Majakowski vindt dat je op een festival je eigen blinde vlek moet kunnen koesteren.

Het filmzaaltje in de Amsterdamse Melkweg stroomt vol met publiek. Op het programma staat een Duitse documentaire die op humoristische wijze verhaalt over het leven van frauduleuze, Duitse industriëlen: 'Did Wolff von Amerongen commit bankrupcy offences?'

door Belinda van de Graaf

Stefan Majakowski staat voor de zaal. Hij verwelkomt zijn publiek: “Deze documentaire zult u niet tegenkomen op het IDFA, en niet op de Nederlandse televisie. Geniet ervan.“

Majakowski glundert. Zes jaar geleden richtte hij het Shadow Festival op, uit onvrede met het International Documentary Festival Amsterdam, kortweg IDFA.

Majakowski: “Ik doceerde op de St. Joost - de kunstacademie in Breda - en ik had er een gewoonte van gemaakt om met mijn studenten naar het IDFA te gaan. Ik was zelf een vaste bezoeker van IDFA. Maar als ik mijn studenten wat moest aanraden, kwam ik altijd uit bij de top-10 waarin filmmakers hun lievelingsfilms programmeren. In die top-10 bleken de klassiekers terug te vinden. Uit al die andere documentaires werd ik niet wijs. Daar zaten zoveel journalistieke, reportage-achtige dingen bij, die kon ik niet speciaal aanraden. Op een gegeven moment ben ik naar IDFA gegaan, met de vraag: 'Kan ik niet wat gekke dingen programmeren?'“

IDFA had zijn eigen programmeurs, zo werd hem te verstaan gegeven. Voor Majakowski tijd om de stoute schoenen aan te trekken en tijdens IDFA een schaduwfestival te organiseren. Belangrijkste kenmerk van Majakowski's kleinere en intiemere podium werd de niet-thematische programmering. Waar IDFA elk jaar opnieuw de enorme stortvloed aan documentaires probeert in te kapselen in verschillende thema's - zoals dit jaar 'terrorisme' en 'milieu' - daar gaat het Shadow Festival puur voor de kwaliteit van de geselecteerde film.

Majakowski: “Ik hanteer de strengst mogelijke kwaliteitseisen. Maar het ingewikkelde is natuurlijk, dat er geen strikte definitie is van kwaliteit. De ene keer kan het in de originele vorm zitten, de andere keer kan het over dat interessante schemergebied tussen feit en fictie gaan. Wat ik me nooit afvraag is, of het wel een relevant onderwerp is. De films op het Shadow Festival moeten prikkelen als cinema, niet als spreekbuis voor de ellende in de wereld.“

“Wat ik waarneem, is juist een overbelichting van de ellende in de wereld“, zo vervolgt Majakowski gedreven. “De televisie doet dat 24 uur per dag, die barst echt van de werkelijkheid. Een festival is voor mij geen Big Brother in het kwadraat, maar juist een omkeermoment. Het is een plek waar je je eigen blinde vlek kunt creëren en koesteren. Als je als festival gaat meehuilen, dan voeg je alleen maar meer ruis toe.“

Daarom staat er dus zo'n prachtige korte film als 'Lamokwang' aka 'Calabash' op het programma. Geen film over Afrika als het uitgebuite continent, maar een poëtisch en ook humoristisch inkijkje in de verschillende functies van de kalebas. In een wonderlijk ritme zien we hoe de kalebas door de Congolezen wordt gebruikt als waterreservoir, als muziekinstrument, en als 'buggy'. Een moeder heeft haar kind in zo'n halve, uitgeholde kalebas op haar rug gebonden. Beschermd tegen de stekende zon en het opwaaiende stof, deint het kind met elke beweging van de moeder mee. Een schitterend tafereel.

Majakowski, iets filosofischer: “Het gaat om creativiteit, en vrije uitdrukkingsvormen. Onze taal ademt bijvoorbeeld, omdat hij niet is ingebed in moralisme. Zo mag een filmmaker - of willekeurig welke andere kunstenaar - nooit doorgeefluik worden van het politiek-correcte denken. Dat zou werkelijk het einde van alles betekenen. Een goede documentairemaker heeft dat ook niet nodig. Die kan de wereld vinden in een koekje. Of in het geval van 'Lamokwang', in een kalebas. Degene die zoiets in Nederland voor elkaar kreeg, was Johan van der Keuken. Dat was zonder meer de grootmeester onder de documentairemakers.“

Majakowski die in een plaatsje bij Minsk in Wit-Rusland werd geboren, als kind in Frankrijk en Engeland woonde, en naar de middelbare school ging in Canada en de Verenigde Staten, is nu genaturaliseerd Nederlander. De beroemde Russische dichter Wladimir Majakowski (1893-1930) is inderdaad familie. Om precies te zijn de broer van zijn opa. Dat Majakowski in zijn programma nogal wat Russische, Poolse en Duitse films heeft opgenomen, is volgens hem toeval.

De documentaire over de frauderende, Duitse industriëlen werd hem aangeraden door Olaf Moller, een gerespecteerde Duitse filmcriticus met een verbluffende filmkennis die naast vele andere programmeurs en selecteurs een plekje kreeg in de festivalcatalogus. In dat boekwerkje figureert ook een lang essay over films die de vernietiging van de Europese Joden belichten: 'Night and Fog' (1955) van Alain Resnais, 'Shoah' (1985) van Claude Lanzmann en 'Hotel Terminus' (1987) van Marcel Ophüls. En dan niet omdat Majakowski zijn programma aan dit soort films ophing, maar gewoon, omdat het een reuze interessant artikel over cinema is: 'Death and the Image'.

Dromen? Die heeft Majakowski wel. Bijvoorbeeld tijdens het festival de hele Melkweg afhuren, zodat hij 's avonds, als de bands beginnen te spelen, niet naar de nabij gelegen bioscoop De Uitkijk hoeft uit te wijken. En samen met IDFA zou hij best een fonds voor filmmakers willen oprichten. Een beetje naar voorbeeld van het Rotterdamse Hubert Bals Fonds, en dan niet alleen voor filmmakers in derdewereldlanden, maar voor filmers met talent.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden