Man van het Vrijheidstheater

Ex-parachutist. Acteur. Filmmaker. 100 procent Palestijn, 100 procent Joods. Vermoord door fundamentalisten om zijn theater en toneelschool.

Zo'n twintig jaar geleden had hij al eens de rol gespeeld van een verzetsstrijder die uiteindelijk wordt doorzeefd met kogels. Hij had zich ingeleefd, zich vereenzelvigd met de verzetsheld - een lid van de nationalistisch zionistische Lechi - zoals alleen hij dat kon. Tijdens de repetities had hij vijf maanden lang op de grond geslapen, omdat Lechi-strijders dat nu eenmaal deden.

Juliano Mer-Khamis was geen man van compromissen of halve waarheden. Afgelopen maandag werd hij voor zijn theater in Jenin op de Westoever doodgeschoten. Zijn theater en toneelschool, zo wist hij zelf ook, waren voor fundamentalisten een grotere bedreiging dan welk wapen ook.

Zijn laatste productie was die van Alice in Wonderland, maar dan wel met een Alice die op haar tocht allerlei mensen tegenkomt die haar willen controleren, onderdrukken; haar bewegingsvrijheid aan banden leggen, haar vrijheden als meisje, als vrouw beknotten. Het wonderland van Alice diende als spiegel voor Jenin, voor de behoudende Palestijnse samenleving en voor de Israëlische bezetting. Alice kwam er vrijer, sterker uit tevoorschijn. Dat was zijn doel, zijn theater.

Juliano Mer-Khamis werd in 1958 in Nazareth, in het noorden van Israël, geboren. Zijn grootvader was een bekende dokter, een zionist, die begin vorige eeuw uit Litouwen naar het toenmalige Palestina was geëmigreerd en naam maakte als dé bestrijder van malaria, een ziekte die toen nog vooral in het noorden heerste.

Juliano's moeder, Arna, streed mee in Israëls 'onafhankelijkheidsoorlog' in 1948 in de Palmach, de stoottroepen, en in het Israëlische leger. Ze sloot zich aan bij de communistische partij, die als enige niet-zionistische partij het bolwerk was van Israëlische Arabieren. Daar ontmoette ze de christelijke Palestijn Saliba Khamis. Ze trouwden, tegen alle ouderlijke adviezen in. Hun huwelijk werd ingezegend door een dronken katholieke priester.

In een interview met Sjifra Herschberg in Vrij Nederland vertelde Juliano Mer-Khamis hoe zijn geboorte kantje boord was. Tijdens een betoging tegen het Israëlisch militair bestuur over de Arabische bevolking begonnen de weeën. Maar de artsen in het ziekenhuis weigerden zijn moeder te hechten en ze bloedde bijna dood.

Vanaf zijn geboorte werd Juliano geconfronteerd met wat hij noemde de raciale krankzinnigheid van dit land. Ze woonden in een Joodse wijk waar hij voor stinkende Arabier werd uitgemaakt. Zijn moeder was 'een Joodse hoer die het met Arabieren doet'. "Dagelijks stelde ik me de vraag: haat ik Arabieren en heb ik de Joden lief, of heb ik de Arabieren lief en haat ik de Joden."

Nadat de vader van zijn vriendinnetje haar dwong met hem te breken, koos hij ervoor de modeljood te worden, hij nam de achternaam van zijn moeder aan en ging in dienst bij de elite-eenheid van de parachutisten. Zijn vader sprak een jaar lang niet met hem. Tot hij op een dag gestationeerd was bij datzelfde Jenin dat later zijn leven zou bepalen. Een auto met Palestijnen uit Nazareth kwam voorbij. Hij kreeg bevel de oude opa uit de auto te dwingen. Juliano weigerde, kreeg ruzie met zijn officier, sloeg hem met de kolf van zijn geweer en belandde in de cel. "Het was toen", zo vertelde hij in Vrij Nederland, "dat ik besefte dat ik niet bij de Joodse kant hoorde."

Toch zou hij zich, volgens een interview met de Israëlische legerradio, blijven definiëren, niet als half Joods/half Arabisch, maar voor de volle honderd procent Palestijn en voor de volle honderd procent Joods.

In Israël maakte hij carrière als acteur, op het toneel en in de film, een begenadigd acteur - en bloedmooi - die ook in het buitenland naam maakte. Hij speelde onder andere in 'The Little Drummer Girl' van John Le Carré. Maar de aanbiedingen uit het buitenland liet hij lopen. Achteraf bezien was het duidelijk waar zijn roeping, zijn passie lag.

Zijn moeder Arna was intussen met een project begonnen dat veel stof deed opwaaien: het opzetten van een toneelschool voor kinderen in het Palestijnse vluchtelingenkamp van Jenin. Wat moest die Joodse vrouw in Jenin, vroegen Israëliërs en Palestijnen haast in koor. Kinderen leren zich te uiten, leren creëren in een tijd van intifada's, en leren zelfstandig te denken, luidde haar antwoord.

Juliano Mer-Khamis maakte er een film over, 'Arna's Children', alom geprezen als wellicht de mooiste film over het conflict. Hij toont de Palestijnse kinderen in hun spel, maar ook het jongetje dat vertelt dat hij niet meer thuis slaapt, want hun huis is vernield door de Israëliërs. Een niet gering aantal van dezelfde kinderen ziet de kijker later terug in de tweede intifada, als strijders in de strijd tegen Israël. De meesten zullen sneuvelen. Twee gaan zelfs op pad op een zelfmoordmissie.

Zakaria Zoebeidi, eerst nog een ontwapenend beminnelijk jongetje in de film, zou als commandant van de Aksa-brigades jarenlang bovenaan Israëls lijstje van meest gezochten staan, totdat hij in 2007 openlijk het geweld afzwoer.

Het theater gaat eraan bij de Israëlische belegering in 2002. Daarnaast zijn er de beelden van zijn moeder Arna, buiten fel demonstrerend tegen de bezetting; in het theater, alom aanwezig, dirigerend, strijdlustig, met het toneel als arena. Intussen vecht ze ook tegen de kanker, die wint. Juliano besloot een paar jaar geleden om haar project voort te zetten, samen met Zakaria Zoebeidi. Hij verhuisde ook zelf met zijn partner en kinderen naar Jenin. "Ik moest een moreel besluit nemen aan welke kant van de wegversperring ik wil staan: aan de kant van de gewapende soldaat of aan de kant van het weerloze meisje wier dagelijks leven toch al ondraaglijk is", vertelde hij in een van zijn laatste interviews.

Zijn Vrijheidstheater werd een vrijplaats voor Palestijnse jongeren, maar ook steeds meer een doorn in het oog van de fundamentalisten. Hij tartte het lot met zijn politieke toneelstukken, zoals 'Animal Farm', met bovendien de voor moslims onmogelijke rol van varken. Het theater was ook een centrum waar jongens en meisjes gemengd samenkwamen, een plek die buitenlandse vrijwilligers en activisten trok met andere mores dan die van het behoudende Jenin.

Mer-Khamis ontving waarschuwingen en dreigbrieven dat, als hij zijn activteiten niet staakte, de kogels zullen volgen. Van tijd tot tijd werden er vernielingen aangericht in het theater. Hij zei zich nog veilig te voelen, hij rekende op de bescherming van Zoebeidi en zijn vrienden.

"De leiding in Jenin had liever gezien dat ik toneelstukken opvoer die gericht zijn tegen de Israëlische bezetting, niet dat ze ooit naar het theater zijn geweest. Maar ik vind het belangrijker om bezig te zijn met zaken die het dagelijks bestaan raken, de armoe, het gebrekkige onderwijs, de culturele nood, de manier waarop de religieuze extremisten die problemen uitbuiten om steeds meer kinderen tot extremistische daden te brengen."

Toch zag hij af van de productie van 'The Lieutenant of Inishmore', een satire op het Ierse gewapend verzet. Intussen was hij al wel bezig met een project dat hij betitelde als explosief: een video-uitwisseling tussen de Palestijnse jeugd van Jenin met de Israëlische jeugd van Sderot, het stadje in het zuiden van Israël dat regelmatig doelwit is van raketten uit Gaza. Aan zijn vrienden vertelde hij hoe de video's van de kinderen in Jenin de maatschappij daar blootleggen, de ongelijkheid en onderdrukking in de eigen gemeenschap, inclusief het meisje dat haar vader filmt terwijl die haar slaat.

Zijn visie verwoordde hij in één zin: een geweer zonder geschiedenis, cultuur en kunst, is een geweer dat slechts doodt in plaats van te bevrijden. Toekomstplannen had hij ook al. Onlangs had hij een aanbod gekregen om de rol van koning David te spelen in een nieuwe film. Hij verheugde zich erop: een Joods-Palestijnse koning David, net als de oorspronkelijke.

Dinsdag gaven zijn leerlingen in Jenin een verklaring uit. "In duizenden stiltes speelt slechts één viool, en in duizenden stiltes klinkt slechts één stem, de stem van de vrijheidsstrijders die van jou hebben geleerd het wapen van de cultuur op hun schouders te dragen."

Getekend: Juliano's kinderen.

Juliano Mer-Khamis werd geboren op 29 mei 1958 in Nazareth en stierf in Jenin op 4 april 2011.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden