Makke getuige van eerste geluidjes van het Kerstkind

Het kerstgebeuren dat zich een kleine twee millennia geleden in Bethlehem afspeelde, trok volgens de evangelist Matteüs niet alleen bekijks van drie wijzen uit het oosten en volgens Lucas van een onbenoemd aantal herders, maar in de loop van de daaropvolgende eeuwen bleek dat er ook een bescheiden veestapel getuige van was, hoewel de evangelisten daar met geen woord over repten.

Onze antieke gipsen familiekerststal omvat in dit kader een ezel, een os, een aantal schapen, een kameel en een keeshondje. Die laatste twee zijn natuurlijk met de bezoekende wijzen en herders meegekomen, en de schapen uiteraard ook. De ezel zal het dier zijn geweest waarop de heilige familie zich verplaatste, die was dus als het ware even geparkeerd. Maar van de os mogen we wellicht aannemen dat hij al in de stal woonde op het moment dat Jozef en Maria daar hun toevlucht zochten, en dat hij dus totaal onverwacht geconfronteerd werd met een zuigeling in zijn voerbak.

De os is een geval apart. Een os is een gecastreerde stier. Het is - gezien tegen de achtergrond van de genderdiscussie - interessant dat er diverse woorden bestaan voor geslachtloze dieren; zo is een ruin een 'geholpen' hengst, een hamel een dito ram, een eunuch een ontmande man.

Stieren werden gecastreerd omdat ze daarna lekker tam zijn en nuttig gebruikt kunnen worden om karren en ploegen te trekken of om rondjes in een tredmolen te wandelen, werkzaamheden die een stier ten enenmale vertikt. Dat zijn, in modern taalgebruik, testosteronbommen. Niet te hanteren. Maar een os is zo mak als een lammetje.

Ik denk niet dat er tegenwoordig nog veel stieren in ons land worden gecastreerd, ik zou althans geen reden kunnen bedenken waarom dat zinvol zou zijn. De Nederlandse agrariërs en bosbouwers gebruiken tractoren en eventueel paarden voor het werk, zulks in tegenstelling tot hun collega's in landen als India waar de trekos nog een alledaagse verschijning is.

Het woord os komt daarentegen nog uitgebreid voor, om te beginnen in de slagerij, waar je ossestaart en ossehaas en Amsterdamse osseworst kunt kopen, vlees dat oorspronkelijk vast wel van ossen werd gemaakt maar tegenwoordig ongetwijfeld afkomstig is van ongecastreerd geslachte stiertjes of van vleeskoeien die sowieso niet ontmand kunnen worden.

De os komt in Europa ook nog voor in de vorm van toponymen, plaatsnamen die aan de os refereren. Verreweg de bekendste daarvan is Oxford, een voor ossen doorwaadbare plaats (een voorde of ford) in de plaatselijke rivier; de Duitse stad Ochsenfurt heeft dezelfde oorsprong (evenals Coevorden, maar daar is dan weer geen sprake van ossen). De naam van het Brabantse dorp Ossendrecht is vermoedelijk afkomstig van een waterloop (drecht) waar schepen door het water werden getrokken, in dit geval dus door ossen.

De os, kortom, was vanouds een nuttig dier. Kalm en goed hanteerbaar en door de afwezigheid van testosteron-producerende testikels verschoond van hitsig en agressief machogedrag, maar wel zo sterk als een stier. De ideale tractor. En samen met de ezel getuige van de eerste babygeluidjes van het Kerstkind.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden