Mangosector Mali snakt naar vernieuwing

bamako – Op de plantage van Seydou Sylla (45) is de oogsttijd pas begonnen. De familieboomgaard van twee hectare even buiten de Malinese hoofdstad Bamako is wild begroeid. De kleine Sylla komt net boven het droge gras uit, dat de stammen van mangobomen overwoekert.

Zoals altijd is het heet en droog, maar de mangobomen redden zich. Een paar druppels regen volstaat. De zon doet de rest. Snoeien? Geen denken aan. Mangobomen horen voor de boer te werken. „Ik heb ook een veldje met aubergines”, zegt Sylla. „Dat is voor eigen gebruik want het levert minder op dan mango’s.”

De plantage van Sylla is al ruim veertig jaar familie-eigendom. Sommige bomen stammen nog uit die tijd. Sylla’s vader Lassine (74) kocht het veld toen hij nog een kind was. Hij verkocht zijn mango’s op de lokale markt en onderhield zo zijn gezin van veertien kinderen bij twee vrouwen. Zijn zoon pakt de zaken grootser aan. Ook deze lente liggen Sylla’s beste vruchten in de schappen van Albert Heijn, een van de grootste afnemers van mango’s uit Mali.

Met westerse hulp wisten Malinese telers en exporteurs toegang te krijgen tot de Europese markt. Mangoboeren hebben sindsdien een stabiel inkomen. Sylla verkoopt zijn oogst voor 11 eurocent per kilo aan Silvain Commercial Services (SCS), een van de grootste exporteurs. Dat doorgaans slechts 40 procent geschikt is voor export is niet langer zijn zorg. SCS heeft vaste contracten met ongeveer 140 telers. „Dat zijn kleine familiebedrijfjes”, aldus directeur Silvain Moussa Diakité.

Zodra de mango’s rijp zijn, stuurt Diakité een team plukkers. De oogst gaat naar het door Nederland gesponsorde koel- en pakhuis Plaza in Bamako. Van daaruit wordt het grootste gedeelte naar Rotterdam verscheept. Plaza staat onder toezicht van de Wereldbank, maar wordt gerund door een bedrijfschap van vijf Malinese exporteurs. Tussen hen bestaat hevige concurrentie.

Dit jaar lijkt een goed productiejaar te worden. Met de komst van een automatische sorteermachine is de capaciteit van Plaza vergroot. Importeur Bakker Barendrecht, die namens Ahold mango’s naar Nederland verscheept, verwacht een recordaantal van zestig containers binnen te halen.

Toch is de toekomst van de Malinese mangosector onzeker. De familieplantages zijn oud en worden beperkt onderhouden. „Boeren doen weinig aan hun land”, zegt Adrie Bakker, commercieel manager van Bakker Barendrecht. „Ze snoeien niet, waardoor bomen hoog worden en oogsten lastig is. En ze gebruiken geen kunstmest of bestrijdingsmiddelen.” Diakité maakt zich zorgen om de watervoorziening. Er valt minder neerslag. „Daarom is irrigatie op de plantages nodig.”

Bakkers voorkeur gaat uit naar mango’s uit West-Afrika. „Die smaken het best. Maar als Mali de concurrentie in de regio wil aangaan, zijn hervormingen nodig.” In buurland Senegal worden mango’s geteeld op grote plantages met geavanceerde irrigatiesystemen. De productie is daardoor stabiel en van hoge kwaliteit. Hetzelfde geldt voor Ivoorkust. Malinese boeren kunnen niet dezelfde garantie bieden. Dat bleek vorig jaar, toen Bakker door misoogst in plaats van de bestelde 45, slechts 20 containers kreeg geleverd.

De plannen om de bestaande boomgaarden om te vormen tot een modern mangoveld van tweehonderd hectare met irrigatiesysteem zijn er. Maar naar verwachting worden ze niet snel uitgevoerd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden