Mali: toch geen democratisch sprookjesland

Timboektoe heeft een bewogen jaar achter de rug: de Toearegs uit het noorden van Mali namen de stad in, daarna kwamen de islamisten. Beide groepen gingen zich te buiten aan plunderingen en verkrachtingen. Pas met de komst van de Fransen keerde de rust terug. Maar voor hoelang?

De stad verlaten was voor Boebacar Diallo geen optie. De gezondheid van zijn ouders stond hen niet toe zomaar te vluchten. Zijn werk voor een internationale hulporganisatie bracht speciale verantwoordelijkheden mee.

En dus was Diallo (34) afgelopen jaar in Timboektoe getuige van twee bezettingen: die van de Toearegs van de 'Nationale beweging voor de bevrijding van Azawad' (MNLA) en later die van de islamisten van 'Ansar Dine' en de 'Eenheidsbeweging voor djihad in West-Afrika' (Mujao).

De bevrijding van de stad, inmiddels zo'n drie weken geleden, maakte hij niet mee. Twee dagen voordat de Fransen de stad binnentrokken vertrok hij richting de hoofdstad Bamako. Het betrof een ruim van tevoren gepland bezoek: het huwelijk van zijn oudste broer.

Nu, een paar weken later, staat hij op de kade van de haven van Korjoemé, zo'n vijftien kilometer van Timboektoe. Diallo is opgelaten. "Ik zie er naar uit weer vrijelijk op straat met vrienden te kunnen discussiëren, zonder dat de islamisten ons uiteenjagen", zegt hij. "Tegelijk ben ik beducht voor afrekeningen, want de sociale spanningen in de stad zijn groot."

De terugreis vanuit Bamako was lang. Eerst twee dagen met de bus tot aan Mopti, vervolgens per pinasse, een gemotoriseerde kano, door tot vlakbij Timboektoe. Drie dagen zou de bootreis duren zo had de kaartjesverkoper van de haven van Mopti temidden van gedroogde vissen, zoutkristallen en papaya's hem verzekerd. Uiteindelijk werden het er vijf.

Tot twee keer toe zou de El Hadj Youssufu Salamanta op een zandbank in de rivier vastlopen. Daar stond veel tegenover: we passeerden lemen dorpjes met miniatuurversies van de grote moskee van Jenné, rieten hutjes van nomaden, vissersbootjes in bonte kleuren en een incidenteel nijlpaard.

Diallo herinnert zich de val van Timboektoe als de dag van gisteren. "Een paar dagen voordat de strijders van de MNLA de stad binnentrokken, waren alle regeringsfunctionarissen plotseling verdwenen. Het leger had wapens verstrekt aan de kleine, maar machtige Arabische gemeenschap die beloofd had Timboektoe tot de laatste snik te verdedigen. Maar die gooide het direct op een akkoordje met de Toearegs."

Door de vele aandacht voor de islamisten en hun primitieve vorm van sharia zou je haast vergeten dat daar een Toearegopstand aan voorafging. Dat was niet voor eerst: sinds de onafhankelijkheid in 1960 gebeurde dat reeds diverse malen. Meestal werd zo'n rebellie gesust via een akkoord. In ruil voor hoge posities in het leger en de ambtenarij legden de Toearegs de wapens neer. De president in Bamako kon potentiële kiezers vervolgens zeggen dat dankzij hem de crisis was bezworen.

Maar dit keer was het anders. Dankzij een toevloed van zware wapens uit de arsenalen van de gevallen Libische dictator Moammar Kadafi was het vanaf het begin een ongelijke strijd. Het Malinese regeringsleger leed nederlaag op nederlaag. Zeker toen een groep onderofficieren van het Malinese leger onder leiding van kapitein Amadoe Sanogo in Bamako een staatsgreep pleegde. Ze waren ontevreden over de wijze waarop de zittende politiek de crisis aanpakte.

Profiterend van de algehele chaos rollen de Toearegs in hun pickups het slecht uitgeruste regeringsleger in hoog tempo op. Op 5 april 2012 roept de MNLA de staat Azawad uit. Het betreft het hele Noorden van Mali, een gebied zo groot als Frankrijk. Diallo: "In Timboektoe gingen de Toearegs zó hard tekeer, dat veel bewoners aanvankelijk opgelucht adem haalden toen de islamisten kwamen. Overheidsgebouwen werden leeggehaald en in brand gestoken, winkels geplunderd, vrouwen meegenomen en verkracht."

Diallo woont nog bij zijn ouders. Hij spreekt op zachte, melodieuze toon. Uit zijn mobiele telefoon klinkt Indiase muziek, zeer populair in Mali. Hij behoort tot de Songhai, met de Peul en de Bella de belangrijkste etnische groepen in Timboektoe. De Toearegs vormen slechts een kleine minderheid van de bevolking van Noord-Mali. Daarom heeft Diallo maar weinig begrip voor het onafhankelijkheidsstreven van de MNLA. "Toearegs hebben geen enkele reden tot klagen", zegt hij. Ze hebben een superioriteitscomplex, dát is het probleem."

Vanaf de oever manen militairen van het Malinese leger het vaartuig naar de kant. Even later wankelen Diallo en zijn medepassagiers over een loopplank naar het vasteland. Identiteitspapieren wisselen van hand. De commandant fronst zijn wenkbrauwen. Niet eerder heeft hij een toebab (blanke) het traject via de rivier zien afleggen. Is dat wel verantwoord? Uiteindelijk klaren de accreditatie van het ministerie van defensie en het visitekaartje van de gouverneur van Mopti de lucht.

"Nu worden de checkpoints langs de rivier door militairen van het regerinsleger bemand", zegt Diallo wanneer we even later verder varen. "Maar tot voor kort waren dat de islamisten."

De Toearegs van de seculiere MNLA bleken niet de enigen met aanspraken op het noorden van Mali. Spoedig begonnen ook fundamentalistische moslimgroeperingen zich te roeren. De terreurorganisatie 'Al Kaida in de islamitische magreb' (AQIM) was al langer actief in de regio. Maar nu waren er plotseling ook Ansar Dine en de Mujao. Alle drie ijveren ze voor de invoering van een rigide vorm van sharia.

Terwijl politieke crises zich in de hoofdstad afwisselden, wisten de islamisten binnen enkele maanden tijd de Toearegopstand te kapen. Leden van de MNLA weken uit naar Mauretanië, Niger en Burkina Faso of sloten zich bij de islamisten aan. In stadjes als Timboektoe en Gao zouden die laatsten maandenlang een waar schrikbewind voeren. Het mobiele telefoonnetwerk werd neergehaald, auto's en bussen waagden zich niet langer op de weg.

Maar de tocht over de rivier toont aan dat het noorden het afgelopen jaar lang niet zo geïsoleerd was zoals in westerse media werd gesuggereerd. Andermaal bewees de Niger haar rol als levensader voor de regio. Precies zoals de rivier dat al was tijdens het Ghanese keizerrijk of later, toen Timboektoe vanaf de vijftiende eeuw uitgroeide tot een islamitisch kenniscentrum van ongekende omvang. Terwijl eerst de Toearegs en later de islamisten in het noorden huishielden, bleven goederen en nieuws gewoon op en neer reizen.

Diallo zelf ging afgelopen jaar meerdere keren heen weer. Meestal was dat voor zaken in de hoofdstad. Zijn hulporganisatie had haar werkterrein noodgedwongen uitgebreid, en zag nu ook toe op de distributie van voedselhulp. In Bamako regelde Diallo dat die hulp ook daadwerkelijk beschikbaar kwam.

Voorop de pinasse klinken opgewonden kreten, gevolgd door een schurend geluid. De El Hadj Youssufu Salamanta is vastgelopen op een zandbank. Tevergeefs probeert de bemanning haar met lange bamboestengels los te wrikken. De kleinere pinasse die met ons opstoomt, schiet te hulp. De kapitein, een reus met een zonnebril en een skimuts met daarop het woord 'Obama', toont zich bereid een deel van de lading over te hevelen en op de oever te parkeren.

De rest van de dag zijn bemanning én passagiers drukdoende jerrycans palmolie en zakken linzen over te laden. Een gift van het World Food Programme, bestemd voor Timboektoe. In totaal gaat de lading drie keer heen en weer. Van de El Hadj Youssufu Salamanta in de kleine pinasse, van de kleine pinasse op de oever en zodra El Hadj Youssufu Salamanta vlot is, weer terug in omgekeerde richting. Vijftien kilometer verderop zal zich een dag later hetzelfde scenario voltrekken.

"We hoopten dat de islamisten een soort van orde in de stad zouden herstellen na de barbarij van de MNLA", zegt Diallo op een avond. "Beriepen die zich immers niet op dezelfde religie als wij? Natuurlijk waren we naïef. Waarschijnlijk was de wens de vader van de gedachte. Hun visie van de islam bleek allerminst de onze. En zoals al spoedig bleek, maakten ze slechts gebruik van het geloof wanneer het ze uitkwam."

Diallo zit met enkele medepassagiers rondom een plastic schaal rijst in de kajuit. Ze kneden er met hun handen ballen van en rollen die dan via hun vingers hun mond in.

Eenmaal geïnstalleerd in Gao en Timboektoe, voerden de islamisten de sharia in, dat wil zeggen: de meest primitieve variant ervan. Wie werd betrapt op roken of alcoholgebruik kon rekenen op zweepslagen, net als degene die van seks buiten het huwelijk werd beticht. Wie van diefstal werd beschuldigd kon amputatie van een arm en/of been tegemoet zien.

Eeuwenoude mausolea werden verwoest; kostbare manuscripten in brand gestoken. Een executie heeft Diallo naar eigen zeggen niet aanschouwd. "Wel ben ik iemand in het ziekenhuis wezen opzoeken wiens arm was afgehouwen. Hij zou gestolen hebben, maar werd door de islamisten zonder enige vorm van onderzoek schuldig bevonden. De man was volkomen in shock. Ik kon er niet van slapen zo ellendig voelde ik me die nacht."

Persoonlijk heeft Diallo niet onder de bezetting geleden. Wel werden twee van zijn nichtjes op een goed moment opgepakt en in de cel gezet omdat zij hun (verplichte) hoofddoek naar de smaak van de islamisten te losjes droegen. "Hen is niets overkomen, maar we maakten ons grote zorgen. Het was bekend dat de islamisten meisjes van straat oppakten, die voor één nacht 'trouwden' en vervolgens verkrachtten." Uiteindelijk bleken de islamisten en Toearegs dus lood om oud ijzer.

Net als veel Malinezen verwelkomde Diallo de interventie van het Franse leger. Zelfs als Frankrijk achterliggende bedoelingen heeft, is dat voor hem geen probleem. "Wij hebben uranium en olie in het noorden, maar geen geld en middelen om die te ontginnen. Waarom zouden wij Franse bedrijven geen concessie geven? Daar wordt ook Mali beter van."

Tegelijk blijft Diallo, net als veel Malinezen, met allerlei vragen achter. Waarom kan een terreurorganisatie als AQIM al sinds 2003 ongehinderd in het uiterste noorden van Mali opereren? En waarom bood het regeringsleger geen noemenswaardig verzet tegen de oprukkende Toearegs? Kun je eigenlijk nog wel van een natie spreken wanneer het zuiden weigert offers te maken voor het noorden?

"Ik verafschuw Sanogo en zijn medecoupplegers", zegt Diallo, "maar de afkeer van de corrupte en incompetente politieke elite in Bamako die hen motiveerde was terecht. De staatsgreep leidde tot meer chaos, maar trok tegelijk het gordijn achter het beeld van Mali als voorbeeldige Afrikaanse democratie weg."

Dat is ook de reden waarom hij somber gestemd over de toekomst van Noord-Mali. "Wie garandeert dat de islamisten niet terugkomen wanneer de Fransen eenmaal zijn vertrokken?" Diallo's directe zorg betreft het gemeenschapsgevoel in zijn eigen stad. "Timboektoe is een mozaïek van bevolkingsgroepen. Maar de bezettingen hebben de onderlinge verhoudingen onder druk gezet. Ik stond ernaast toen de MNLA het kantoor van onze hulporganisatie plunderde. Een jonge Toeareg, afkomstig uit Timboektoe, ging er met mijn computer vandoor. Hoe kan ik die ooit nog vertrouwen?"

Een dag later tref ik Diallo in de stoffige hoofdstraat van Timboektoe. Van zijn eerdere zorgen is nu weinig te bekennen. Hij draagt een traditioneel, glimmend gewaad. Zijn gezicht straalt. Hij gaat voor door een labyrint van steegjes tot we plotseling op het plein voor de beroemde Sankorémoskee staan. Enkele duizenden bewoners van Timboektoe hebben zich hier verzameld voor een hommage aan het Franse leger. De sfeer is feestelijk: er is muziek, er wordt gedanst, meisjes hebben nadrukkelijk hun haar los. Diallo schudt links en rechts handen.

"Dit vervult me met trots", zegt hij uitkijkend over de bontgekleurde menigte. "Zo is het alsof ik de bevrijding van Timboektoe alsnog meemaak."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden