Man of vrouw, dat is de vraag

Is in een barokke opera een mezzosopraan als mannelijke held te prefereren, of een countertenor? Een opname van een opera van Vinci met alleen mannelijke zangers, zet de discussie op scherp.

CD OPERA

Diego Fasolis

Vinci 'Artaserse' (Virgin Classics)

¿¿¿¿¿

Homo's vallen op sterke vrouwen en lesbo's op zwakke mannen.

Zo! Laten we maar eens een knuppel in een kippenhok gooien. Maar een cliché kan nog zo daverend zijn, een kern van waarheid zit er meestal wel in. Het is nou eenmaal een vaststaand feit dat veel nichten dwepen met de prima donna uit de opera, terwijl potten uit hun dak gaan bij het horen van de primo uomo uit vervlogen tijden. Om dit laatste even te specificeren: met de primo uomo doelen we niet op de Pavarotti's van onze tijden, maar op de castraten, die in de barokke opera seria de heldenrol zongen. Castratiepraktijken zijn allang uit den boze en de castraatzanger kreeg met de opkomst van de authentieke muziekbeweging een soort van surrogaat in de vorm van de countertenor.

Het is op de klank van die falsetterende mannen dat veel lesbiënnes verliefd worden. Vaak een wat krachteloos, maar etherisch geluid dat in een grote concertzaal of in een immens operagebouw als zwak kan overkomen. Aan loeiende en verschroeiende uithalen van diva's - waar homo's zo van houden - komen die tegenwoordige divo's niet toe, omdat ze maar met de helft van hun stem zingen, en daarmee geen kracht kunnen zetten. Castraten konden dat nu juist wel en de verhalen van hun tetterende duetten - of liever duellen - met trompetten spreken nog altijd tot de verbeelding.

Vanwege de 'zwakte' van de countertenor-stem, kiezen veel dirigenten van barokopera's tegenwoordig weer liever voor een 'sterke' mezzosopraan, die kan vlammen in de laagte. Man of vrouw in de heldenrol, dat is tegenwoordig de vraag. En hoewel er steeds meer counters komen die niet alleen op cd krachtig klinken, maar ook in een groot operahuis, hoor ik zelf toch liever een vrouw als Händels held Julius Caesar dan een man.

Met het verschijnen van een cd-opname van Leonardo Vinci's opera 'Artaserse' (Rome, 1730) krijgt deze discussie een onverwachte wending. In Rome gold lang een ban op vrouwen in het theater, en dus zongen daar castraten in travestie alle vrouwenrollen. Zo ook in 'Artaserse' en Max Emanuel Cencic, countertenor en bedenker van het project wilde kennelijk roomser dan de paus zijn en koos voor de rolbezetting van de nieuwe opname - heel authentiek - alleen maar mannen. Dus zijn de zes rollen in deze opera bezet met vijf countertenoren en één tenor. Naast Cencic en Valer Barna-Sabadus in de vrouwenrollen, zingen Philippe Jaroussky en Joeri Minenko de krijgsheren. Een unicum.

Mooist van al in deze verrassend fraaie opera is de Argentijnse countertenor Franco Fagioli, die hier de sterren Cencic en Jaroussky met gemak overtroeft. Als hij als Arbace (man) aan het slot van de eerste akte de aria 'Vo solcando un mar crudele' zingt - een aria waarover tijdgenoten als Burney en Grétry uitermate lyrisch schreven - dan verdwijnen alle eventuele bezwaren als sneeuw voor de zon. Hier past maar één conclusie: seksloos schitterend!

Hoe deze door louter counters bevolkte 'Artaserse' live in het theater zou klinken, en of een hedendaags publiek genoegen zou nemen met een als vrouw verklede man, dat is altijd nog de vraag. Dirigent Diego Fasolis, Concerto Köln en al die mannen maken er op cd in elk geval een heerlijk feestje van, met Fagioli als absolute uitschieter.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden