Maori’s maken kano’s af in Leiden

De inspiratie voor de decoraties haalt de houtsnijder uit het hout van de bomen. (FOTO WERRY CRONE, TROUW )

leiden - – In een witte partytent midden op het terrein van Museum Volkenkunde in Leiden staan drie Maori’s een beetje gedesoriënteerd om zich heen te kijken. „Alles is hier anders”, zeggen ze in koor. Gisteren zijn ze uit Nieuw-Zeeland overgekomen om in Leiden hun traditionele waka (een Maori-kano) te maken voor publiek.

Hun reis naar Nederland is niet goed begonnen. Geen enkele koffer kwam tegelijk met de Maori’s aan op Schiphol. Dus moest er bij aankomst vooral veel geregeld worden.

Ondanks die problemen is het museum ’heel trots’ dat de Maori’s naar Leiden zijn gekomen. „Dit project is vooral bedoeld om de banden tussen Nieuw-Zeeland en Nederland aan te halen”, zegt woordvoerder Michael Spierenburg van het museum. Dat is nodig, volgens Spierenburg, omdat die banden op cultureel gebied de laatste jaren nogal verwaterd zijn.

De hele maand augustus zullen de Maori’s in het museum werken aan hun kano’s en het daarvoor bestemde boothuis. De polyester basis van de veertien meter lange vaartuigen is al in Nieuw-Zeeland gemaakt en wordt nu verscheept naar Nederland. Hier werken de mannen aan de decoraties.

In de tent liggen halve eiken boomstammen - uit Nederland - te wachten op bewerking. Met stift zijn sierlijke lijnen op het hout getekend. „Het is een heel proces”, vertelt Takirirangi Smith. Hij is een ’meester houtsnijder’ die sinds begin jaren ’80 Maori houtsnijders opleidt aan de Victoria Universiteit in Wellington.

„Eerst kijk ik heel lang naar het hout. Daar zie ik dan de figuren in, die ik later uitsnijd. De inspiratie voor de decoraties haal ik dus uit de bomen. Volgens onze filosofie zijn de voorouders verbonden met het hout. Dus elke boom heeft eigent figuren”, zegt Smith.

Hij noemt zichzelf ’fulltime carver’. „Met dit werk kun je best een aardige boterham verdienen.” Smith heeft zijn zoon meegenomen, Hingangaroa (23). Al toen hij een klein jongetje was, leerde Hingangaroa het vak van zijn vader. „Inmiddels kan ik ook de figuren van de voorvaderen herkennen in het hout.”

Maori’s in Nieuw-Zeeland kennen twee verschillende waka’s: de taua en de tete kura. De waka taua is een ceremoniële kano, geladen met kracht van de voorouders die bijvoorbeeld wordt gebruikt voor oorlogsvoering. Een waka tete kura is een kano waar ook vrouwen en kinderen in mogen varen. Deze kano is vooral voor dagelijks gebruik. De kano’s zijn tot dertig meter lang.

Het Museum Volkenkunde krijgt de waka’s honderd jaar in bruikleen. „Het is voor het eerst dat er een waka buiten Nieuw-Zeeland blijft. Heel speciaal”, zegt Spierenburg.

In de loop van de middag krijgen de Maori’s hun bagage. Een vierde reiziger is nog niet op het terrein verschenen, hij is beschermende kleding aan het regelen. „Thuis werken we op blote voeten”, zegt Hingangaroa. „Maar hier moeten we dikke broeken aan en stevige schoenen.” Hij heeft zin om aan de slag te gaan. „We hebben vier weken om het werk af te maken, maar ik denk dat we over twee weken al klaar zijn.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden