Man met bloedneus

Ik bezit een merkwaardige ansichtkaart. Hij is onverstuurd en ik weet niet hoe ik eraan kom. Uit de familie, denk ik. Het is een niet erg professioneel genomen zwart-wit-foto van een man in hemdsmouwen die met zijn handen omhoog voor zijn huis staat. Rondom hem blikken gnuivende kerels met petten op de camera in alsof ze een vette vis tonen. De man kijkt stuurs en enigszins angstig voor zich uit, hij heeft een bloedsnorretje. Of buitenlanders direct weten wat hier aan de hand is, betwijfel ik, maar Nederlanders snappen het onmiddellijk: hier is een NSB'er zojuist uit zijn huis gehaald en op een bloedneus getrakteerd. Het is in zijn eenvoud een onprettig tafereeltje waar ik desondanks vaak naar moet kijken. Bijltjesdag. De plaatselijke bevolking neemt wraak op Jansen die niet deugde. Aan het merkwaardige gevoel bij de foto draagt ook bij dat het een ansichtkaart betreft. Wie verstuurt er nu een ansichtkaart van een NSB'er met een bloedneus? Maar kennelijk was er in Nederland 1945 behoefte aan. Het is bij mijn weten geen familie. Echte NSB'ers liepen daar niet in rond. Mijn grootouders waren niet 'fout'; bij die uit De Bilt zat een Joodse vrouw ondergedoken, dan ben je denkelijk 'goed'. Ik herinner me haar nog wel uit het holst van mijn jeugd, mevrouw Wolf, een grijs besje met donkere kraalogen, één keer per jaar kwam ze dankbaar langs. Er was wel een neef die niet deugde, hij was op de loop voor de politie vanwege een kruimeldiefstal en tekende voor het Oostfront, waarna er nooit meer iets van hem vernomen werd. Jan Johannes Schouten heette hij, net als mijn vader en grootvader. Een zwart schaap, na een kort leven van een jaar of twintig ergens op de besneeuwde toendra's gesneuveld. Was hij fout? Oorlogsmisdadiger? Het was in elk geval een mislukkeling die uit angst voor de plaatselijke politie de verkeerde keus maakte, zoals in het gedicht van Auke Siebe Dirk, dat vanavond niet mag worden voorgedragen tijdens de Dodenherdenking. 'Vechtend tegen de Russen / Angst om zelf dood te gaan / Denkend aan thuis / Waar Dirk z'n toekomst nog beginnen moet.' Zoiets. Al willen het Cidi en het Auschwitzcomité het niet, ik denk vanavond ook aan mijn mislukte neef en de man met de bloedneus. Iedereen zijn eigen oorlog, al ligt die van mij ver voor mijn geboorte. Dat herdenking van daders en Duitsers en NSB'ers nog niet aan de nationale orde is zegt iets over de halfwaardetijd van de Tweede Wereldoorlog, nog altijd niet uit ons systeem verdwenen, al proberen we langzamerhand te doen of we alle oorlogen en alle slachtoffers herdenken. Ik vraag me af of het voorbij is als de laatste ooggetuige is gestorven, zoals sommigen beweren. Ook ik weet immers nog wie er goed en fout waren, al ben ik negen jaar na de bevrijding geboren. Maar over de verzwegen gedachten tijdens de Dodenherdenking gaat nog altijd niemand. Dus krijgen de lafbekken en sukkels vanavond ook een paar seconden van mijn twee minuten. Omdat ik nooit zeker zal weten of ik er misschien niet zelf ook één geweest zou zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden