'Maken van Japanse auto in VS slecht voor werkgelegenheid'

Van onze redactie economie AMSTERDAM - Het maken van Japanse auto's in de VS is ongunstig voor de Amerikaanse economie. Het kost meer banen dan het oplevert en is nauwelijks beter dan het simpelweg importeren van Japanse auto's.

Dat staat in een studie van het Instituut voor economische politiek in Washington. Dit instituut wordt voor een deel gesponsord door de Amerikaanse vakbonden en de studie is geschreven door Candace Howes, hoogleraar economie en voorheen adviseur van de vakbond van automobielarbeiders UAW.

Volgens het rapport zullen tegen 1995 de activiteiten van de Japanse produktievestigingen 158 000 banen hebben gekost bij de Amerikaanse concurrentie en haar beroven van zes miljard dollar aan inkomsten. De Japanse autofabrieken in de VS hebben een kostenvoorsprong op hun Amerikaanse concurrenten, omdat zij minder geld betalen voor een ziektekostenverzekering en pensioenen voor hun werknemers. Dat is mogelijk, aldus het rapport, omdat de Japanners vanaf nul kunnen beginnen en bij voorkeur jonge, niet georganiseerde werknemers uit agrarische gebieden in dienst nemen. Ook wordt erop gewezen dat Japanners zich met name in gebieden willen vestigen met een hoge werkloosheid, zodat de bereidheid om te voldoen aan hun eisen groot is. Omdat ze Amerikaanse

concurrenten van de markt verdringen en de Japanners tevens meer dan hun Amerikaanse tegenvoeters gebruikmaken van geimporteerde onderdelen, vernietigen ze per saldo meer banen dan ze uiteindelijk scheppen, is de hoofdconclusie van het rapport genoemd Japanese Auto Transplants and the U.S. Automobile Industry.

Produktievestigingen vormen, zo staat in het rapport, de tweede fase van een strategie die moet leiden tot beheersing van de markt. Het begint met massieve importen die vervolgens door produktie ter plekke worden vervangen. Daarbij wordt gebruikgemaakt van geimporteerde onderdelen en technologie, en de lagere arbeidskosten van het ongeorganiseerde personeel.

Hoge efficientie

Vanaf 1982 zijn Japanse automakers met eigen produktievestigingen neergestreken in de VS en veroverden daar met hun hoge efficientie en kwaliteit in tien jaar tijd een derde deel van de grote Amerikaanse markt. In hun kielzog namen ze een hele reeks aan toeleveranciers, banden- en staalproducenten mee, die meer dan de Amerikaanse toeleveranciers konden voldoen aan de hoge Japanse kwaliteitseisen.

Aanvankelijk verzetten de Amerikanen, zowel managers als vakbonden, zich met hand en tand tegen deze 'invasie'. De managers weigerden te geloven dat hun 'Amerikaanse' manier van produceren niet goed genoeg was om de Japanners te verslaan in de slag om de klant. De vakbond UAW op zijn beurt vreesde voor een verslechtering van arbeidsvoorwaarden in door Japanners geleide fabrieken.

Gedwongen door economische omstandigheden ging de bond echter schoorvoetend akkoord met de voorwaarden van de Japanse automakers, die in de meeste gevallen kozen voor samenwerking met de UAW. Langzamerhand zagen ze ook in dat de Japanse produktiemethoden, waarop het eclatante Aziatisch succes voornamelijk is gebaseerd, nog niet zo slecht zijn als dikwijls van bondszijde werd beweerd. Met name de zorg voor het personeel, iets dat Amerikaanse werknemers decennia lang hebben moeten ontberen, viel in goede aarde. Die koestering, gekoppeld aan een baangarantie bleek de grote aanjager van produktiviteitsverhoging.

Ten slotte gingen de Amerikaanse managers om. De Grote Drie - General Motors, Ford en Chrysler - moesten toegeven dat het de kenmerken van de slanke Japanse produktiemethoden zijn die hebben geleid tot hun slagkracht. Eerst Chrysler, dat het meest met de rug tegen de muur stond, later Ford en ten slotte ook General Motors is er langzamerhand toe overgegaan de produktie op Japanse leest te schoeien.

Kwaliteit

Philip Hutchinson, voorzitter van de Associatie van internationale automobielfabrikanten, wijst dan ook fijntjes op de hogere kwaliteit en produktiviteit door de scherpe Japanse concurrentie. “Het heeft de Grote Drie echt geholpen. Hun marktaandeel groeit weer en ze maken weer winst.”

Volgens William Duncan, directeur van de Associatie van Japanse automobielfabrikanten in de VS, is het rapport “een emotioneel politiek document, gebaseerd op achterhaalde gegevens”. De voorzitter van de Amerikaanse associatie van autofabrikanten, Andrew Card, kan het rapport wel onderschrijven. “De Japanse vestigingen in de VS hebben geen effect gehad op de banenvernietigende kracht van de Japanse handelsoverschot.”

De situatie is vandaag de dag overigens veranderd door de koersstijging van de yen met zo'n 25 procent. Dat maakt Japanse auto's in de VS een stuk duurder en heeft hun marktaandeel doen slinken van een derde tot een kwart.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden