Mantelzorg

Heeft een bisschop verstand van vrouwenkleren? Ik sluit het niet uit. Deze week liep een monseigneur in toga keurend langs enkele modellen voor een mantel. Een mantel voor een bijzondere dame.

Men noemt haar de Zoete Lieve Vrouw. En Zoete Moeder. Ze staat in een zijkapel van de Sint Jan in Den Bosch en is ongeveer zo hoog als een meisje van tien. Toch is ze al sinds 1380 in de kerk aanwezig, al moest ze op de vlucht voor de Reformatie en hebben de Vlamingen haar 225 jaar bij zich gehouden.

En erg mooi beeld is het niet. Dat vonden ze althans in 1380 toen het, bestoft en beschimmeld als het was, bijna in stukken was gehakt. Maar het bezat wonderbaarlijke krachten en voor de Bosschenaren groeide het uit tot een object van devotie, beschermd door een nog immer actieve Broederschap.

Nu moest ze, de Zoete Moeder bedoel ik, een nieuwe mantel. Een schutsmantel. De laatste werd honderd jaar geleden voor haar vervaardigd, bij de Broederschap weten ze niet precies door wie. Ze kregen een noodsignaal van de restauratrice. Het kartonnen reliëf waarop het borduurwerk was gestikt, begon te breken. Ik ging kijken, maar ze had die dag een andere mantel om, want ze heeft er een stuk of vijf, die ze draagt al naar gelang het seizoen. Maar een schutsmantel, daarvan is er maar een. Die draagt ze bij de jaarlijkse omgang.

De Broederschap liet via het Noord-Brabants Museum een aantal kunstenaars benaderen, onder wie een echte couturier, met het verzoek een nieuwe schutsmantel te ontwerpen. Deze week werd het resultaat bekend. De keuze was gevallen op een ontwerp van Janpeter Muilwijk. Hij ontwierp een dubbelmantel, een buiten- en een binnenkleed. Op het binnenkleed staan naakte mensen, beschermd door een Christusfiguur, want Muilwijk heeft een protestantse achtergrond. Op het buitenkleed, dat het binnenkleed grotendeels bedekt, staan paarse distels en doornentakken tegen een rode achtergrond. Die takken krijgen straks een goudborduursel, maar zonder reliëf. Het is wel wat soberder, zei de restauratrice. Muilwijk won het van de couturier, de uit Den Bosch afkomstige Addy van den Krommenacker. Die had een heel ruim vallende mantel voorgesteld, een bruidssluier van goudkleurige shantung-zijde, geborduurd met schitterende steentjes die zouden fonkelen bij de kaarsjes in de kapel.

Je zag dat de bisschop, mgr. Hurkmans, dat eigenlijk mooier had gevonden. ,,Het oogt zuidelijker,” zei hij tegen de museumdirecteur, die hem samen met de Broederschapsvoorzitter de ingezonden modellen toonde. ,,Italiaanser.” De museumdirecteur knikte en keek nog eens naar het winnende ontwerp. ,,Je kan zien dat het door een protestant is gemaakt, „ zei hij. ,,Het is meer ... calvinistisch.”

Ik keek ook nog eens. Hij had gelijk. Het was een mantel met overduidelijke symboliek. Je kan er hele PKN-kerken mee volhangen. Maar het katholieke mysterie – dat was er niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden