Mama wilde naar zee

CASPAR CLAASEN MAAKT FOTO'S DIE DE VERBEELDING PRIKKELEN - OOK DIE VAN SCHRIJFSTER MAARTJE WORTEL. IN EEN NIEUWE REEKS VERTELT ZIJ ÉÉN VAN DE TALLOZE VERHALEN DIE DE FOTO IN ZICH DRAAGT.

Mijn moeder vroeg wat ik voor mijn verjaardag wilde. Dat had ze me nog nooit gevraagd. Meestal zei ik uit mezelf wat ik wilde hebben. Ik zag dingen bij anderen. Ik wilde niet altijd alles wat de anderen hadden, maar ik wist precies wat ik wilde en wanneer ik iets wilde.

"Ik weet niet wat ik wil hebben", zei ik tegen mijn moeder.

"En als je daar beter over nadenkt?" vroeg ze. Alsof ze de uitkomst van een rekensom wilde weten wanneer we samen huiswerk oefenden.

Ik haalde mijn schouders op.

"Zullen we iets leuks doen? Misschien naar zee? Een paar dagen vakantie?"

Ik was bang voor de zee, want ik kon niet zien waar het water ophield. Ik wist als ik in de zee was ook niet waar ik zelf ophield of begon; het water tilde me steeds op, ook als ik er maar tot mijn knieën in stond.

Mijn moeder werd juist rustig van water. Vaak zat ze in haar badpak vlak voor de golven met haar billen in het natte zand. Dan sloot ze haar ogen en ademde ze heel traag, zoals ze deed voor ze in slaap viel. Omdat ik mijn moeder niet wilde teleurstellen liet ik niet merken dat ik de zee niet zo leuk vond.

"Gaat papa ook mee?", vroeg ik.

"Dat weet ik niet", zei mama. "Misschien als jij het hem vraagt."

"Ja", zei ze. "Als jij het hem vraagt, voor je verjaardag, gaat hij vast mee."

Mijn moeder liet mij de laatste tijd steeds van alles aan papa vragen. Dingen die ik best wilde vragen, maar ook dingen die ik helemaal niet wilde weten. Ik snapte niet waarom ze hem zelf niets vroeg. En ook niet waarom papa niet automatisch, zoals vroeger, met ons mee op vakantie zou gaan.

Vakantie was niet iets wat je voor je verjaardag kreeg. Vakantie was vakantie.

Mijn vader vroeg of ik geen mooi speelgoed had gezien, of een nieuwe grotere fiets. Maar omdat mama met vakantie was aangekomen zei ik: "Nee, ik wil naar de zee."

Mijn vader keek verdrietig. Toch lachte hij en hij zei: "Goed, dan doen we dat."

Mijn moeder was er echt aan toe. "Ik ben er echt aan toe", zei ze. "Dus ik ga alvast vooruit. Op je verjaardag komt papa je brengen."

Ik dacht: mama heeft een verjaardagscadeau verzonnen wat ze zelf wil hebben en nu gaat ze weg zonder mij. Zonder ons.

Toen ik nog kleiner was, tilde ze mij op mijn verjaardag uit bed en dan lagen we met zijn drieën in papa-en-mama's grote bed om slagroomtaart te eten. Mijn vader had altijd slagroom in zijn snor en mijn moeder zei: "Je vader is een vies dier", en mijn vader zei: "Je moeder is zelf een vies dier", en dan likte mijn moeder de slagroom uit mijn vaders snor en dan zei ik: "Jullie zijn geen dieren, maar wel vieze mensen", en dan moesten ze lachen en omdat ik niet mee lachte, zeiden ze: "Tijd voor cadeaus", en dan haalden ze mijn cadeaus - precies alle dingen waar ik om had gevraagd - onder het bed vandaan. Nu was mijn moeder al op het eiland, aan zee, omdat ze dat liever deed dan met ons in bed liggen.

Papa zei dat dat niet waar was. "Dat mag je niet denken." Volgens hem had mijn moeder het nogal druk gehad de afgelopen tijd.

Als ik thuiskwam uit school was mama altijd thuis. Ze zat in een oude leren stoel bij het raam naar de straat te kijken, terwijl ze klassieke muziek luisterde, meestal iets met een cello. Ze zei wel vaak dat ze moe was. Eén keer zei ze: "Van het leven." En daarna: "Sorry, lieverd." Ik zei niets terug en mama zei nog een keer: "Sorry, lieverd."

Omdat ze twee keer sorry zei, wist ik dat het niet goed was wat ze had gezegd.

"Wat betekent moe van het leven?" vroeg ik later aan papa. Hij zei een paar seconden niets. Daarna zei hij dat je zo moe bent dat je heel lang kunt slapen, en diezelfde avond nog maakten hij en mama ruzie. Ze zeiden dat volwassen mensen dat soms moeten doen om elkaar te kunnen begrijpen en ik zei: "Ja."

In het weekend reden mijn vader en ik heel vroeg samen naar de boot. "Je wordt al groot, je begrijpt soms meer dan we denken. Je weet dat mama moe is, hè? Dat komt doordat ze niet zo graag meer met mij wil zijn. Ze is er met haar hoofd niet bij. Ik denk dat ik haar even moet laten, begrijp je wat ik zeg?"

"Nee", zei ik.

"Oké", zei mijn vader. "Je bent ook nog klein."

Net had hij nog gezegd dat ik groot was. Misschien had ik iets verkeerds gezegd.

"Mama wil met jou zijn."

"Goed", zei ik.

"Goed?"

Ik wilde helemaal niet alleen met haar zijn, toch hield ik mijn mond, anders zou mijn vader weer denken dat ik er niets van begreep.

"Mama is aan de andere kant van het water. We hebben het zo afgesproken dat jij..."

Hij aaide me achter mijn oor.

"Dat ik je tot hier naar de boot breng. Zij haalt je op aan de andere kant van het water. Ik zal iemand vragen met je mee te lopen. Daar is mama." Hij wees naar de zee, die nergens leek te eindigen.

"Dat wil ik niet", zei ik toen.

Ik had onthouden dat het goed was als je wist wat je wilde en wat niet. Morgen was ik jarig; als dit mijn cadeau was, wilde ik het niet hebben. Ik dacht dat we terug naar huis zouden rijden, maar mijn vader dacht niet lang na en zei: "Prima, lieverd. Je hebt gelijk, ik ga met je mee."

Op de boot deden we geen spelletjes. Papa bladerde door een krant. "Kijk jij maar vast of je mama ziet", zei hij.

Dat deed ik. Ik keek heel goed. Maar ik zag haar niet; mijn moeder was nergens te zien.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden