Manifest past juist goed bij CDA en CU

De tien geboden geven al de juiste hiërarchie aan tussen de vrijheid van meningsuiting en de fatsoensregel dat men niet nodeloos moet kwetsen.

De christelijke partijen hebben zich gedistantieerd van het manifest voor de vrijheid van meningsuiting van de heren Terstall, Teeuwen en Ebbinge. Van de SGP valt als theocratische partij niet anders te verwachten, maar het is jammer dat CDA en ChristenUnie zich daarbij aansluiten.

Ze doen mij denken aan de blinde bibliothecaris Jorge in de roman ’De Naam van de Roos’ van Umberto Eco. Die bewaakt te vuur en te zwaard het enig overgebleven manuscript van Aristoteles over de lach. Hij is namelijk bang dat de gedachten van Aristoteles over de relativering het geloof in God onderuit zullen halen. CDA en CU zouden zich echter beter kunnen identificeren met de hoofdpersoon van deze roman, William van Baskerville. Deze zegt tijdens de climax van deze roman tegen de bibliothecaris: ’De duivel is niet de vorst van de materie, de duivel is de aanmatiging van de geest, het geloof zonder glimlach, de waarheid die nooit aan twijfel onderhevig is.’ Deze William van Baskerville vertegenwoordigt theologisch gezien een standpunt met goede papieren.

Het zal genoegzaam bekend zijn dat het derde van de tien geboden (‘misbruik de naam van de Heer, uw God, niet’) niet gaat over vloeken, maar over magie en andere vormen van manipulatie. Persoonlijk vind ik het weliswaar ook onfatsoenlijk om te vloeken, maar in de tien geboden gaat het om belangrijker zaken dan burgerfatsoen. Evenzo zal het bekend zijn dat alle tien geboden in het teken staan van de vrijheid. De God van de Bijbel maakt zichzelf in de preambule van de tien geboden bekend als een kracht die mensen uit slavernij bevrijdt. Zo het dus in het derde gebod al over blasfemie zou gaan, dan nog is er alle reden om dit gebod te zien als middel tot het hogere doel ‘vrijheid’.

Je zou zelfs de stelling kunnen verdedigen dat mensen die genoegdoening wensen voor hun eigen gekwetste gevoelens op basis van het derde gebod, zich juist schuldig maken aan het misbruik van Gods naam. Wie ben jij om jouw gekwetste gevoelens te vereenzelvigen met Gods gevoelens? God is misschien wel veel minder lichtgeraakt dan zijn grondpersoneel.

De opstellers van het manifest doen volgens mij in wezen niets anders dan wat de tien geboden doen, namelijk de juiste hiërarchie aangeven tussen de vrijheid – in dit geval die van meningsuiting – en de fatsoensregel dat men anderen niet nodeloos moet kwetsen.

De vrijheid van meningsuiting is een kwestie van ethiek en behoort daarom door de staat te worden gewaarborgd. Fatsoen staat een trede lager, is ‘etiquette’ (letterlijk ‘kleine ethiek’). De staat gaat niet over fatsoen. Fatsoen wordt in het onderlinge verkeer tussen mensen bepaald. De staat gaat niet over de vraag of mannen en vrouwen elkaar een hand moeten geven of over de vraag of popsterren zichzelf mogen laten kruisigen tijdens een show of over de vraag of een cartoon kwetsend is. Dat is aan ieders eigen geweten en gevoel voor fatsoen. De staat waarborgt wel dat iemand zo’n handelwijze openlijk mag verdedigen of aanvallen.

Dat de staat die vrijheid waarborgt, daar hebben wij als samenleving goede redenen voor. In het verleden is al vaak genoeg gebleken dat wat nu als onfatsoenlijk geldt, over een aantal jaar als waardevol nieuw inzicht kan worden erkend. Ik sta zelf in de protestantse traditie, die ooit begon met een beeldenstorm. Als ik in oude kerken lege nissen zie, dan kan ik mij bij wijze van spreken daar nog plaatsvervangend voor schamen – zo onfatsoenlijk vind ik het om kunstschatten te vernielen. Maar de emancipatoire gedachte achter die baldadigheid, namelijk dat mensen van nu af aan alleen hun persoonlijke geweten zouden volgen, is een waardevolle pijler van onze beschaving gebleken. Dat geldt voor menige ‘beeldenstorm’ sindsdien. Hoe zou het gesteld zijn met de rechten van zwarten, vrouwen, homo’s als er niet mensen waren geweest die het fatsoen van hun dagen met voeten hadden getreden?

Dat de heer Van Haersma Buma zegt dat het manifest ’impliceert dat er twijfels bestaan over dit grondwettelijke recht’ (i.c. dat van meningsuiting) vind ik een erg dubieus argument.

Het is namelijk vooral CDA-minister Donner die die twijfels aanwakkert. Als hij zegt dat hij wil onderzoeken of blasfemie strafbaar gesteld kan worden en als hij publiekelijk betreurt Madonna niet te kunnen verbieden haar show te geven, dan is hij degene die de angst aanwakkert dat aan fatsoen hetzelfde gewicht zal worden toegekend als aan de vrijheid van meningsuiting. Hij mag van mij best zeggen dat hij zaken onfatsoenlijk vindt – ik ben het daarin heel vaak met hem eens – als hij er maar achteraan zegt dat hij dolblij is dat hij in een land leeft waarin je dat mag doen zonder bang te hoeven zijn voor rechtsvervolging. En dat hij nog blijer is dat hij als minister van Justitie dat recht mag verdedigen.

Hij zou met die verdediging van het recht om zich in het handelen vooral te laten leiden door het eigen, persoonlijke geweten, in goede protestantse en christelijke traditie scharen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden