietsafstand naar tig bioscopen en ­musea. Voor mijn werk is het ook handiger. En de stad is een smeltkroes van mensen, dat is prachtig. De Bijlmer is een heerlijke wijk om te zijn, al die verschillende ­restaurantjes, al die geuren. Dat heb je dan weer niet in Hoogezand.”

Lees ook: 

Keukentafelgezelligheid over een midlifecrisis

De voorstelling ‘Alles in de Hens’ is nog niet begonnen of er hangt in de Groninger Stadsschouwburg al de knusse sfeer van bij iemand thuis. Keukentafelgezelligheid noemt Hensema dat. Daar is het prettiger op de praatstoel zitten dan in een chiquere woonkamer.

Het geduld van de liefhebber wordt beloond in seizoen twee van Hollands Hoop

Wie nog niet aan de tweede (of zelfs eerste) reeks van Hollands Hoop begonnen is: gaat dat zien. Het eerste deel van de ‘Breaking Bad van eigen bodem’ won een Gouden Kalf voor beste televisiedrama, de Zilveren Krulstaart voor het beste scenario, en sleepte onlangs de Kees Holierhoek Scenarioprijs binnen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden