Magnum opus van Stockhausen is al bij de première een monument geworden

Componist Karlheinz Stockhausen (1928) zat als vanouds achter de mengtafel, zaterdagmiddag in het Amsterdamse Concertgebouw. Weer een scène uit de in totaal 28 uur durende opera ’Licht’ - ’Hoch-Zeiten’ getiteld - beleefde zijn Nederlandse première onder auspiciën van de componist. En zoals altijd kon je je verbazen over de eenvoud en tegelijkertijd de complexiteit, over de inventiviteit, over de schoonheid van de klank, over de frisheid. Zowel de versie voor koor (vanaf de band de zaal ingestuurd door Stockhausen) als die voor orkest en toonband waren een feest. Muziek die, amper uit Stockhausens pen gevloeid, meteen tot monument stolde.

De componist begon zijn ongewone magnum opus zo’n 28 jaar geleden, in 1977, met ’Der Jahreslauf’. Dat deed hij op een al even ongewone manier: hij schreef een mini-compositie op één enkele pagina, met daarop het basismateriaal voor de drie personages Luzifer (de perfectionistische mensenhater), Eva (de wijze oermoeder) en Michael (de jonge durfal). Zij bevolken de zeven delen van de opera-cyclus, die de namen dragen van de dagen van de week.

Die mini-compositie noemt Stockhausen zijn ’superformule’. Vergelijk die maar met de gist waarmee je brood bakt: iedere keer scheur je er weer een stukje af van en mengt het door het nieuwe deeg, waardoor het gaat rijzen. Stockhausen deed 25 jaar lang hetzelfde met zijn formule. Hij rekte die uit tot enorme tijdsduren, voegde er materiaal aan toe, omspeelde de oorspronkelijke melodieën en hanteerde de deegroller om van die ene pagina ten slotte zeven dikke partituren te maken.

Waarschijnlijk zou de componist zelf liever de vergelijking zien met de oerknal van het heelal. In de uitdijende kosmos is immers ook al het materiaal uit de speldenknop van het begin nog aanwezig. Die kosmische vergelijking slaat ook op Stockhausens manier van componeren, die voortkomt uit de vernieuwingen van de jaren vijftig. De enkele toon is voor Stockhausen het uitgangspunt: een klein ruimteschip, waarmee hij alle kanten op kan sturen. En waarmee hij verbindingen maakt tussen de melodieën, de theatrale handeling (ook door de componist voorgeschreven) en de tijdsduren van de onderdelen. Alles hangt met alles samen in ’Licht’.

En alles expandeert met de tonen mee. Stockhausen verdeelt de musici en luidsprekers niet alleen binnen de concertzaal (zodat het publiek omgeven wordt door geluid), maar hij componeerde ook scènes waarin de musici werden verspreid over verschillende ruimtes. Met als roemruchtste voorbeeld het ’Helikopterkwartet’ uit het deel ’Sonntag’, waarin de vier leden van een strijkkwartet ieder in een helikopter boven Amsterdam hun partij speelden. In hetzelfde deel bedacht Stockhausen een scène waarin de personages als hologram worden opgevoerd. En die behalve muziek, handeling en kleuren (iedere weekdag heeft een eigen kleur, onder andere te herkennen aan de kleding van de musici) moet gaan bestaan uit geuren.

Er zijn al heel wat critici geweest die Stockhausens visioen weghoonden als het werk van een dwaas. Die lijken tegen Stockhausen te zeggen: „Doe maar gewoon”. Maar kunst moet de grenzen van de alledaagse werkelijkheid verleggen en Stockhausen is een van de weinige componisten die dat op een indrukwekkende manier doet. Zie hem maar als een nazaat van de grote systeemfilosofen als Arthur Schopenhauer. Of als erfgenaam van Richard Wagner, die met zijn ’Ring des Nibelungen’ een soortgelijke mythische wereld schiep, als spiegel van zijn eigen tijd.

Dat besef maakte de zaterdagmiddag in het Amsterdamse Concertgebouw tegelijkertijd tot een weemoedige bijeenkomst. Met de completering van de twee laatste scènes die ’Hoch-Zeiten’ heten, is het monument ’Licht’ nu namelijk af. Stockhausen legde de laatste hand al in 2002 aan deze mystieke slotverbintenis tussen de personages Eva en Michael, maar dat betekent niet dat de complete opera intussen al in zijn geheel werd uitgevoerd of dat alle delen al eens te horen waren. Hoewel de integrale opera gepland staat in 2010, in Dresden.

’Hoch-Zeiten’ is een echte afscheidsscène geworden, waarin het wemelt van verwijzingen en citaten naar eerder gecomponeerde fragmenten uit ’Licht’. Het zijn eigenlijk twee scènes, eentje voor orkest met toonband en een andere voor koor, die de componist tegelijkertijd in twee verschillende ruimtes uitgevoerd wil hebben. Maar die zaterdag na elkaar klonken: voor de pauze het orkest en band. Na de pauze klonk het koor als enige, vanaf de luidsprekers.

De spelers van de Radio Kamer Filharmonie waren in vijf groepen opgesteld op het podium. Vijf dirigenten sloegen ieder een eigen tempo en liepen op bepaalde plekken synchroon; vanaf de toonband klonken spaarzaam wat koorklanken als korte erupties. De uitgewalste ’superformule’ zorgde voor al even uitgerekte lange tonen, die wolkachtig werden omspeeld en gearticuleerd en waarin voor- en achtergrond voortdurend van plaats wisselden. Als een traag ademend, statisch organisme. Uit die bolvormige klank vormden zich duetten en trio’s tussen individuele instrumenten, in een werkelijk sublieme uitvoering.

Het vooraf opgenomen koor, hoorbaar gemaakt door vijf luidsprekers hoog boven het lege podium, zaallicht uit (ogen dicht als het aan Stockhausen lag) wekte in eerste instantie verbazing: ’Engel-Prozessionen’ uit ’Sonntag’ was in 2002 immers zo mooi uitgevoerd door het Groot Omroepkoor. Maar de luidsprekers werkten als close-up, je zat als luisteraar op de huid van het koor en je hoorde details die anders nooit zouden zijn opgevallen.

Vijf groepen die in vijf talen in een soort ’Hoch-Lied’ de liefde bezongen. „Omdat de mensheid één familie is”, aldus Stockhausen in zijn uitleg vooraf. „Wir danken Eva-Maria für unseren Jahreslauf auf dieser Erde”, zingt een alt op een gegeven moment.

Het publiek dankte de componist met een staand applaus voor zijn voltooide opera. Het betekent het einde van een tijdperk: nooit meer reikhalzend uitkijken naar een nieuw deel, de superformule uit de vorige eeuw is voor de laatste keer gerezen. De nog immer kwiek ogende Stockhausen is alweer aan een nieuweling bezig, ’Klang’, een bescheidener cyclus die de 24 uur van een dag moet gaan omvatten. Naar eigen zeggen om zijn „toegang tot de hemelpoort” voor te bereiden. Zoals hij daar zaterdag in zijn karakteristieke oranje trui na afloop op het grote lege podium het applaus stond te ontvangen, leek hij inderdaad wel een boeddha.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden