Man van de korte twintigste eeuw

Britse historicus wisselde de brede synthese af met persoonlijke terzijdes

Nog steeds groeien studenten over de hele wereld op met Eric Hobsbawm, de Britse historicus die gisteren op 95-jarige leeftijd overleed. Hij goot de wereldgeschiedenis van 1789 tot 1991 in vier dikke studies, en ook over het nationalisme schreef hij een standaardwerk.

Zo zal hij ook in eerste plaats herinnerd worden: als de man van de brede historische synthese. Achteloos schakelde hij over van een erudiete verhandeling over economie naar een even erudiete verhandeling over jazz. Hobsbawm introduceerde de populaire indeling van geschiedenis in de 'lange negentiende eeuw', van de Franse Revolutie (1789) tot de Eerste Wereldoorlog (1914), en de daaropvolgende 'korte twintigste eeuw', die in 1989 ten einde kwam met de val van de Muur.

Maar voor veel van zijn lezers zullen het niet de sweeping statements, maar juist de kleine, persoonlijke terzijdes zijn, die heel pregnant in de herinnering blijven hangen. 'Voor deze auteur is 30 januari 1933 niet een willekeurige datum waarop Hitler kanselier van Duitsland werd', schreef hij, 'maar een wintermiddag in Berlijn toen een vijftienjarige jongen en zijn zus naar huis liepen van hun scholen in Wilmersdorf naar Halensee, en ergens onderweg de krantenkop zagen. Ik zie het nog voor me, als in een droom'.

Hobsbawm had de korte twintigste eeuw aan den lijve meegemaakt. In 1917 werd hij geboren in Egypte, uit een Britse vader van Joods-Poolse komaf en een Joods-Oostenrijkse moeder. Zijn lagere-schooltijd bracht hij door in Wenen. Later herinnerde hij zich de bochten waarin zijn leraar zich daar moest wringen om het minuscule lapje grond dat Oostenrijk in de jaren twintig nog bestreek te verbinden met het glorieuze Habsburgse verleden. Het mag niet verbazen dat de kosmopoliet Hobsbawm afstandelijk en wetenschappelijk over het nationalisme zou schrijven. 'Invented traditions' was de term die hij muntte om de zogenaamd eeuwenoude nationale rituelen mee te beschrijven.

In 1931, na het overlijden van zijn ouders, belandde hij in Berlijn, waar hij de nadagen van de Weimarrepubliek meemaakte als lid van de communistische jeugdbeweging. Een paar jaar later verhuisde hij met zijn oom en tante naar het Britse Cambridge, toen een marxistisch broeinest. Hobsbawm, geboren in het jaar van de oktoberrevolutie, zou de belofte van die revolutie een leven lang trouw blijven.

Dat kwam hem op kritiek te staan. Hoewel hij nooit een stalinist was, bleef hij ook na de Sovjet-invasie van Hongarije in 1956 wel lid van de Britse communistische partij. Vakbroeders verweten hem bovendien dat hij te makkelijk voorbijging aan de moorddadige aard van het Sovjetregime.

Toch gold Hobsbawm, hoe ouder hij werd, steeds minder als communistisch historicus, en steeds meer als alom gerespecteerd intellectueel. 'Mijn lievelingsmarxist', noemde de Britse Labourleider Neil Kinnock hem in de jaren tachtig. Hobsbawms analyse dat de westerse arbeidersklassen niet meer de motor van de geschiedenis waren, hielp Kinnock, toen die zijn partij wilde bevrijden van de verstikkende invloed van de vakbonden.

Dat Hobsbawm daarmee een van de vaders van het succes van Tony Blair was, moest je hem niet al te hard aanwrijven. 'Thatcher in trousers', spotte de oude marxist over de jonge neoliberaal.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden