Man noch vrouw

De grens tussen man en vrouw is al door veel artiesten afgetast. Meestal ter provocatie. Voor de androgyne Antony Hegarty, zanger van Antony and the Johnsons, is het geen stoerdoenerij maar ultieme kwetsbaarheid.

Lange lokken zoals The Beatles? Onfris. Niks voor een gezonde jonge knul bovendien. Begin jaren zestig ziet menig ouder met lede ogen aan hoe zoonlief – agerend tegen een nieuw, vrij modebeeld – zijn korte coupe in navolging van de beatgroep laat ’woekeren’ tot over de oren.

Het veel ruigere The Rolling Stones is er pas echt op uit om de boel op te schudden. Geweldig vinden Mick Jagger en de zijnen het als ze in 1966 voor reuring zorgen met de single ’Have You Seen My Mother Baby, Standing In The Shadow?’ Op de hoes poseren de heren als opgedirkte dames. Drummer Charley Watts heeft voor het gemak zijn snor wel laten staan. In 1984 zou de in mantelpak gestoken, stofzuigende Queen-zanger Freddie Mercury hetzelfde doen in de clip van ’I Want To Break Free’.

Jagger cum suis maakt expliciet wat de groep al uitdraagt met strakke outfits en heupwiegende dansjes: wij laten ons geen grenzen aan mannelijkheid voorschrijven. Maar wat bij The Stones nog ietwat carnavalesk oogt, wordt in 1971 als serieuzere artistieke stunt herhaald door een jonge David Bowie. Neergestreken op een chaise longue, ligt Bowie er met lange blonde manen en gestoken in een zijden ’mannenjurk’ bij als een zeemeermin. In de Verenigde Staten eist platenmaatschappij Mercury een vervangende omslag voor de plaat.

De controverse bevalt Bowie. Het onzijdige alter ego Ziggy Stardust wordt zijn befaamde androgyne hoogtepunt. Dit buitenaardse karakter wordt in de jaren negentig nog eens in het extreme getrokken door de controversiële industrial rock-zanger Marilyn Manson, alias de Amerikaanse Brian Warner, die zich als een geslachtsloos en ’postmenselijk’ artiest presenteert.

Momenteel streeft de mysterieuze Brits-Amerikaanse zanger en componist Antony Hegarty op een baanbrekend ingetogen en kwetsbare wijze hetzelfde doel na: de heersende rolverdeling tussen man en vrouw pareren. Antony (1971) groeit op in verschillende Europese steden en beschouwt zichzelf naar eigen zeggen niet als man of vrouw.

„Ik heb me lang een gestoorde bezoeker gevoeld in onze maatschappij”, zei hij in een interview. „Ik had van huis uit een heel duidelijk beeld van hoe mannen en vrouwen zich moeten gedragen: een jongetje zus, een meisje zo – en niet anders. Als transgenderist (onzijdig persoon, red.) was ik verplicht om tegen de stroom in de roeien.” In zijn jeugd adoreert Antony flamboyante jaren jarentachtig-zangers als Marc Bolan en Boy George. In hun kleurrijke uitdossingen en dikke make-up herkent hij zijn eigen onbestemdheid.

De jaren tachtig zijn een bloeiperiode voor androgyne artistieke uitingen, zoals in de Japanse muzikale subcultuur Visual Kei. De huidige Duitse rockband Tokio Hotel borduurt daar weer op voort. Wie onbekend is met deze groep, kan onmogelijk vaststellen of de 21-jarige zanger Bill Kaulitz een jongen of meisje is. Een leger van tienermeisjes aanbidt hem, zoals ook Bowie en Jagger vrouwenmagneten waren.

Antony Hegarty verhuist in 1990 naar New York om te studeren. In de undergroundscene begint hij, omringd door travestieten en andere zielsverwanten, professioneel met musiceren. Hij treedt op in kleine nachtclubs met zijn theatrale groepje The Johnsons. Als hij de kans krijgt om een plaat op te nemen, waagt hij de gok. In 2000 verschijnt de cd ’Antony and the Johnsons’, wat de aftrap zal zijn voor een wereldwijde doorbraak.

Allereerst gecategoriseerd in het muzikale hokje freak folk groeit zijn populariteit binnen de alternatieve stroming rap. Antony krijgt echt erkenning wanneer Lou Reed, bekend als frontman van het legendarische The Velvet Underground, hem vraagt om mee te doen op zijn album ’The Raven’. De orkestrale inslag van de muziek bekoort ook liefhebbers van klassieke muziek.

In 2005 wint Antony de prestigieuze Mercury Prize en de laatste jaren speelt de boomlange, gezette Antony in lange gewaden en met zwarte damespruik op het hoofd voor volle zalen in vooraanstaande theaters. Het is de beloning voor zijn zwaarbevochten eigenzinnigheid. „Achteraf bekeken is dat mijn grote geluk geweest: het heeft me bloed, zweet en tranen gekost, maar nu is mijn zelfvertrouwen groter dan ooit.”

Antony’s opvatting over sekse doet denken aan die van de masculiene vrouwelijke jarenzeventig-rockster Patti Smith. „Ik beperk het idee over mijzelf niet tot een geslacht”, stelde zij. „Daar heb ik altijd tegen gevochten. (...) Ik zie mezelf niet als een vrouwelijke artiest. Je hebt het toch ook niet over Picasso als een mannelijke, blanke schilder? Hij is Picasso, hij is een kunstenaar.”

Volgens Smith zijn veel grote kunstenaars sterke persoonlijkheden, omdat zij zich niet ’beperken’ tot een geslacht. Smith vindt Marlene Dietrich (1901-1992) daar een goed voorbeeld van. Net als mode-icoon Coco Chanel (1883-1971), schilderes Frida Kahlo (1907-1954) en jarentachtig-zangeres Grace Jones stak zij zichzelf als vanzelfsprekend in herenpak. Vergelijkbaar met Michael Jackson, die in zijn laatste levensjaren graag in glitterende vrouwenjasjes met puntschouders van het Parijse modehuis Balmain rondliep.

Het bleven uitingen op persoonlijk, artistiek vlak. Voor Antony is dat niet genoeg. Hij hoopt op een maatschappelijke omwenteling: „Ik vind het fascinerend en angstaanjagend hoe ons al vanaf jonge leeftijd geleerd wordt om onszelf en alles om ons heen te identificeren met geslacht. Ik kijk erg uit naar de dag waarop alle kinderen worden aangemoedigd om op te groeien zonder over zichzelf te denken als man of vrouw. Zou dat niet verfrissend zijn?”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden