Mali is het nieuwe muziekmekka. Mede dankzij Manu Chao, die verliefd werd op Amadou & Mariam.

Eens in de zoveel tijd verschijnt er een wereldmuziekplaat die dwars door smaakgrenzen heen iedereen op slag betovert. Dat gebeurde met The Buena Vista Social Club in 1997, het overkomt vandaag het blinde Malinese duo Amadou & Mariam.

Hun cd 'Dimanche à Bamako' is nog geen jaar oud of er zijn al een half miljoen exemplaren verkocht. Grote prestatie voor een klein platenlabel dat zich geen campagnebudgetten op Madonna-formaat veroorloven kan. Dan helpen lovende persreacties variërend van 'De sprankelendste afro-pop blues ooit gebotteld' (The Observer) tot 'Wereldalbum van het jaar' (Songlines).

Ondertussen ontvingen Amadou & Mariam al de prestigieuze Victoire de la Musique, de Franse Grammy. Dinsdag krijgen ze voor hun spraakmakende album de Edison Award 2005 uitgereikt tijdens een speciaal optreden in Amsterdam. 'Dimanche à Bamako' bezit dan ook de kwaliteit van een instant-klassieker en bevestigt eens te meer de rol van Mali als het nieuwe muziekmekka. Na Ry Cooder, Damon Albarn en regisseur Martin Scorsese keerde Manu Chao terug naar de bron.

Wanneer hij in 2003 voor het eerst, scheurend door Parijs, 'Je t'aime mon amour, ma chérie' van Amadou & Mariam op de autoradio hoort is hij acuut verkocht. Chao in het muziekblad Songlines: 'Ik werd verliefd op het liedje en de melodie. Een jaar lang draaide ik hun platen de klok rond'. Pas daarna ontmoette hij het echtpaar in een Parijse studio. De onderlinge chemie werkte zo sterk dat ze er een week verbleven en direct daarop de sessies in Bamako vervolgden.

De samenwerking met Chao heeft ongetwijfeld bijgedragen aan de doorbraak van het duo. De pakkende productie herinnert aan zijn cosmopolitische album 'Clandestino' (1998). Met reisgids Chao verlaten ze op 'Dimanche à Bamako' hun woonplaats voor een muzikale trip, die subliem traditie en moderniteit in zich verenigt. Met zijn karakteristieke gitaarloopjes en samples creëert Chao één caleidoscopisch klankschap. Als luisteraar jakker je met een taxichauffeur voort ('Taxi Bamako'), die je naar een bruiloftsfeest voert ('Beaux dimaches'); die vertelt over geschiedenis ('Coulibaly'), politiek ('Camions sauvages') en ethiek ('Djanfa') in Mali. Het zijn ogenschijnlijk simpele boodschappen, maar verpakt in prachtige metaforen die het lokale een globale strekking verlenen. De toon bljft luchtig, de sfeer hypnotiserend wegens de in litanie herhaalde teksten in Bambara en Frans-patois.

Toch schuilt het surplus in de vanzelfsprekende manier waarop WestAfrikaans en westers instrumentarium tot één grote collage versmelten. Amadou Bagyoko en Mariam Doumbia brachten tenslotte een kwarteeuw muzikale ervaring in, een samenwerking die in 1980 begon op het blindeninstituut van Bamako.

Bovendien speelde Bagyoke (50) daarvoor in Les Ambassadeurs, een legendarische band waarin ook Salif Keita zong. Zijn gitaarspel klinkt bluesy met een rockinslag: 'Ik liet me inspireren door Led Zeppelin, Eric Clapton en Alvin Lee van Ten Years After', aldus Bagyoke in Songlines. 'We houden alle drie van stijlen mixen, daarom verliep onze samenwerking met Manu zo vanzelfsprekend'. Het gouden vocaal tandem had overigens vóór de ontmoeting met Chao al drie cd's uitgebracht. Ze zijn nu gecompileerd onder de titel 'The Best of Amadou & Mariam'.

'Dimanche à Bamako' is wellicht het deksel dat de doos van Pandora ontsluit. Net als Cuba enkele jaren terug als schatkamer werd herontdekt, biedt Mali een muzikale Fund Grube. Eerst was het Ry Cooder die in 1994 op 'Talking Timbuktu' met gitarist Ali Farka Touré de bronnen van de blues aanroerde.

Britpopzanger Damon Albarn vloog in 2002 na het opheffen van Blur naar Bamako. Zijn bekering resulteerde in het album 'Mali music'. Ook regisseur Martin Scorsese reisde af naar Mali voor zijn blues-documentaire reeks, die vorig jaar in première ging. Daarin verklaart Ali Farka Touré de verwantschap van de blues: 'Er bestaan geen zwarte Amerikanen, maar wel zwarten in Amerika. Ook al verloren zij hun legendes en biografieën, hun muziek is nog steeds Afrikaans'.

Concreter krijgt die blues-connectie gestalte op het album 'Mali to Memphis'. Om en om hoor je muzikanten uit de Mississippi Delta (John Lee Hooker, Muddy Waters) en het Niger-stroomgebied (Habib Koite, Boubacar Traoré). Afgezien van hun moedertaal blijken de verschillen miniem te zijn. De blues-feel is aan beide zijden identiek wegens het gebruik van een pentatonische toonschaal, ook intonatie en timing verschillen nauwelijks.

De aantrekkingskracht van Malinese muziek schuilt nog in een andere hoek. De griottraditie is er springlevend met troubadours die al zingend geboorte- en bruiloftsfeesten opluisteren. Salif Keita, behept met 24 karaats Sahel-soul op de stembanden, is een moderne variant hierop. Hij pendelt tussen Parijs en Bamako, tussen moderniteit en traditie. Net als Oumou Sangare, een zangeres afkomstig uit de Wassalou-provincie, voedingsbodem van onwaarschijnlijke zangeressen.

Oumou Sangare en haar vrouwelijke collega's steken Aretha Franklin naar de kroon. Ze moduleren van fluisterend fluweel naar massief metaal en bezitten soul tot in elke vezel. Maar bovenal, ze bezitten alle authenticiteit. Daarop viel Manu Chao toen hij Amadou & Mariam voor het eerst hoorde. En daarom is 'Dimanche à Bamako' een cruciaal album. Het is eeuwenoude traditie in een modern jasje, voor iedereen begrijpelijk, maar zonder de lokale verscheidenheid geweld aan te doen. Hoezo armoede in Afrika?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden