Malinese moslims vertrouwen elkaar niet

Rebellen zijn weg uit Diabaly, maar lieten verdeeldheid achter

REPORTAGE | ILONA EVELEENS | DIABALY

De porseleinen Maria ligt aan diggelen en de houten Jezus is in drieën gebroken. Het stenen kruis, geduwd van het dak, overleefde de val en staat naast de ingang van de Heilig Hartkerk in de Malinese plaats Diabaly. Het garnizoensstadje is de eerste plaats waar Franse en Malinese troepen de radicaal-islamitische rebellen uit verjoegen. Het ligt zo'n 250 kilometer noordoostelijk van de hoofdstad Bamako en was daarmee de meest zuidelijk plek in handen van de rebellen, die nu nog het noorden van het land bezetten.

"De rebellen zijn tegen christenen. Niemand durfde in de kerk te bidden toen de islamitische extremisten hier waren", vertelt François Coulibaly, terwijl hij beteuterd rondkijkt. "Ik ben als katholiek hier geboren en getogen. Er was nooit een probleem met onze moslimbroeders."

Hij vertegenwoordigt een heel kleine minderheid van christenen in Mali (circa 1 procent). Zo'n 90 procent van de 16 miljoen Malinezen is moslim en hangt een gematigde vorm van de islam aan. Een deel van de rebellen is voor een strenge leer. Coulibaly, een jonge boer uit Diabaly, vreest hun invloed. Ogenschijnlijk keert het gewone leven weer terug in zijn stad. Gevluchte inwoners komen thuis en op de marktkraampjes ligt weer waar. Alleen de legerbasis van het Malinese leger, waar de rebellen bivakkeerden, is door Franse raketten aan flarden geschoten.

Toch is voor Coulibaly de vrede nog niet hersteld. Hij vreest vooral de sympathisanten van de rebellen in Diabaly. Hij wijst naar een moskee van lokale wahabieten, volgelingen van een fundamentalistische stroming binnen de islam. Het kleine gebedshuis is net als de rest van de gebouwen in het stadje opgetrokken uit leem en bedekt met het witte stof dat het landschap beige-grijs kleurt. Op het dak staan twee grote megafoons voor de gebedsoproep.

Aan de overkant woont imam Seida Keita op een erf waar het wemelt van de kinderen. Het handjevol christenen in Diabaly en de overgrote islamitische meerderheid bekijken Keita en zijn volgelingen met scheve blikken. De imam stampvoet bijna als hem beschuldigingen over sympathie voor de rebellen worden voorgelegd. "Allemaal leugens! De mensen zeggen dat wij de rebellen verwelkomden door een kameel te slachten. Wij zijn arme vissers die nauwelijks genoeg verdienen om alle monden te voeden, laat staan dat we een dure kameel konden kopen." Keita zegt dat de rebellen niet in zijn moskee kwamen bidden en bezweert geen enkel contact met ze gehad te hebben. "Wij zijn ook een dag de velden in gevlucht, toen ze hier schietend kwamen."

Burgemeester Oumar Diakite hoopt dat het niet tot wraaknemingen komt in zijn stadje van 15.000 inwoners. Hij ontvangt gasten vóór het gemeentehuis, want binnenin is bijna alles kort en klein geslagen door de rebellen. "We leven van de rijstteelt die mensen van heinde en verre heeft aangetrokken. Er zijn allerlei volken en culturen hier en ook fundamentalisten in ons midden. Maar fundamentalisten zijn niet altijd rebellen."

Mali heeft een rijke verscheidenheid aan volken, onder wie de Bambara, Malinke, Foelani en Toeareg. De Toeareg, een woestijnvolk dat traditioneel rondtrok met vee maar ook handelskaravanen leidt door de Sahara, heeft een hele serie opstanden uitgevoerd tegen de regering. Ze voelen zich achtergesteld bij andere Malinezen. Vorig jaar bezetten strijders van het herdersvolk een groot deel van het noorden van Mali en riepen de onafhankelijkheid uit. Ze sloten een pact met islamitische militanten die de opstand al snel kaapten.

"Die rebellen zijn geen goede moslims. Die gebruiken de islam als dekmantel voor zelfverrijking", meent Bilaly Kanoute. Hij is verbonden aan het Sheikh Mohamud Aguib Sosso fonds, een islamitische organisatie voor onderwijs en ontwikkeling. "Zij beschouwen Mali als uitvalsbasis voor smokkel en drugsvervoer door de woestijn. Criminelen zijn het!", briest hij. Het dieptepunt waarin Mali nu is beland, moet volgens hem benut worden om een betere samenleving op te bouwen. "We kunnen wel de Toeareg de schuld geven dat ze extremisten binnenhaalden, maar daar schieten we niets mee op. Geestelijk leiders moeten tolerantie preken om wraaknemingen tegen te gaan."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden