Man van Smarten

Mij is een langgekoesterde wens in vervulling gegaan. Ik heb een automobiel geleend en ben in enen naar de Elzas getuft. Niet om de wijn van de streek, hoewel die mij aangenaam is. Ook niet om de wijngaarden langs de heuvels of de bomen en de struiken, die zich nieuw uit het landschap verheffen. De aanblikken van zoveel lentetooi geven niettemin troost en doen de zin van leven meer aanvaarden. Neen, mijn reisdoel betrof het stadje Colmar, het Musée d'Unterlinden, gevestigd in het Dominicaner-klooster van weleer. Daar in het schip van de gotische kerk staat het Isenheimer Altaar opgesteld, in 1515 voltooid door de schilder Matthias Grünewald.

Destijds is het retabel als veelluik vervaardigd uit lindenhout in de grootte van acht bij vijf ten behoeve van het Antoniusklooster te Isenheim, niet ver van Colmar, waar de antonieten zich wijdden aan de zorg van zieken. Deze context is volledig met het altaar verkleefd, ook nu nog - ondanks de museale opstelling. Vooral lijders aan wondroos en pest hebben de antonieten verpleegd, ongeneeslijk zieken wier uiterlijk verminkt raakt en wier ledematen verteren en afvallen. In ontluistering uitgestotenen, die de dood in het eigen lijf aantreffen. In uitstoting zijn zij alleen gelaten, onaanzienlijk en ongezien. Smartelijk zijn zij verwant aan de Man van Smarten naar de woorden van Jesaja: “Hij heeft gestalte noch luister. Zijn gedaante wekt geen begeerte. Veracht is Hij en van mensen verlaten. Man van Smarten, met lijden bezocht, voor Wie wij het gelaat bedekken.”

Zouden zo de dodelijk zieken van destijds naar het retabel hebben kunnen kijken? Ik hoop het. Stellig in de tijd van de advent en de vasten waren de luiken volledig gesloten waardoor alleen de taferelen van kruisiging en graflegging te zien waren met aan weerszijden, op zichzelf in eigen localiteit, beschermheiligen tegen pest en wondroos, heiligen van troost en berusting, Sebastiaan en Antonius. Ik stel mij de kerk in Isenheim voor als die van de godshuizen in Beaune of Brugge, waar zieken vanuit hun aan beide zijden van het bedehuis geplaatste bedden - veelal meer zieken in één enkele sponde - het altaarstuk hebben kunnen waarnemen. In Beaune naar dat van Rogier van der Weyden, in Brugge naar dat van Hans Memling. Zij zagen het slechts van verre, tijdens de zich verkortende dagen voor Kerstmis door kaarsen verlicht, tijdens de zich verlengende dagen voor Pasen in het daglicht van het voorjaar. Zoals nu, in deze dagen van de Goede of Stille Week. Wat heeft Matthias Grünewald, onbetwistbaar in opdracht van de prior der antonieten, in beeld gebracht? Wat hebben zieken in zekerheid of twijfel, ongetwijfeld tot beoogde vertroosting, voor waar genomen en als waar beleefd? Gelukkig de eenvoudigen en de treurenden en de beschimpten.

Hier is de kruisiging geen triomf, het kruis geen troon, de vlechting van doornen geen kroon van majesteit. De duisternis die sedert het zesde uur is ingevallen duurt voort voorbij het negende uur. Jezus is gestorven. De honderdman heeft Zijn zijde reeds doorstoken. Hij hangt daar tegen het donker, groot aan het grove kruis, aan de zware balkboom die schuil gaat achter het door wondroos verminkte lijf en de nauwelijks geschaafde tak waaraan de handen zijn gespijkerd, 'gewrongen om spijkers als deuren in hengsels' - naar een visioen van Birgitta van Zweden. Het hoofd is terzijde op de borst gezakt, de ogen geloken, de mond open gebleven. De doornenkrans overdekt het bebloede gezicht, terwijl tal van doornen elders op het lijf verraden dat doornen Hem niet slechts als kroon hebben vernederd maar ook in andere verwondingen hebben geraakt. De Mensenzoon, verlaten en verstoken, even fel realistisch uitgebeeld als vreemd geheimnisvol tentoongesteld. Aan Zijn rechterzijde vangt de jonge Johannes de even jeugdige Maria op, 'zo goddelijk knap, zo bovenmenselijk lijdend', 'een non geworden koningin' - naar een beschouwing van Joris-Karl Huysmans. Tussen deze beiden en de gekruisigde, op haar knieen Maria Magdalena, nog altijd verliefd haar armen naar Hem reikend. Aan Zijn andere zijde Johannes de Doper, op Hem wijzend, 'het Lam Gods Dat de zonden van de wereld wegneemt', 'Zijn mond ongeopend ter slachting geleid, stom'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden