Manenschijn moet verder gaan, veel verder

Uiteindelijk is het credo voor prof. Manenschijn dit: Jezus is de Christus. Ik zou de laatste zijn hem daarop te kritiseren, ware het niet dat het de meest onlogische consequentie is van zijn betoog. Met aandacht, instemming en herkenning las ik zijn artikelen van 10 en 11 augustus, totdat ik bij de laatste kolom aanlandde, die al het voorgaande zo goed als ongeldig maakt.

Manenschijn voert een pleidooi voor een narratieve theologie, die beter en meer aanvaardbaar het geloof van de mens van nu weergeeft dan zowel in de orthodoxie als in de vrijzinnigheid. We geloven niet meer in de opstanding als biologisch wonder, het is een verhaal waarmee de eerste christenen hun prille geloof van 'Jezus lééft' hebben beschermd tegen allerlei inwendige en uitwendige aanvallen.

Zo interpreteert Manenschijn ook het verhaal van het gouden kalf, zo zijn er nog legio voorbeelden, de Bijbel staat er vol mee.

Dat brengt mij, met Manenschijn, tot de stelling, dat de verhalen uit de Schrift eerst en vooral geloofsverhalen zijn. Wie hiervan doordrongen is, leest de hele Bijbel vanuit die optiek, zowel het Oude als het Nieuwe Testament; óók de verhalen over Jezus. Wie in die verhalen een onderscheid probeert te maken tussen wat er nu historisch wel en niet gebeurd is komt er eigenlijk nooit uit. Daar zijn die verhalen gewoonweg niet op ingericht, hoe hard de getuigen dat ook beweren.

Ook de evangeliën zijn verhalen van anderen over Jezus, minimaal een kwart eeuw na diens dood geschreven. Daarom is het ook het beste om maar niet te proberen er enige dogmatische waarheid uit te halen, want ook daar zijn die verhalen niet op ingericht. Zelfs Petrus' zogenaamde oerconfessie: 'Gij zijt de Christus de Zoon van de levende God' (Mattheüs 16 vers 16) staat in een verhaal, niet in een theologisch handboek. Wat je allemaal over de verhalen rondom Jezus kunt zeggen, wat er verder ook in zit: het zijn eerst en vooral geloofsverhalen, geen historische of dogmatische handboeken.

De consequentie hiervan is nogal verregaand. Het betekent bijvoorbeeld, dat er principieel geen verschil bestaat tussen verhalen over Mozes en verhalen over Jezus. Hoe kun je dan, zoals Manenschijn, tot de uitspraak komen dat we het wel met elkaar eens moeten zijn over de gemeenschappelijke geloofswerkelijkheid van 'Jezus is de Christus'? Want dan ontleen je aan één type verhalen een geloofswaarheid en ontdoe je het van zijn eerste en belangrijkste functie: verhaal te zijn.

En dat treft dan niet alleen de verhalen over Jezus maar alle andere verhalen ook. Je zet namelijk een van te voren gekleurde bril op: Jezus is de Christus en zo gaan we de verhalen lezen.

Dat kan niet. Als 'Jezus is de Christus' jouw geloofsbelijdenis is, hoe kun je dan nog met een open en vrije blik de verhalen over hem benaderen als verhalen-zonder-meer?

Wie de verhalen wil laten spreken, moet ze benaderen zonder enig dogmatisch vloertje erin aan te brengen. De enige vloer waar je op kunt staan, bieden de verhalen zelf. Daarvoor is het nodig steeds dieper en steeds verder te gaan.

Als ik uit de verhalen rondom Jezus geen grondwaarheden meer kan putten, waar moet ik dan terecht? Het antwoord is eenvoudiger dan velen denken: de grond van ons geloof kan niet anders zijn dan de grond van de verhalen. En dat is - met alle respect voor Jezus en Manenschijn - het eerste verhaal van God en mens: de schepping. In Psalm 100 vers 3 lees ik als het ware de kortste samenvatting ervan: ,,Hij heeft ons gemaakt, Hem behoren wij toe.'' Daaraan valt grond te ontlenen voor het geloof; dat is het eerste, het oudste wat ons is overgeleverd. Al het andere is uitleg van dat ene, óók de verhalen over Jezus, óók die waarin Jezus als de Christus geschetst wordt: uitleg van het oerverhaal van God en de schepping.

Nu zal ik zeker niet ontkennen, dat Jezus aan die uitleg een beslissende wending heeft gegeven, en evenmin dat hij op grond daarvan een keerpunt in de geschiedenis is te noemen en op een bijzondere manier God opnieuw heeft laten zien, en noem maar op. Zelfs de uitspraak dat hij 'Zoon van God' is vormt op de grond van de oerverhalen feitelijk geen enkel probleem. Maar de confessie dat het in de kerk om 'Jezus de Christus' moet gaan, is niet breed genoeg. Het moet verder gaan, veel verder: om de God van onze verhalen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden