Review

Man van ’weynig goede beginzelen’

Hij werd verbannen uit de Portugees-joodse gemeenschap en verguisd als ’ongodist’, maar zijn gedachtegoed overleefde de eeuwen. Dit jaar is de 17de-eeuwse filosoof Benedictus de Spinoza uitgekozen als een van de iconen van Amsterdam ’Wereldboekenstad’. De Bibliotheca Philosophica Hermetica wijdt een tentoonstelling aan leven en werk van de vrijdenker.

Amsterdam mag zich een jaar lang ’Wereldboekenstad’ noemen. Unesco, de culturele tak van de Verenigde Naties, kent deze titel vanaf 2001 jaarlijks toe aan een stad die zich inzet voor de promotie van het boek, en daarmee voor de vrijheid van mening en meningsuiting in woord en geschrift, zoals vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Steden als Turijn, Montreal, Antwerpen en vorig jaar Bogotá gingen Amsterdam voor. Vooral de nadruk die Amsterdam – sinds de 17de eeuw een tolerante vrijhaven en vrijplaats voor schrijvers, drukkers en lezers - in zijn programma legt op de vrijheid van meningsuiting heeft de stad dit jaar zijn Unesco-uitverkiezing opgeleverd. Het thema van Amsterdam Wereldboekenstad is dan ook: ’Open Boek, Open Geest’.

De Wereldboekenstad komt tot leven in onder andere gedichtenwedstrijden, symposia en poëziemanifestaties in de Amsterdamse stadsparken. Ook de Bibliotheca Philosophica Hermetica doet mee. Na een studiedag over Benedictus (Baruch) de Spinoza (1632-1677), eind juni in de Westerkerk, eert zij de filosoof – met Anne Frank en Annie M. G. Schmidt icoon van Amsterdam Wereldboekenstad – met een tentoonstelling: ’Libertas philosophandi, Spinoza als gids voor een vrije wereld’.

De helft van de getoonde werken is destijds in Amsterdam uitgegeven. Geen toeval, want in het Amsterdam van Spinoza heerste een sfeer van relatieve tolerantie en vrijheid van denken. „Hier kon worden gedrukt wat in Frankrijk, vanwege de preventieve censuur daar, niet lukte”, zegt Cis van Heertum die, samen met Vereniging Het Spinozahuis, de expositie heeft samengesteld. „Bovendien waren de Amsterdamse drukkers kwalitatief erg goed.”

Overigens moeten we, relativeert ze, nu ook weer niet te idealistisch denken over de tolerantie in de Republiek der Nederlanden, want die was toch ook betrekkelijk. Spinoza kon zijn Theologisch-politiek traktaat in 1670 niet onder zijn eigen naam uitgegeven krijgen. En vier jaar later, twee jaar na het rampjaar 1672 (de gebroeders De Witt vermoord, Willem III stadhouder) werd zijn traktaat, onder druk van de theologen, door de Staten van Holland verboden. Van Heertum: „Er was in de Republiek weliswaar geen sprake van preventieve, maar wel degelijk van repressieve censuur.”

De Spinoza-tentoonstelling geeft inzicht in Spinoza’s leven en werk en toont geschriften van voor- en tegenstanders. In een handige loopgids krijgt de bezoeker toelichting bij de getoonde handschriften en boeken.

Spinoza woonde tot eind jaren vijftig van de 17de eeuw in Amsterdam. Daar heeft hij ook zijn scholing ontvangen. Samen met zijn broer Gabriël werd hij ingeschreven als lid van het (nog altijd bestaande) Portugees-joodse Genootschap annex onderwijsinstelling Ets Haim. Hij doorliep daarna de lagere klassen van de Talmoed-Toraschool en bezocht de Latijnse school van Franciscus van den Enden, een ex-jezuïet uit Antwerpen en bewonderaar van de filosofie van René Descartes. Het eerste en enige werk van Spinoza dat, in 1663, onder zijn eigen naam is uitgegeven, is een inleiding op de filosofie van Descartes. Dit werk, ’Renati des Cartes principiorum philosophiae’, en de Nederlandse vertaling ervan door Pieter Balling (1664), zijn te zien op de expositie.

Van den Enden onderwees volgens Pierre Bayle en Johannes Colerus, twee van Spinoza’s vroegste biografen, ook atheïstische principes of ’grondbeginselen van afgodisterij’. Die mening deelde boekhandelaar Willem Goeree (1635-1711), die Van den Enden nog persoonlijk had gekend. Volgens Goeree had Spinoza bij Van den Enden ’weynig goede beginzelen ingezogen; als die zeer mild was zyn Ongodistize gronden, aan ryp en groen uyt te venten’.

In juli 1656 deden leiders van de Portugees-joodse gemeenschap Baruch de Spinoza in de ban. Deze herem (banvloek) spreekt van zijn ’afschuwelijke ketterijen’ en ’schandelijke daden’, maar waarom hij zo buitengewoon hard werd gestraft, is nog steeds een raadsel, aldus Van Heertum. Spinoza latiniseerde zijn naam Baruch – Hebreeuws voor gezegende – en ging verder als Benedictus door het leven. Na de banvloek uit 1656 – Spinoza was toen al samen met zijn broer handelaar in zuidvruchten – is de filosoof nooit meer in joodse boezem teruggekeerd.

We staan voor de eerste vitrine met daarin onder andere de ledenlijst van Ets Haim. Op de lijst is een enkele naam doorgestreept, met keurige rustige lijntjes, maar duidelijk is te zien hoe die van Baruch de Spinoza woest is weggekrast. „Dat is een dramatisch verhaal geweest”, vertelt Van Heertum. Spinoza werd sociaal volledig uitgestoten. Andere Joden was het niet toegestaan hem dichter te naderen dan vier meter. Hij heeft echter nooit moeite gedaan om de ban te laten herroepen.”

In dezelfde vitrine ligt een werk van Franciscus van den Enden, dat vanwege de repressieve censuur anoniem is uitgegeven. Had Van den Enden dit werk, ’Vrye politijke stellingen, en consideratien van staat’, onder zijn eigen naam gepubliceerd, dan had hij volgens Van Heertum minstens een geldboete geriskeerd, en zelfs verbanning. Hij verdedigt in dit werk het belang van de rede als toetssteen. Volgens Van den Enden moest ook het geloof door de rede worden onderwezen.

Verder schrijft hij in deze stellingen dat burgers in hun ontplooiing worden belemmerd door enerzijds bestuurders die tot slaafse gehoorzaamheid willen dwingen, en anderzijds door theologen die de mensen klein willen houden door hun zondebesef in te wrijven. Van den Enden eindigde zijn leven aan de galg in Parijs, nadat hij was gearresteerd wegens betrokkenheid bij een samenzwering tegen Lodewijk XIV.

Zijn opvattingen zijn terug te vinden bij Spinoza, die eveneens een lans brak voor de rede en zich keerde tegen de macht van de theologen in de staat. Spinoza werd vooral aangevallen om zijn godsopvatting, die zeer genuanceerd was maar door zijn tijdgenoten radicaal werd bevonden. Hij verwerpt het in zijn ogen valse godsbegrip en reikt uitgangspunten aan voor een individueel begrip van God, de natuur en de oorsprong van de menselijke geest. Daarbij gaat hij ervan uit dat de menselijke geest van nature beschikt over ’adequate kennis van de eeuwige en oneindige essentie van God’.

Spinoza werd beschouwd als een ’ongodist’, maar zijn vermeende atheïsme is moeilijk te rijmen met zijn overtuiging dat alles wat is, in God is en zonder God niet kan bestaan noch worden begrepen (Ethica).

In zijn ’Tractatus theologico-politicus’ betoogt Spinoza dat het geopenbaarde woord van God niet bestaat uit een aantal boeken maar uit het enkelvoudige begrip van de goddelijke geest. Het natuurlijke verstand draagt volgens hem beter bij tot dit begrip dan bijvoorbeeld de Bijbel.

Spinoza wilde tevens duidelijk maken dat begrijpen en gehoorzamen van God niet afhankelijk is van het geloof dat men aanhangt: ’Het geloof van ieder mens, dat is de vraag of hij vroom of goddeloos is, kan alleen op grond van zijn daden beoordeeld worden. Op deze wijze kunnen alle mensen met een oprecht en vrij gemoed God gehoorzamen en zullen alleen rechtvaardigheid en liefde bij allen in aanzien staan’. Van Heertum: „De twee morele deugden waar Spinoza op wees, medemenselijkheid en rechtvaardigheid, zijn joodse deugden uit de Tenach. Iedereen kon volgens hem deze deugden uitoefenen, ongeacht geloofsrichting.”

Adriaen Koerbagh was een van Spinoza’s volgelingen die de dood vond vanwege zijn opvattingen. Hij deelde Spinoza’s overtuiging dat God en natuur gelijk zijn en was een fel bestrijder van bijgeloof. ’Superstitie’, schrijft hij in ’Een bloemhof van allerley lieflijkheyd’, ’dat is, als men meer dingen gelooft, als de rede vereyscht’. Jezus was volgens hem geen goddelijke verlosser maar wilde de mensheid uit haar staat van onwetendheid verheffen en leiden naar kennis, wijsheid en inzicht. Aan de geopenbaarde religie en het gezag van de gevestigde kerken had Koerbagh een broertje dood.

De drukker van zijn werk ’Een ligt schijnende in duystere plaatsen’ (1668), Everardus van Eerde, gaf Koerbagh aan bij de autoriteiten. Tijdens zijn verhoor werd Koerbagh ondervraagd over zijn betrekkingen met Spinoza. Hij werd veroordeeld tot tien jaar rasphuis, gevolgd door tien jaar verbanning, en een geldboete. Al na een jaar bezweek hij in het rasphuis (tuchthuis waar Braziliaans hout moest worden geraspt, CvL).

Van de boeken die Spinoza zelf in zijn boekenkast had, is er tot nu toe geen een boven water gekomen. Wel is er een inventarislijst van Spinoza’s boedel. Een aantal van de boeken die daarop staan, op het gebied van filosofie, bijbelkritiek en staatsrecht (Descartes, Francis Bacon, Thomas Hobbes, Pieter de la Court), zijn te zien op de expositie.

Ook liggen er brieven van en aan Spinoza. Hij correspondeerde onder anderen met de natuurwetenschapper Henry Oldenburg, en met Constantijn Huygens, bij wie hij ook te gast is geweest op diens buitenverblijf Hofwijk in Voorburg, waarheen Spinoza in 1663 verhuisde. Een van de pronkstukken op de expositie is de zeldzame eerste druk van Spinoza’s ’Tractatus theologico-politicus’ uit 1670, onder de gefingeerde auteursnaam Henricus Künraht in Amsterdam gedrukt door Jan Rieuwertsz.

Hetzelfde lot als de Tractatus, namelijk een verbod door de Staten van Holland, trof in 1678, een jaar na Spinoza’s dood, diens ’Opera posthuma’. Zijn hoofdwerk, de Ethica, voltooide hij in 1675, maar hij zag af van publicatie, omdat de theologen het op hem hadden gemunt. Het werd pas na zijn dood , als onderdeel van de Opera posthuma uitgebracht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden