Malaise treft de winnaars van Sotsji hard

Van de belangrijkste wereldrecords heeft Nederland er nog maar één

De winnaars van Sotsji 2014 zijn de kwakkelaars van vandaag. Nederland was niet gewend aan de overvloedige medaillestroom waarmee het tijdens de Olympische Winterspelen werd overspoeld. Ervaring met het afhandelen van zo'n rijke erfenis schoot tekort, dat laat zich al anderhalf jaar voelen.

Nederland stond in topsportland bekend als de kampioen van de voor- en na-olympische seizoenen. In elk geval in het schaatsen, Nederlands succesvolste olympische sport, is die situatie sinds Sotsji volstrekt omgekeerd. Het is de vraag of dat blijvend is, nu de terugslag opvallend groot en langdurig is.

SchaatsStatistieken.nl meldde zondag tijdens de wereldbeker in Heerenveen in een tweet dat de 10de plaats van Michel Mulder in de B-groep van de 500 meter de slechtste prestatie was van een regerend olympisch sprintkampioen sinds de 13de plaats van Aleksandr Goloebev (eerste OS 1994) in 1997. Dat bericht staat model voor de huidige bredere malaise, het vervolg op de postolympische depressie van vorig seizoen.

Buiten de bronzen medaille van shorttrackrijder Sjinkie Knegt werden in Sotsji op de langebaan door veertien individuele en twee teamschaatsers 23 medailles gewonnen: acht gouden, zeven zilveren en acht bronzen. Twaalf van die hoofdrolspelers, onder wie vier olympische kampioenen, kamp(t)en met blessures, vormcrises, motivatie- of teamproblemen. Twee van hen, Jorien ter Mors en Carien Kleibeuker, zijn sterk op de weg terug.

Ongewoon is het niet, een terugslag na een jaar op de tenen lopen met opperste euforie als resultaat. Uitgesproken voorbeelden zijn Jochem Uytdehaage (nooit meer op hoog niveau gekomen na zijn twee verrassende olympische titels op de vijf en tien kilometer in 2002) en Mark Tuitert (idem dito na zijn goud op de 1500 meter in 2010).

In relatie tot zijn oud-ploeggenoot Michel Mulder zei Tuitert onlangs in het Algemeen Dagblad: "Er gebeurt zo veel als je olympisch kampioen wordt. Je wordt er de godganse dag aan herinnerd. Je moet jezelf resetten, opnieuw uitvinden, genadeloos kunnen analyseren. Jezelf durven en kúnnen fileren. Dat is best pijnlijk, daar is durf voor nodig. Het is de volgende uitdaging, de grootste. Weer langzaam in die cocon stappen."

Een wijs kampioen blijft na succesvolle Olympische Spelen nuchter en doet bewust een stap terug, zodat wonden helen en energiereservoirs worden bijgevuld. Ambities en commerciële belangen staan zo'n stap echter vaak in de weg. En het moeten sterke benen zijn die de weelde en druk van het kampioen zijn kunnen dragen.

Sven Kramer is al tien jaar lang ervaringsdeskundige. Om zijn eigen hooggespannen verwachtingen in te lossen, had hij voor de Winterspelen van 2010 veel te veel van zijn lichaam gevergd. Het seizoen daarop moest hij noodgedwongen missen door vermoeidheidsverschijnselen en een blessure. "Ik was na die Spelen fysiek met de grond gelijk", zei hij onlangs in Helden. "Ik heb na Vancouver drie jaar lang alle zeilen bij moeten zetten om sowieso goed terug te kunnen komen."

Wijs geworden koos hij na de olympische missie van 2014 voor een behoudender opbouw, mede door twee operaties aan zijn luchtwegen. Ook is de olympisch kampioen van de vijf kilometer en ploegenachtervolging selectiever geworden bij het kiezen van zijn wedstrijden. Zo liet hij deze maand de wereldbeker van Inzell schieten voor een extra trainingsblok. Zo nodig laat Kramer ten koste van winst soms de teugels vieren, iets wat voor 2010 ondenkbaar was geweest.

Kramer is weer op niveau. Nog groeiende zelfs, zegt hij. Net als de andere stayers Jorrit Bergsma en de vorig jaar met een terugslag kampende Carien Kleibeuker. Kramer en Bergsma konden echter niet voorkomen dat het 'Nederlandse' wereldrecord tien kilometer uit handen moest worden gegeven aan de import-Canadees Ted Jan Bloemen. Van de belangrijkste wereldrecords heeft Nederland er nog maar één: de 6.03,32 op de vijf kilometer van Sven Kramer uit 2007.

Kramer en Bergsma tekenden in de vier wereldbekers voor negen van de veertig Nederlandse podiumplaatsen tijdens de afgelopen vier wereldbekers. Acht gingen er naar de olympische nieuweling: de massastart. Voor negen andere tekenden teams op de ploegenachtervolging en teamsprint.

Van de andere medaillewinnaars was op wereldbekerniveau slechts Marit Leenstra (goud bij de ploegenachtervolging) succesvol, zij het op het derde plan. De anderen figureerden in de achterhoede of hadden zich niet gekwalificeerd. Een deel van hen moet tijdens de NK afstanden vlak na Kerstmis vrezen voor een generatiewisseling. Zij werden in 2014 groot dankzij de moordende concurrentie in Nederland. Nu kan die concurrentie hun ondergang betekenen.

Lang aan de top blijven vergt specifieke voorwaarden, zo weet Kramer uit ervaring. Herhaaldelijk zei hij bij de nieuwe generatie vaak het heilige vuur te missen. De nieuwelingen trainen domweg te weinig. De werkelijke talenten kunnen dan wegkomen op hun onbevangenheid. Al is dat doorgaan een wankele basis, goed voor een mooie uitschieter, maar niet voor gelijkmatige, hoogwaardige palmares.

"Veel sporters lukt het om een heel goede prestatie neer te zetten, maar het groepje dat dat voortdurend doet, is veel kleiner." Dat vergt volgens Kramer zeer veel concentratie, discipline, fanatisme en professionaliteit. Voorwaarden waaraan hij zelf al tien jaar voldoet, net als zijn oud-ploeggenoot Ireen Wüst.

En zelfs dat is geen garantie. Wüst, Nederlands meest gelauwerde olympiër, was afwezig bij de wereldbekers en moet het na Kerstmis allemaal opnieuw bewijzen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden