Malinese pop verovert Westen

Salif Keita, een van de bekendste zangers van Mali. ( FOTO MAI LUCAS)

Malinese artiesten worden steeds populairder in het Westen. De muzikanten slaan een brug tussen traditie en moderniteit.

Een nieuwe lente, een nieuw geluid. Vanaf volgende week tot eind mei spoelt een Malinese popgolf over de Europese podia. Niet alleen behoren Amadou & Mariam, Oumou Sangare, Bassekou Kouyaté, Salif Keita, Vieux Farka Touré en Rokia Traoré tot de top in eigen land. Ieder voor zich symboliseren ze een trait d’union tussen traditie en moderniteit en slaan daarmee een brug tussen Afrika en de rest van de wereld. „Malinese muziek is van hoge kwaliteit, de wereld is die nu aan het ontdekken”, zegt zangeres Oumou Sangare.

Alsof het elan van Obama is omgeslagen naar ObaMali, veroveren Malinese muzikanten het Westen en andersom. Er ontstaan nieuwe allianties die tot voor kort ondenkbaar waren. Zo toerde het blinde duo Amadou & Mariam met popgroep Coldplay door Noord-Amerika en produceerden Manu Chao en Damian Albarn hun laatste twee albums. Zangeres Rokia Traoré ging in zee met het Kronos Kwartet. En recent kreeg de 24-karaats ’Sahelsoul’ van Salif Keita op ’Remixes from Moffou’ een nieuw jasje, op maat gesneden door het puikje van de Franse dance scene.

Ook Oumou Sangare verlegt grenzen. Op haar nieuwste album ’Seya’ spelen saxofonist Pee Wee Ellis en trombonist Fred Wesley mee. Decennia lang waren ze de steun en toeverlaat van James Brown. Seya is met superlatieven overladen, en terecht. Het album klinkt funky, verschroeiend en enerverend, geschikt voor iedere dansvloer. Deze ’vorstin van het Malinese lied’ is met Salif Keita de meest bejubelde stem van Mali. Inmiddels mag ze Oprah Winfrey en Alicia Keys tot haar fans rekenen.

James Brown is voor haar geen onbekende: „Funk is van oorsprong een Afrikaans woord, stammend uit de slaventijd, die hebben het ritme ooit meegenomen. Het geluid van James Brown klonk direct vertrouwd. ’Is hij niet een Afrikaan?’ was mijn eerste gedachte. Zelfs straatkinderen herkennen vandaag dat funk ritme.”

Sangare brak in 1990 door met ’Moussoulou’ (’Vrouwen’), een cassette die met honderdduizenden verkopen voorgoed haar naam in heel West-Afrika vestigde. Te horen in iedere taxi en kroeg. Ze veroorzaakte een kleine aardverschuiving in de politiek. Als eerste zong Sangare openlijk over polygamie, gedwongen huwelijken en migratie, onderwerpen die op haar nieuwste plaat terugkeren.

Sangare: „Seya betekent ’vreugde’. Ik wil bewustwording creëren. Het nummer ’Sounsoumba’ is poëtisch bedoeld. De vrouw gesymboliseerd als een boom, geworteld, vol takken, geluk en vreugde. Daarna krijgt ze een nieuwe familie die haar niet goed behandelt. De boom gaat krimpen wegens de polygamie. Haar man neemt een tweede en derde vrouw, ze kan niet meer terug. Met dit lied wil ik onderstrepen dat ze afhankelijk wordt, en dat is slecht voor haar.”

Over migratie in ’Sukunyali’: ’Vroeger haalde Europa gastarbeiders uit Mali, die periode is voorbij. Migranten moeten juist thuis in eigen land bijdragen, niet tussen Marokko en Spanje in zee verdrinken.’

Ook in andere opzichten is Oumou Sangare een voorbeeld. Als succesvol zakenvrouw runt ze een eigen hotel in Bamako en importeert terreinwagens uit China, omgedoopt tot de ’Oumou sang’. ’Ik heb een stem die taal- en culturele barrières overstijgt en probeer vast te houden aan de traditie, maar vergeet niet om te moderniseren. Altijd blijf ik zoeken naar het evenwicht tussen twee werelden.”

De Nederlandse bluesgitarist Joep van Pelt zag de nieuwe golf met Malinese pop al eerder aankomen. Van Pelt: „Er is een gigantisch gevarieerd muziekleven, dat geworteld is in een duizend jaar oude traditie. Mali vormt het hart van het voormalige Mandinge Rijk waartoe ook Guinee, Ivoorkust, Senegal en Burkina Fasso behoorden. Muziek gaat via radio en tv de grens over, die landen blijven elkaar voeden maar ook met westerse invloeden. Het bijzondere is dat jonge muzikanten niet bij die traditie blijven stilstaan en juist moderne invloeden toelaten.”

Van Pelt reisde naar Mali om aan de Nigerrivier de bronnen van de blues te traceren, nadat hij eerder in het zuiden van de Verenigde Staten langs de Mississippi was getrokken op zoek naar de deltablues. „De oorsprong van de blues ligt niet uitsluitend in Mali maar je vindt er wel een belangrijk beginpunt.” Zo ontmoette hij in Bamako gitarist Lobi Traoré waarmee hij het album ’I You goba’ opnam, dat onlangs opnieuw op het Nederlandse label Excelsior is uitgebracht. Van Pelt: „Mali was tot niet zo lang geleden nauwelijks bekend met de Amerikaanse blues, maar al spelend ontdekte ik de gemeenschappelijke basis. De vijftoons schaal en de blue notes waren er al aanwezig, daardoor kwam die wisselwerking vanzelfsprekend tot stand.”

Ry Cooder ging hem in de jaren negentig voor door samen met Mali’s grootste gitarist Ali Farka Toure ’Talking Timbuktu’ op te nemen. Het album was goed voor een Grammy Award en voor hernieuwde interesse in de Malinese muziek. De Franse globetrotter Manu Chao produceerde met Amadou & Mariam het succesalbum ’Dimanche á Bamako’ (2005), de Britse popmuzikant Damian Albarn nam vorig jaar het stokje over op ’Welcome to Mali’.

Wat is volgens Van Pelt het geheim van het grote succes van de Malinese pop? „Nu je alles kunt downloaden en de meeste cd’s door overproductie ieder toeval missen, is er behoefte aan een authentiek geluid. Dat vind je in West-Afrika met een toegankelijkheid die nauw aansluit op de Westerse muziekbeleving. En bij Malinese musici die kunnen leunen op een duizendjarige traditie”.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden