MAIN STREET IS OVERAL IN AMERIKA

De ikonen van de Amerikaanse mythe bereiken ons dagelijks in film, op televisie en cd, in romans. Amerika is een land waar je nog echt de illusie kunt hebben dat je achtervolgd wordt. 'Ik stak over. Ik slenterde langs een lange rij huizen: Drogist. Makelaar. Modehuis. Autoonderdelen. Cafe. Sportartikelen. Makelaar. Meubelen. Apparaten. Stomerij. Kruidenier.'

Mijn vroegste zucht naar Amerika stamt uit de tijd dat ik voor het eerst bewust naar Dvoraks New World Symphony luisterde. Een seizoen lang droomde ik ervan om, bevrijd van ouders en verliefdheid, op zo'n vlakte te wonen waarover 's avonds het gezang van negers op de plantage langs kwam drijven. 'Amerika' was een toverwoord, zoals het dat nu voor mijn dochtertjes is, die denken dat het een warenhuis ver weg is, waar je kinderkleren en Barbiepoppen kunt kopen.

Maar even later bleek Amerika ernstig besmet te zijn. Met Vietnam. Je mocht er helemaal niet naar toe willen. En omdat ik althans in dat opzicht wel wilde deugen, riep ik het verlangen snel een halt toe en begon de V.S. te verachten, om de politiek, om de waardeloze cultuur, om de openbare domheid. Zelfs het verlangen naar prairies en canyons sleet. Pas nadat ik er zeven jaar geleden een jaar lang woonde, misschien aanvankelijk wel om de vijandige cultuur te leren kennen, raakte het weer aan. Sindsdien ben ik er regelmatig te vinden, op snelwegen, in motels, kleine dorpjes.

Van alle mythen is de Amerikaanse de meest hedendaagse. De ikonen van die mythe bereiken ons dagelijks; in films, op televisie, cd's, in romans. Het is een levende mythe, eentje die je kunt bezoeken om de werkelijkheid met je verwachtingen te vergelijken. Voor mijn generatie is een tocht door Amerika bij voorbeeld een lange uitzending van popsongs. Nieuwelingen in dit land zien opeens waar het allemaal vandaan komt: Randy Newmans 'Birmingham, the greatest city of Alabama', 'I was only twenty-four hours from Tulsa', van Gene Pitney, 'I got my kicks on Route 66', van de Rolling Stones. 'Sweet home, Alabama', van Lynnyrd Skynyrd, het chauvinistische antwoord van een zuidelijke band op het hatelijke 'Southern Man', waarin noorderling Neil Young de redneckmentaliteit van de zuiderlingen hekelt. Amerikanen over hun Groningen, Hondsrug, Rijksweg 12, Limburgers. En je kunt het nog horen ook, want de enig passende manier om door Amerika te rijden is met de radio aan, steeds weer nieuwe rock- en 'oldies'-zenders die je volgieten met de nieuwste en oudste produkten van de enige nog groeiende en pulserende mythe.

Maar ik ben niet zo'n liefhebber van dat soort muziek, al brengt de combinatie van reizen en rockmuziek me soms bijna tot andere inzichten. Voor mijn muziek kun je beter door Wenen of Parijs kuieren. Gelukkig is er ook nog de nodige literatuur om de Amerikaanse wegen mee op te draaien.

Mijn Amerika-gevoel is voor een groot deel doortrokkken van de voorstellingen die de bijbel voor de naoorlogse Amerikareiziger, Jack Kerouacs On the road, in mij heeft achtergelaten. 's Nachts door Pennsylvania, Ohio en Indiana rijden, met Charlie Parker en Miles Davis aan. Eindeloze tochten 'from coast to coast', onderweg een meid of een lifter oppikken, vrijen, drinken en weer verder. Waar naartoe? Nergens naartoe. De eerste vertaling in het Nederlands van 'On the road' luidde nog 'Op weg', een latere vertaler maakte er 'Onderweg' van. Terecht. Sal Paradise, Dean Moriarty en het meisje Marylou zijn niet op weg naar iets, maar voortdurend onderweg.

Zoals Niels Holgersons wonderbaarlijke reis eigenlijk een geografisch sprookje is, om de Zweedjes met hun landkaart vertrouwd te maken, zo kruipt 'On the road' over de plattegrond van Amerika, Je kunt de reizigers met je vinger volgen. De facto gebeurt er bijzonder weinig in het boek, of steeds ongeveer hetzelfde, maar alles is 'doortrokken van exquis gevaar', zoals de auteur W. C. Fields citeert. En er zijn de kosmische gevoelens van het onderwegzijn: “Voor me uit lag de grote ruige bultige massa van mijn continent Amerika; ergens ver weg aan de overkant spuwde het sombere, waanzinnige New York zijn wolken van stof en bruine walm de lucht in. Het Oosten heeft iets bruins en heiligs; California is wit als wasgoed en leeg in het hoofd - dat dacht ik toen tenminste.”

In 'On the road' lezen de reizigers voortdurend het Amerikaanse landschap waar ze doorheen rijden, en tegen het eind van boek wordt het resultaat daarvan nog eena kort en krachtig samengevat: “Dit is de wereld,” zei Dean. “Heregod!” riep hij uit op het stuurwiel slaand. “Dit is de wereld! We kunnen zo doorstomen naar Zuid-Amerika als de weg zo ver doorloopt.”

'On the road' is een boek vol opgewonden jongenskreten, melancholie die nooit lang duurt, doelloze vaart en onzekere levensdrift. Wil je er iets van begrijpen dan moet je er zelf rijden, met nooit meer dan vage afspraken in je hoofd. Heel Amerika is de bedevaartplaats van de 'onderweg'-pelgrims.

Mijn 'eigen' staat Minnesota, waar ik mijn Amerika-reizen steevast begin, staat als provinciaal te boek. Letterlijk te boek, want sinds Sinclair Lewis in 1920 de roman Main Street streef, over het saaie plaatsje Gopher Prairie, Minn., waarin een geimporteerde doktersvrouw de bekrompen bevolking vergeefs allerlei culturele activiteiten probeert op te dringen, is de Midwest een symbool voor saaie vlaktes met ingedutte nesten vol dodelijk burgermansfatsoen gebleven.

Dat klopt ook wel, alleen kun je dat soort half- of schijndode plaatsjes in heel Amerika vinden: een behoorlijke straat (Main Street) met daaromheen lukraak verspreide huizen. Wat er allemaal achter de vensters gebeurt? Een maand geleden bezocht ik met een vriend zo'n Main Street plaatsje, Austin, Nevada, waar wij een kop koffie beliefden. In de heuse saloon kwam op zeker moment heel voorzichtig, alsof hij op het punt stond doormidden te breken, een broodmagere, doorgroefde man binnen die onze aandacht beloonde met “Don't look at me, I'm drunk.” Hij is al drie dagen dronken, bekende het serveerstertje. Van verveling, wisten wij, want ook saai Amerika is overal, niet alleen in Minnesota.

Maar om een of andere reden koketteert Minnesota met het vermeende gebrek. De opvolger van Lewis' Main Street is Lake Wobegon Days van Garrisson Keillor. Ook dit keer een plaatsje van niks, vol huisbakken nieuwtjes, lullige, gezelligheidsverenigingen, de grootste tomaat ooit in het dorp gekweekt en knus religieus sektarisme. Maar Keillor is een onverhulde satiricus, wiens sonore ironische gemompel iedere zaterdagmiddag door heel Amerika is te horen in het programma 'All things considered'. Bij Sinclair Lewis was het hekelende element minder duidelijk, zodat zelfs Menno ter Braak zich vergissen kon en meende dat Lewis een volstrekt realistische versie van Amerika gaf. Alle reden dus voor de Nederlandse keurmeester om ongezien af te geven op de Amerikaanse samenleving.

Een boek als 'Lake Wobegon Days' zegt meer over de modale Amerikaanse voorkeur voor herkenbare humor dan over de plaatselijke zeden. Om verzinsels als de 'Dooiwedstrijd van de Zonen van Knut', of het 'Stralende Ster Studiebeurzenfonds van de Zonen van Knut' kun je hoogstens glimlachen. Het boek werd zonder veel succes in het Nederlands vertaald, want wie het ware gevoel wil proeven doet dat wel in het Engels. Wat heb je te zoeken in een Main Street die Hoofdstraat en een Elmstreet die Iepenstraat heet?

Maar de naam 'Wobegon' mocht blijven; volgens Keillor betekent het in het Indiaans “Daar zijn we dan” of “We hebben die hele dag in de regen op je zitten wachten”, een vriendelijke sneer in de richting van de ietwat goedkope Amerikaanse manie om zichzelf op Indiaanse etymologieen te trakteren. De Indianen zijn van alle oude volkeren die met de meeste sporen in de herendaagse cultuur. Chicago, Oklahoma, Minnesota, Sioux City, Yosemite-park, ik schat dat zeker een kwart van de Amerikaanse topografie uit een Indiaanse koker komt. Een schrale troost want de cultuur van de leveranciers verwatert intussen in reservaten en troosteloze getto's.

Boeken als 'On the road' en 'Lake Wobegon Days' zijn wel leuke maar geen betrouwbare reisgidsen, ze zijn te zeer genjecteerd met vervormende stoffen. 'On the road' met een overdosis dronkenschap en jeugdig enthousiasme, 'Lake Wobegon Days' met bezadigde scepsis. Je herkent de beschreven plekken wel maar voelt er meestal iets heel anders bij.

Een boek waarvan het 'Amerika'-gehalte mij altijd heeft gebiologeerd, is Lolita van Vladimir Nabokov, het verhaal van de pedofiele geleerde die er met zijn stiefdochtertje vandoor gaat, het voorbeeld van een nimfijn dat na Nabokovs boek voortaan de merknaam 'lolita' zal dragen. In de gelijknamige film van Stanley Kubrick, die in dit uitzonderlijke geval wel anders maar ongeveer net zo mooi als het boek is, rijdt het ongelijke liefdespaar op een zeker moment door de woestijn, terwijl Humbert Humberts zenuwachtig in het spiegeltje achterom zit te kijken naar een achtervolgende auto (de film is, prachtig, zwart-wit, dus je kunt slechts vermoeden dat die auto van Nabokov rood moet zijn).

Ik weet niet precies waar ik mijn bedevaart naar het origineel van deze tocht moet plannen. Volgens het boek moet het ergens in de staat Colorado zijn, in de buurt van het plaatsje Soda, 1001 zielen (Amerikaanse stadjes geven bij de gemeentegrens graag het precieze inwonersaantal op, iedere verandering wordt bijgehouden - een poging om het reusachtige land iets overzichtelijks te geven). Maar Kubrick zorgde ervoor dat je overal terecht kunt. De filmscene bij het benzinestation, waar de jaloerse minnaar-vader ziet dat zijn Lolita met de gevreesde achtervolger praat, is een schilderij van Hopper, dat je overal in Amerika kunt bezichtigen. Het ligt langs elke weg en er komen slechts zo nu en dan wat auto's langs. Amerika is een land waar je nog echt de illusie kunt hebben dat je achtervolgd wordt.

De geografische werkelijkheid van Lolita is moeilijk te traceren. De plaatsjes die Nabokov opgeeft, Wace, Snow, Elphinstone, Champion, Kasbeam, klinken authentieker dan ze zijn. Ze zijn al even mythisch als zijn beeld van de universele Amerikaanse dorpsstraat: “Het was 9 uur in de ochtend. De straat heette Main Street. Ik beende langs de zonnekant en staarde naar de overkant: ik toverde haar om in schoonheid, het was een van die tere jonge zomerochtenden met flitsen van glas hier en daar en een atmosfeer van aarzelen en bijna flauwvallen bij het vooruitzicht van een ondraaglijk zengende middag. Ik stak over, ik slenterde langs een lange rij huizen: Drogist, Makelaar, Modehuis, Auto-onderdelen, Cafe, Sportartikelen, Makelaar, Meubelen, Apparaten, Telegraafkantoor, Stomerij, Kruidenier.”

Verder. Van Colorado naar San Francisco. Het hoeft niet per se, maar je kunt via de hel op aarde rijden: Death Valley. En wie door Death Valley rijd,t moet eerst Hunter Thompsons Fear and loathing in Las Vegas lezen, de opvolger van 'On the Road' twintig jaar later, met nog meer hallucinogenen, nog hardere muziek en nog hogere snelheden. In Thompsons boek is de tocht door de woestijn een hilarische nachtmerrie: “Het was de klassieke bevestiging van al het goede en waarachtige en fatsoenlijke in het nationale karakter. Het was een volvette, fysieke groet aan de fantastische mogelijkheden om in dit land te leven. Maar alleen voor lui met echt lef. En daar zaten wij bomvol mee.”

Maar wij durven niet met honderdtwintig mijl door Death Valley te rijden, al lijkt er geen vertegenwoordiger van de California Highway Patrol in de buurt. Het is er snoeiheet, zo'n vijftig graden celsius; om de paar mijl staan bakken met water om verhitte auto's af te koelen. Je hebt geen dope, mescaline of lsd nodig, zoals blijkbaar Thompson wel, om je op een andere planeet te wanen. Death Valley is wit uitgeslagen van de hitte, imponerend en benauwend. Eigenlijk durf je er nauwelijks te stoppen, bang dat de auto zal smelten of iets dergelijks. Hier is geen Main Street. En als het er wel is, is het een fata morgana.

De volgende echte Main Street bereiken we een dag later, in Marin County, het stukje California boven San Francisco, waar iedere Amerikaan wil wonen. Sausalito. Hier woont wat sjiek is of er voor wil doorgaan. Dit is het land van Cyra McFaddens voormalige bestseller The Serial, of Het Feuilleton zoals het in de opnieuw niet erg succesvolle Nederlandse vertaling heette. De biotoop van de cliche-softies uit de jaren zeventig: Wauw, op zoek naar hun wortels, hoe ze moeten omgaan met overspel. “Er gaat zoiets ongelooflijk compleets van je uit” en Carol is lesbisch geworden.

Dit is, na de onbewoonde, de meer dan bewoonde wereld, waar alles een merknaam heeft, waar je Zucchini-brood koopt en aan een Espenet-secretaire schrijft. 'The Serial' is vijftien jaar na dato al enorm gedateerd, maar toch proef je op de luxueuze landtong nog dat het een paar jaar geleden de inspiratiebron voor het Amerikaanse moderne leven kon worden.

Het is, als wij er rijden, nog steeds paradijselijk weer, hier leven de Amerikanen in hun tuinen van geluk. Het geeft niet echt dat we verkeerd zijn gereden, op zoek naar Stinson Beach: “Spenser speurde systematies het strand af. 'Te gek, hee,' zei hij tegen Joan. 'Het krioelt hier praktisch van de narcs. Zie je die vogel daar, met die binnenband?' Joan graaide haar Famolares-sandalen, haar schoudertas en Kate's Bain de Soleil bij elkaar. 'Spenser', schreeuwde ze, 'wil je nou luisteren of niet? Ik bedoel, kun je niet es een keertje kommuniseren?”

Ten slotte vragen we de weg aan een stel joggende nazaten van Joan en Spenser. Nee, we moeten helemaal terug want je kunt hier niet over de heuvels naar het strand. Gewoon het centrum weer in. De straat met al die winkels, waar we ook vandaan moeten zijn gekomen. Als we er terug zijn, kijk ik op het bordje: Main Street.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden