Man bemint hond

Het relaas van een zonderlinge vijftiger tegen zijn eenogige hond - het is geen doorsnee keuze voor een eerste roman. De Ierse Sara Baume (1984) draaide er haar hand niet voor om. Twee jaar gaf ze zichzelf na haar afstuderen, dan moest er een boek liggen. Dat lukte, en hoe. Haar debuut 'Stampen stommelen slaan' is zelfs voor hondenhaters heel goed verteerbaar.

Anderhalf jaar na het overlijden van zijn bejaarde vader besluit de 57-jarige Ray ('te oud om opnieuw te beginnen, te jong om op te geven') een hond uit het asiel te halen om zijn eenzaamheid te verdrijven. Het beest is vals en mist één oog, maar dat kan het kersverse baasje niet deren. Eenoog krijgt een eigen hoekje in Rays gore keuken. Algauw zijn de twee onafscheidelijk.

Mensen mijdt Ray zoveel mogelijk, maar bij Eenoog kan hij zich blootgeven: de hele roman is één lange monoloog van baasje tot hond. Ray vertelt de viervoeter wat hij denkt, wat hij voelt, wat er te zien is in huis en op hun dagelijkse wandeltochten langs de kust (met zijn ene 'kijkgat' zou het beest weleens iets kunnen missen). In Eenoog vindt Ray zijn zielsverwant. Net zo alleen, net zo verstoten. Al zijn dromen, angsten en verlangens projecteert hij op het beest: meer en meer wordt Eenoog een deel van zichzelf, voelt hij zich 'verdierlijkt'. "Ik vind het moeilijk om me een tijd voor te stellen dat wij tegelijkertijd leefden, maar van elkaar gescheiden waren. Nu ben je net een extra ledemaat. Nu ben je mijn derde been, een been dat niet strompelt, en ik ben jouw verloren oog."

Langzaam krijgt de lezer ook meer te horen over Ray en zijn verleden: hij groeide op bij zijn vader, die hem altijd binnenhield. Nooit is hij naar school geweest. Zijn verjaardag heeft hij maar een keer gevierd. Wat Ray weet van de wereld heeft hij uit boeken en van de radio. "Ik ben niet zo iemand die dingen kan doen, had ik je dat al gezegd? Ik ga liggen en laat het leven zijn voetafdrukken op me zetten."

Aan dat rustige bestaan komt abrupt een einde als Eenoog zijn tanden zet in de nek van een hondje uit het dorp. Er zit niets anders op dan te vertrekken, weet Ray, voor de handhaver het beest laat afvoeren. Zo begint het duo aan een reis over binnenweggetjes, van dorp naar dorp, steeds verder landinwaarts, zonder duidelijk doel voor ogen. Ze slapen in de auto, leven van 'spaghettiringetjes' en vissticks. De stank van mens en hond in de kleine ruimte wordt steeds ondraaglijker. Onderweg geeft Ray zijn eenogige vriend een minutieuze beschrijving van iedere vogel, plant en koeientrog die ze tegenkomen.

Soms doet Rays verteltrant wat kriegelig aan (vooral in de passages waarin hij droomt dat hij zelf een hond is). Toch ligt de kracht van dit debuut juist in de opzet. Baume neemt rustig de tijd om haar personages vorm te geven en de plot te ontrafelen, haar stijl heeft een aangenaam ritme. Telkens laat ze gaten vallen, wekt ze suggesties. Nooit krijg je in een keer het hele verhaal te horen. Uit de woordenstroom doemt een man op die je op elk verlaten landweggetje zou kunnen tegenkomen - afstotelijk en aandoenlijk tegelijk.

De vier delen, genoemd naar de vier seizoenen die het verhaal beslaat, zijn mooi in balans en vormen het raamwerk van het hele boek. (Het is begrijpelijk, maar ook jammer dat de verwijzing naar die seizoenen uit de oorspronkelijke titel, 'Spill Simmer Falter Wither', is weggevallen in de vertaling.) 'Stommelen stampen slaan' is een bij vlagen beklemmende roman over een ongewone vriendschap tussen twee paria's. Over wat eenzaamheid met een mens doet. Baume's debuut smaakt naar meer.

Sara Baume: Stommelen stampen slaan (Spill Simmer Falter Wither). Vert. Jan Willem Reitsma.

Querido; 240 blz. euro 19,99

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden