Manipulatie onderzoek Schiphol

UTRECHT - Verwisselde de Rijksluchtvaartdienst onderzoek over het overstapverkeer op Schiphol voor een 'dummy-studie'? Minister Netelenbos (PvdA, verkeer) zei tegen de Kamer van niet. Maar een brief van de begeleidingscommissie van de inspraakprocedure over Schiphol (TNLI) wijst daar wél op.

In een brief aan Netelenbos van 11 december heeft de commissie - die moet toezien dat de maatschappelijke discussie over Schiphol open en eerlijk wordt gevoerd - scherpe kritiek op het lang ontbreken van deugdelijk onderzoek naar het belang van het transferverkeer voor Schiphol.

De commissie noemt het 'onbegrijpelijk' dat dergelijk onderzoek niet beschikbaar was. Een fundamentele discussie over mogelijkheden voor een 'aselectieve ontwikkeling' van de luchtvaart kon daardoor niet worden gevoerd, stelt de commissie in een evaluatie bij de brief.

De kritiek is zeer pikant. Op 3 december maakte Trouw bekend dat zulk onderzoek wel degelijk is verricht. De dag erna stuurde Netelenbos het bewuste onderzoek - uit 1996 - naar de Kamer. Het bleek al die tijd in een la bij de Rijksluchtvaartdienst te hebben gelegen. De kritische brief van de commissie is van weer een week later. De commissie krijgt de rapporten overigens pas nu toegestuurd.

Uit de brief van de begeleidingscommissie TNLI blijkt dat het niet zomaar een onderzoek betreft, maar een kernstuk in de Schiphol-discussie. Deelnemers aan de TNLI-discussie hebben veelvuldig verzocht om onderzoek naar de gevolgen van een matiging van het transferverkeer. In plaats van het gewenste onderzoek stelde de RLD echter een sterk gekleurd onderzoek beschikbaar, waarin door het compleet afschaffen van transfer-verkeer het faillissement van de KLM werd voorspeld.

Over deze studie schrijft de commissie: “Er is ons slechts één onderzoek bekend (...). Dit gaat echter uit van zeer extreme vraagstellingen (er is onderzocht wat er zou gebeuren als op moment 'x' alle transferpassagiers per direct zouden worden geweerd op Schiphol) en leidt dus ook tot de conclusie dat de toegevoegde waarde van transferpassagiers zeer groot is. De commissie meent dat zo'n belangrijk onderwerp niet met een dergelijke studie kan worden afgedaan.”

Begin deze maand verklaarde KPMG-directeur Blok in Trouw dat in het KPMG-onderzoek delen waren weggelaten door de RLD. Inmiddels is gebleken dat er twee rapporten over het transferverkeer bestaan, beide kort na elkaar opgesteld door het bureau KPMG-BEA. Alleen de conclusies van het tweede, zeer sombere rapport zijn destijds naar de Kamer en de TNLI-deelnemers gestuurd.

- Vervolg op pagina 3. Op deze pagina ook het kabinetsbesluit

Minister: Onderzoek niet achtergehouden VERVOLG VAN PAGINA 1

De minister weerspreekt de suggestie van kamerleden dat het oorspronkelijke, uitgebreidere onderzoek zou zijn achtergehouden. Volgens Netelenbos is het plotseling opgedoken onderzoek niet verricht in het kader van de TNLI-procedure, maar 'in het kader van het algemeen economische onderzoeksprogramma' van de RLD. Daarom was het volgens de minister niet met de TNLI-onderzoeken naar de Kamer gestuurd. Het was echter juist het onderzoek waarom door TNLI-deelnemers nadrukkelijk was gevraagd.

Saillant is dat het tweede onderzoek is geantedateerd op 1996. Hierdoor lijkt het alsof er sprake was van één en hetzelfde onderzoek. Volgens de RLD was dit een 'foutje'.

De begeleidingscommissie TNLI bestaat uit drs. W. van Gelder (voorzitter), prof. R. J. In 't Veld en mr. G. Enthoven. Zij wilden gisteren niet reageren op het bestaan van twee onderzoeken over hetzelfde onderwerp. De commissie zegt de stukken eerst te willen bestuderen om een oordeel te kunnen geven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden