Mallorcaanse Joden moesten spek eten

De laatste tijd staat het Joodse verleden van het Spaanse Mallorca volop in de belangstelling. Het eiland was na de jodenvervolgingen van 1492 korte tijd een safe haven voor vluchtelingen. Die moesten zich wel bekeren. Een verre nazaat vertelt. ,,Zelfs de meester zette mij altijd apart.''

Al generaties lang oefent de familie Pomar op Mallorca het vak van edelsmid uit. ,,Je zou bijna zeggen: naar goed Joods gebruik'', zegt Nicolás Pomar Perelló. De Spaanse inquisitie kent hij alleen uit overlevering. Maar als het over discriminatie en getreiter gaat, spreekt hij uit eigen ervaring.

,,Er is gelukkig nu belangstelling voor ons verleden'', zegt hij. ,,Zelfs uit Israël komen wetenschappers en filmploegen om mijn verhaal te registreren.''

Vanuit zijn directiekantoor heeft Nicolás Pomar direct zicht op de grote kathedraal van Palma, de hoofdstad van het eiland. En op het ernaast gelegen gerechtshof, vanwaaruit de rooms-katholieke geestelijkheid eeuwenlang de regie voerde over de strijd tegen het Joodse leven op het eiland.

De winkel is sfeervol maar zwaar beveiligd. Boven zijn de ateliers waar de Pomars en hun personeel gouden en zilveren juwelen ontwerpen en vervaardigen.

Nicolás Pomar doet graag zaken, hij houdt van werken. ,,Aan geld hecht ik niet, dat typische vooroordeel tegen Joden haat ik. Hier werken drie generaties: mijn oude vader, ikzelf, mijn zoon Nicolás en mijn dochter Andrea. Wij kijken altijd naar anderen die het beter doen, we spiegelen ons nooit aan wie minder goed is.''

Nicolás Pomar is niet 'specifiek trots' op zijn Joodse wortels, zegt hij. ,,Mensen die met mij over mijn Joodse achtergrond spreken, willen dat graag horen, maar dat is niet zo.'' Wél weet hij bijna alles over de Joden op Mallorca. Sinds de massale slachtpartijen op het Spaanse vasteland, tweede helft 15de eeuw, waren Joden in Palma in een getto bijeengedreven. Wie in leven wilde blijven, moest zich bekeren tot het katholicisme. Velen deden dat, maar in het geheim bleven ze zich Joods voelen. En ze hielden binnenshuis vast aan de Joodse gebruiken.

De inquisitie controleerde voortdurend of de Joden hun geloof werkelijk vaarwel hadden gezegd. Pomar: ,,Ze gaven dan spek te eten. Wie dit onreine varkensvlees niet at, werd alsnog opgepakt en berecht in een soort 'heksenproces'. De meeste Joden aten wel van het spek, om dit later thuis weer uit te braken. Sinds die tijd heten wij hier op Mallorca chuettas - speketers.''

Hij wijst naar de kathedraal tegenover zijn zaak. ,,In de Santo Domingo hield de inquisitie op een groot bord de namen bij van alle joodse families. Pas als ze er rotsvast van overtuigd waren dat een familie vroom katholiek was geworden, werd hun naam doorgestreept. Latere restauraties brachten vijftig tot zestig doorgestreepte namen te voorschijn. Van families die nog steeds op Mallorca wonen: Pomar, Fuster, Aguilo, Cortes, Pico.''

Nicolás Pomar heeft zelf de discriminatie nog aan den lijve ondervonden. ,,Omdat we steeds onderling trouwden, bleef aan ons uiterlijk duidelijk te zien dat we van Joodse afkomst waren. Zo'n twee generaties terug was de kerk nog gefixeerd op namen. Als vroom katholiek kind begreep ik nooit waarom ik op school altijd geschopt, geslagen en gepest werd. Zelfs de meester zette mij altijd apart.''

Pas toen Nicolás Pomar vijftien jaar oud was, vertelde zijn vader hem over zijn afkomst. ,,De discriminatie schoof hij ook wel op het conto van jaloezie: veel chuettas waren edelsmid of juwelenhandelaar.''

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg de bisschop van Palma vanuit Duitsland het verzoek om een lijst op te stellen van Joodse parochianen. Nicolás Pomar roemt de verzetsdaad van de bisschop. ,,Om niet geheel onwelwillend te zijn, stuurde hij de namen van álle gelovigen van Palma. Daarmee gaf hij aan hoeveel mensen hier Joods bloed hebben. De Duitsers moesten het zelf maar uitzoeken.'' Op 11-jarige leeftijd smeedde Nicolás Pomar van messing een miniatuur messer schmitt. ,,Dat gevechtsvliegtuig was het paradepaardje van de nazi's, maar dat realiseerde ik me toen nog niet.''

Nicolás Pomar trouwde met een Duitse toeriste. Het kan verkeren. ,,Mijn dochter Andrea werd op school voor vuile nazi uitgescholden. Inmiddels is ze getrouwd met een jonkheer van het eiland. Zo'n huwelijk was in mijn jeugd nog ondenkbaar.''

In het kantoor hangt een ingelijste kerstgroet van Juan Carlos uit 1992. De familie Pomar heeft goede banden met de Spaanse koning, afstammeling van de wrede jodenvervolgers Ferdinand van Arragon en Isabella van Castilië.

Nicolàs Pomar: ,,Toen generaal Franco werd opgevolgd door Juan Carlos II, moest er een nieuwe kroon komen. Onze familie mocht het ontwerp maken. Sindsdien zijn ze op Mallorca trots op de familie Pomar. Toen was het: wij van Mallorca hebben de kroon voor de nieuwe koning geleverd.''

Begin jaren zeventig onderging Joods Mallorca een opleving, onder leiding van de jonge student Nico Aguilo. Hij nam het initiatief tot de vorming van een chuetta-gemeente in Palma, die later vrijwel integraal naar Israël emigreerde. ,,Aguilo is er, heb ik begrepen, nu een autoriteit als hoofdrabbijn. Op het eiland komen nu nog vrijwel alleen Engels- en Duitssprekende Joodse toeristen naar de diensten in de synagoge. Een geïmporteerde rabbijn moet trachten weer zieltjes te winnen.''

Zelf is de edelsmid niet meer religieus. ,,Niet katholiek en niet joods. Ik ben voor inkopen wel in Israël geweest. Maar daar voelde ik me een vlees-noch-vis Jood.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden