Man strijdt voor vrouwenrechten

Het gaat beter met de naleving van vrouwen- en mensenrechten, vindt jurist Kees Flinterman. Die rechten zullen wortel schieten, meent de hoogleraar. 'Dus ook het idee van de gelijkwaardigheid van man en vrouw.'

Of hij een feminist is? De jurist - rijzig, zachte stem, twinkelende blik - verslikt zich bijna in zijn koffie. Inderdaad, hij zet zich als weinig andere mannen sinds jaar en dag in voor de gelijkberechtiging van de vrouw. Maar feminist? "Ik heb altijd iets van aarzeling bij ismen. En het gaat mij uiteindelijk om de rechten van ieder mens."

Acht jaar lang zat emeritus hoogleraar mensenrechten Kees Flinterman (1944) namens Nederland in het CEDAW - het VN-comité dat toeziet op de naleving van het Vrouwenverdrag. In 2011 trad hij toe tot het VN-Mensenrechtencomité, maar de belangstelling voor het thema bleef. En met Internationale Vrouwendag in zicht wil hij met alle plezier zijn licht laten schijnen over hoeveel er is bereikt. Of hoe weinig.

Nederland, beaamt hij, is relatief een paradijs voor vrouwen. "Tegelijkertijd vind ik het verwonderlijk dat we nog steeds discussiëren over de vraag of vrouwen in directies van grote ondernemingen een rol kunnen spelen. Dat er op universiteiten nog steeds betrekkelijk weinig vrouwelijke hoogleraren rondlopen. Dat er nog steeds geen sprake is van gelijke beloning tussen mannen en vrouwen. Dat er nog steeds zoveel geweld tegen vrouwen plaatsvindt: huwelijksdwang, huiselijk geweld, mensenhandel, prostitutie. We zijn ver gekomen, maar eerlijk gezegd hadden we veel meer kunnen bereiken. Als ik vrouw was, zou ik me meteen aansluiten bij een vereniging die strijdt voor vrouwenrechten."

Eén strijd lijkt beslist: de SGP moet haar kandidatenlijsten openstellen voor vrouwen.
Flinterman glimlacht. Het zogeheten vrouwenstandpunt van de SGP stond bij het CEDAW met vaste regelmaat op de agenda. "Dat was altijd heel moeilijk uit te leggen aan mijn collega's in het comité. Hoe kan het dat uitgerekend in jouw land een partij bestaat die vrouwen mag weren uit politieke functies? Zelf vond ik interessant hoe Nederland de SGP verdedigde: het ging om een kleine partij, de vrouwen wilden zelf niet, het kwam voort uit een religieuze overtuiging, dus daar mocht je niet aankomen. Dat het hier ging om een schending van fundamentele mensenrechten hoorde je nooit."

Ook menig opiniemaker vond dat je zo'n schattig partijtje met rust moest laten. Wie daar anders over dacht, was een Prinzipienreiter.
"Volslagen ten onrechte. Misschien hebben wij ons wel te weinig geroerd in deze kwestie, dat reken ik ook mezelf aan. Terwijl dat gemakkelijk had gekund." Enfin, zegt hij. Hij is 'erg blij' dat de zaak nu geregeld lijkt te zijn. "Toch zou ik mijn broeders uit die hoek van de kerk nog wel eens willen vragen: waarom hebben jullie zo krampachtig aan je standpunt vastgehouden? Was het echt nodig om pas onder druk van buitenaf deze ommezwaai te maken? Terwijl jullie wisten dat de Hoge Raad nooit anders had kunnen oordelen dan hij nu heeft gedaan?"

Zelf beriep de SGP zich op de vrijheid van godsdienst. Hoe ziet u de botsing van grondrechten?
Kijk, zegt Flinterman. Als het gaat om de 'interne organisatie' dan mogen geloofsgenootschappen het zelf weten. Dat er geen vrouwelijke bisschoppen mogen zijn in de anglicaanse kerk, dat vrouwen geen ambten bekleden bij de orthodox-protestanten, geen sacramenten bedienen in de katholieke kerk - daar bemoeit het VN-Vrouwenverdrag zich niet mee. Al vindt hij het, zegt hij, 'wel bijzonder' dat zo'n machtige, wereldomspannende organisatie als de katholieke kerk de vrouw nog steeds niet als volwaardig ziet. "Maar als we toestaan dat religieuze groeperingen vrouwen verbieden in de politieke arena te treden, dan zagen we aan de pijlers van onze nationale en internationale rechtsorde. Als comité hebben wij in onze aanbevelingen altijd benadrukt dat cultuur en tradities niet in steen gegoten zijn. En soms heeft dat tot resultaat geleid. In Koeweit hebben vrouwen nu actief én passief kiesrecht - mede dankzij onze inspanningen."

Orthodox-christelijk Nederland heeft het idee dat de vrijheid van godsdienst tegenwoordig moet wijken voor andere grondrechten.
"Die indruk heb ik totaal niet. De rechten van gelovigen worden in Nederland op geen enkele wijze beknot, laat staan geschonden.

Neem de Zondagswet die nu aangepast wordt. Zo'n wet stamt uit een periode dat het christendom nog een dominante rol speelde in de samenleving. Dat is niet meer zo. Zelf denk ik dat er veel te zeggen valt voor één rustdag in week. Maar hoe die verder wordt ingericht, dat mag iedere burger zelf weten. En dit zeg ik ook als iemand die belijdend lid is van de Protestantse Kerk in Nederland."

Kees Flinterman groeide op in een goed gereformeerd gezin in het Westland. Zijn vader was tuinder, zijn moeder huisvrouw ('Een wijs mens'). Hij was de eerste van de kinderen die mocht studeren. Anders dan zijn ouders hoopten, koos hij niet voor de theologie, noch voor de Vrije Universiteit, maar voor rechten in Leiden. Al vroeg, zegt hij, was hij geïnteresseerd geraakt in 'pogingen om in het naoorlogse Europa vrede te brengen'. "De oprichting van de Verenigde Naties en van de Europese Gemeenschap maakte op mij als jongeman diepe indruk. Het idee dat je de wereld, na die twee verwoestende oorlogen, anders kon inrichten - ik werd daar enorm door begeesterd. En ik wilde daar heel graag een rol in spelen."

De belangstelling voor de vrouwenzaak werd gewekt in de jaren zeventig, toen hij betrokken raakte bij de totstandkoming van het VN-Vrouwenverdrag. Of, zoals hij het zelf formuleert: "Sindsdien ben ik er nog meer van overtuigd dat gelijkheidsbeginselen het uitgangspunt moeten zijn voor het mensenrechtenraamwerk, en dan vooral de gelijkheid tussen man en vrouw."

In zijn huidige VN-functie houdt Flinterman zich vooral bezig met de naleving van mensenrechten in het algemeen.

Vindt u dat die er beter voorstaan dan vijfenzestig jaar geleden?
"Zonder meer!", zegt hij verbaasd. "Er is zoveel vooruitgang geboekt! We kunnen ons niet meer verschuilen achter onwetendheid. Dankzij de moderne media, maar vooral dankzij de instrumenten die ontwikkeld zijn. Dankzij het normbesef dat de afgelopen vijftig, zestig jaar is gecreëerd. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens is de standaard waaraan je het beleid van regeringen kunt toetsen.

Vóór de Tweede Wereldoorlog kon je andere staten nauwelijks aanspreken op de wijze waarop ze hun burgers behandelden - denk aan de Joden in Duitsland. De soevereiniteit was heilig. Nu hebben we het instrumentarium, we hebben de internationale mensenrechtenverdragen met hun onafhankelijke comités en toezichthouders. We hebben de Veiligheidsraad, die gelukkig in de afgelopen twintig jaar niet heeft geschroomd om in sommige landen op te treden. Zie Haïti, zie de Democratische Republiek Congo. Het is niet altijd genoeg, maar er gebeurt iets. Vandaar dat natuurlijk een land als Syrië nu zo'n probleem is. Daar stuit je op de politieke, maar ook op de humanitaire realiteit. Het is niet op voorhand duidelijk of militair ingrijpen niet veel gevaarlijker en veel riskanter is dan..."

Mensen elkáár laten afslachten?
"Nou, je kunt ook hulp bieden aan de vluchtelingenstroom, je kunt er zorg voor dragen dat in het conflictgebied zelf zoveel mogelijk humanitaire hulp wordt gegeven. Ingrijpen is niet altijd het wijste. Hoe zullen we later oordelen over het ingrijpen in Afghanistan? Wat teweeg is gebracht, is niet noodzakelijkerwijs een beter alternatief voor wat er was. Het is vanzelfsprekend altijd een heel lastige afweging."

Natuurlijk, zegt hij. "Ik weet ook wel dat het kwaad in deze wereld nooit helemaal verdwijnt. We zullen het fundamentalisme, religieus of politiek-ideologisch, nooit helemaal kunnen uitroeien. Dus moet je instrumenten creëren om het zoveel mogelijk in te dammen. Maar ik zal nooit zeggen dat je het kwaad moet laten voortwoekeren."

Want?
"Simpelweg omdat ik enorme waarde hecht aan de boodschap zoals die werd vastgelegd in het Handvest van de Verenigde Naties. Die is gebaseerd op de beroemde Four Freedoms Speech van president Roosevelt in 1941. Hij sprak over een wereld waarin ieder mens de mogelijkheid moet hebben om zijn mening vrij te uiten, om zijn godsdienst vrij te belijden, om een leven te leiden dat gevrijwaard is van gebrek, en gevrijwaard van angst. Als we die vrijheden aan onszelf toekennen, dan moeten we die ook aan anderen toekennen. Door uitzonderingen te creëren ondergraven we dat idee van een stabiele, vreedzame wereldorde."

Is de universaliteit van de mensenrechten voldoende tot de harten en de zielen van de wereldburgers doorgedrongen? Tallozen zien de Universele Verklaring als een westers speeltje.
"Mensen die dat beweren, kennen geloof ik de geschiedenis onvoldoende. De Universele Verklaring is in 1948 tot stand gebracht met medewerking van westerse, maar ook met die van vele niet-westerse staten. En landen die later lid zijn geworden van de Verenigde Naties hebben de verklaring allemaal aanvaard. Bovendien hebben ze in 1993 zonder uitzondering de zinsnede onderschreven: 'The universality of all human rights and freedoms is beyond question.' Dan kun je wel denken: meenden ze dat nou echt? Maar dat vind ik eerlijk gezegd een heel cynische houding."

Vijfenveertig moslimlanden hebben in 1990 de 'Caïro-verklaring van de mensenrechten in de islam' getekend. Daarin krijgt de sharia het laatste woord.
"Klopt, maar dat is geen bindend verdrag. En diezelfde landen hebben toch het VN-Vrouwenverdrag geratificeerd, zij het soms met vergaande voorbehouden. Dat moet je tegenover elkaar zetten. Er blijft een voortdurende spanning bestaan tussen universaliteit en diversiteit. Mijn standpunt is altijd geweest: erkenning van diversiteit zal de universaliteit van de rechten van de mens versterken."

Maar kijk naar de Arabische Lente, die een triomf leek te worden voor de mensenrechten. Nu zie je de fundamentalistische krachten loskomen. En zoals socioloog Abram de Swaan ooit schreef: 'Overal waar de religie zich in rechtzinnigheid verheft, worden om te beginnen de vrouwen vernederd.'
"Daar ben ik het volkomen mee eens. Dat geldt voor alle geloven."

Heeft u er een verklaring voor?
"Een verklaring?" De jurist valt even stil. "Dat is voor mij een verrassende vraag. Ik ben geen antropoloog of socioloog, ik stel meer vast dat het zo is: als religie fundamentalistische trekken krijgt, wordt ze een sta-in-de-weg bij de realisering van gelijke rechten. Mannen hebben natuurlijk altijd de macht gehad. En die staan ze niet zomaar af. Als je je superioriteit ook nog kunt kleuren met goddelijke ingevingen, is het helemaal mooi. Te weinig mannen met een orthodoxe geloofsopvatting zijn ervan te overtuigen dat ruimte creëren voor vrouwen een enorme verrijking voor henzelf kan betekenen. Zij denken: hoeveel autoriteit houd ik dan nog over? Terwijl hun autoriteit er alleen maar bij kan winnen."

Het verloop van de Arabische Lente stemt u niet somber?
"In het geheel niet. Ik was met de Arabische Lente net zo blij als met de val van de Muur in 1989. En ook in Oost-Europa hebben we gezien hoe lastig het is om daarna de rechten van de mens daadwerkelijk gestalte te geven. Datzelfde konden we verwachten in de Arabische staten. Je kunt nu eenmaal niet van de ene op de andere dag een democratische rechtsorde tot stand brengen. Mijn houding is altijd geweest: houd vol. En dat niet vanuit een naïef soort optimisme, maar vanuit realisme. Uiteindelijk zullen de mensenrechten wortel schieten. Dus ook het idee van de gelijkwaardigheid tussen man en vrouw."

Is dat geen droom van u en mij?
"In de acht jaar dat ik lid ben geweest van het CEDAW heb ik meer dan 120 landen voor me gehad. Wat mij altijd trof is hoeveel waarde vrouwenorganisaties uit zulke staten hechten aan die boodschap over de gelijkheid van mannen en vrouwen. Zij zien dat niet als iets wat van ver weg komt. Zij zien dat als een erkenning van hun waardigheid, als een instrument tot verandering. Zij zeggen: blijf ons helpen. De vergaderzalen van New York en Genève zijn buitengewoon ver weg voor die vrouw in dat dorpje die geslagen wordt, voor die vrouw die verkracht wordt. En toch zijn wij voor hen een steun in de rug."

Wie is Kees Flinterman?
Cornelis Flinterman (1944) studeerde rechten in Leiden en aan de University of Virginia. Hij werkte enkele jaren aan de universiteiten van Leiden en Ghana, en op het departement van buitenlandse zaken. Samen met onder meer oud-politicus Job Cohen zette hij in 1981 de rechtenfaculteit op van de Universiteit Maastricht (toen Rijksuniversiteit Limburg), waar hij vervolgens zestien jaar hoogleraar was. In 1998 ging hij naar Utrecht. Daar bekleedde hij de leerstoel mensenrechten en was hij directeur van het Studie- en Informatiecentrum Mensenrechten, tot aan zijn emeritaat in 2007. Van 2003-2011 was hij lid van het CEDAW (Committee on the Elimination of Discrimination Against Women). Sinds 1 januari 2011 heeft hij zitting in het Human Rights Committee van de Verenigde Naties. Daarnaast is hij (emeritus) hoogleraar aan de universiteiten van Maastricht en Leiden. Kees Flinterman is getrouwd, heeft twee kinderen en vier kleinkinderen.

Het VN-Vrouwenverdrag
Het 'Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen', werd op 18 december 1979 aangenomen door de Verenigde Naties en in 1991 door Nederland geratificeerd. Discriminatie is in de definitie van het verdrag: "Elke vorm van onderscheid, uitsluiting of beperking op grond van geslacht, die tot gevolg of tot doel heeft de erkenning, het genot of de uitoefening door vrouwen van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden op politiek, economisch, sociaal of cultureel gebied, op het terrein van de burgerrechten of welk ander gebied dan ook, ongeacht hun echtelijke staat, op de grondslag van gelijkheid van mannen en vrouwen aan te tasten of teniet te doen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden