Man naar mijn hart

interview | Baudelaire, Dante, Petrarca - Peter Verstegen vertaalde tal van grote dichters. Maar het meest dierbaar is hem Shakespeare. 'Lichtvoetig, geraffineerd en vertrouwd.'

Ooit schreef poëzievertaler Peter Verstegen zelf gedichten. Twee bundels, twintig jaar geleden. "De eerste werd heel goed ontvangen." Een scheepstoeter loeit. Toeristen varen lachend in de zon voorbij. In zijn huis aan de Leidsegracht in Amsterdam zit de 75-jarige Verstegen in kleermakerszit op een leren bank, opengeslagen boeken om hem heen. In de hoek staat een met voodoonaalden doorboorde totempaal van Theo Kley. Verderop een boeddhabeeldje uit Sri Lanka, een Chinese godin, een buste van Voltaire. Onder een schilderij van Adam en Eva ligt, naast een houten miniatuurpaard uit India, een reusachtige walrustand met ingegrift zeilschip. "Een nepperd hoor!"

Na zijn geflopte tweede bundel legde Verstegen zich helemaal toe op het werk van anderen. Hij vertaalde en becommentarieerde onder meer Rilke, Baudelaire, Verlaine, Dante, Milton, Emily Dickinson - en Shakespeare. De sonnetten, Hamlet en het lange gedicht 'Venus en Adonis', dat vorige week verscheen. "Ik wilde eigenlijk alles van hem vertalen, maar uitgevers durven het niet aan. Toneelwerk, zeggen ze, wordt niet meer verkocht."

Shakespeare is hem dierbaar. "Baudelaire, die was krankzinnig. Sowieso waren al die romantici een beetje geschift. En Petrarca - prachtig, maar wel erg vroom. Nee, het liefst heb ik Shakespeare. Een man naar mijn hart. Hij was enorm gepassioneerd en had een scherp verstand. Hij liet zich geen knollen voor citroenen verkopen."

Esprit

In Shakespeare's tijd waren verstand en gevoel nog in evenwicht, legt Verstegen uit. De dichter zwolg nog niet in zijn gevoelens. Persoonlijke expressie was belangrijk, maar niet het doorslaggevende criterium. De dichter stond nog niet op een voetstuk, zoals in de Romantiek, vanaf het midden van de negentiende eeuw, toen poëzie opeens over Diepe Dingen moest gaan en de dichter een gekwelde einzelgänger werd. In het zestiende-eeuwse Engeland diende poëzie ter vermaak van de hertog of de graaf en was de dichter, net als de musicus en de acteur, een 'servant', een soort lakei.

Verstegen: "Poëzie was niet zo pretentieus. Het ging om esprit. Het was allemaal tongue in cheek, lichtvoetig en geraffineerd. Oh kijk, daar heb je Roos" - een gitzwarte poes met groene ogen springt, hup, op zijn schoot. "Haar broertje Kloof loopt hier ook nog ergens rond. Maar waar waren we?"

Als je zo lang met iemands teksten in de weer bent, raak je vertrouwd met diens persoonlijkheid, vervolgt Verstegen. Bij Shakespeare heeft hij dat heel sterk. En dan met name bij de sonnetten: "Daarin geeft hij zichzelf het meeste bloot. Ze waren waarschijnlijk nooit bedoeld om gepubliceerd te worden. Ze zijn toevallig beland bij een uitgever, die ze vervolgens wemelend van de typefouten uitgaf."

Met smaak begint Verstegen te vertellen. Over de jonge graaf van Southampton, aan wie Shakespeare zijn twee lange gedichten 'Venus and Adonis' en 'The Rape of Lucrece' opdroeg. De graaf vertikte het te trouwen met de vrouw die zijn familie voor hem had uitgekozen. Zeventien was hij toen Shakespeare, zelf begin dertig, hem leerde kennen. Shakespeare was getrouwd met een tien jaar oudere vrouw, bij wie hij drie kinderen had. "Dat was, naar het schijnt, geen gelukkig huwelijk."

De jonge graaf - "razend intelligent, bloedmooi, seksueel ambivalent" - werd Shakespeare's weldoener, zijn mecenas. En niet alleen dat. Volgens Verstegen speelde er meer: een liefdesrelatie, al dan niet platonisch, dat blijft onopgehelderd. "In ieder geval is hij de 'fair youth', de 'master-mistress of my passion' en de 'Lord of my love' uit de sonnetten. Over Southampton werd geroddeld dat hij een narcist was, omdat hij niet wilde trouwen en zijn zaad voor zichzelf hield. Ook in de sonnetten gaat het erover dat het een grof schandaal is dat de toegesproken jongen geen meisjestuin beplant."

Dat thema staat ook centraal in het lange gedicht 'Venus en Adonis', dat in dezelfde tijd ontstond. Shakespeare werd er in zijn tijd beroemder mee dan met zijn toneelstukken. "Het speciale aan dit gedicht is dat Adonis tegenstribbelt als Venus hem verleidt. 'Schoonheid is vals die aan zichzelf vergaat', zegt een gekwetste Venus en randt hem aan. Adonis vlucht. Hij sterft in de jacht. Venus spreekt dan een banvloek uit over de liefde en de lust."

De lust komt er ook in de laatste sonnetten bekaaid vanaf. Die gaan namelijk niet meer over die jonge graaf van Southampton, maar over een mysterieuze 'Dark Lady', met wie Shakespeare én die graaf een verhouding kregen. De driehoeksverhouding levert een hoop ellende op. Verstegen leest voor. "De daad is zaligheid maar laat slechts spijt..."

Hij lacht. "Shakespeare hemelt zijn hartstocht niet op, zoals een romanticus zou doen, maar komt ertegen in opstand. Hij voelde zich slachtoffer van zijn lust."

De kracht van zijn poëzie, zegt Verstegen peinzend, zit hem uiteindelijk niet in de gevoelsdiepte of de inhoud ervan, maar in het retorische vernuft. "De elegante manier waarop hij het allemaal zegt. Het is echt een geweldig plezier om hem te lezen. Nou ja, ik ben een beetje vooringenomen."

Enthousiast: "Maar neem de prachtige woordspelingen. Er is een hele beroemde in Hamlet, weliswaar een toneelstuk, maar toch. Even zoeken... Hier! Hamlet zit te flirten met Ophelia. Ze praten wat en dan vraagt hij of hij zijn hoofd in haar schoot mag leggen. Zij aarzelt. Hij zegt: 'Or do you think I meant country matters'. In die tijd werd 'country' ook wel als 'cuntry' gespeld. Dan zit er 'vagina' in. Maar hoe vertáál je zo'n dubbelzinnige grap?"

Verstegen laat een dramatische pauze vallen. "Vagijntje."

Hij gniffelt. "Mijn vertaling luidt: 'Of dacht je dat ik een vagijntje maakte'? Snap je, op het oog niks aan de hand. Geintje. Net als country een onschuldig woord. Maar dan ook: vagijntje! Oh, dat woord ken je niet? Hm. Ja, dan slaat de grap wel een beetje dood natuurlijk."

Ieder zijn vak

Het is een nederig beroep, erkent hij, poëzie vertalen. Je broedt lang op dit soort vondsten, maar steelt er de show niet mee, als de lezer al doorheeft wat er gebeurt. "Ach, ieder zijn vak. We zijn eraan gewend", zegt Verstegen.

We? In Amsterdam telt het gilde misschien een dozijn beoefenaars. Elke week treffen ze elkaar, zegt Verstegen, in café Mulliner's, aan de Lijnbaansgracht. "Dan hijsen we onszelf vol met goede wijn." Ze zijn elkaars kritische meelezers, maar met theoretische kwesties houden ze zich niet bezig. "Er is geen enkele vertaler die de vertaalwetenschap serieus neemt. Dat is alleen maar geouwehoer eromheen."

Hij aait de poes. Het geheim van de smid is om de Nederlandse tekst zo soepel en natuurlijk mogelijk te laten klinken, zegt hij. Alsof er geen Engelse versie achter schuilgaat. "Dat is het moeilijkste. Anders is er geen plezier aan te beleven. Je moet jezelf daarom veel vrijheid permitteren. Als in mijn regels bijvoorbeeld per ongeluk een mooi binnenrijm ontstaat, dan laat ik dat toch niet weg alleen maar omdat het in het origineel ontbreekt?"

Hij grijpt naar zijn Hamlet-vertaling en leest voor: "Laat niet het koningsbed van Denemarken / een nest van wellust zijn en hels incest".

Stom toeval was het, zegt hij, dat 'nest' en 'incest' hier op elkaar rijmen. Hij was er niet minder blij mee. "Je zou kunnen zeggen dat ik een poëtisch effect toevoeg aan het origineel. Maar daar heb ik een mooie oplossing voor bedacht. Ik noem het geen toevoeging, maar compensatie. Ik zeg gewoon: kijk, ik moest helaas in die en die regel een effect laten vallen. En nu heb ik dat hier gecompenseerd. Haha."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden