Magere oogst in strijd tegen fraude bij faillissementen

Van de negen verdachten worden er slechts drie veroordeeld tot werkstraffen

Wat een zegetocht had moeten zijn in de strijd tegen fraude met faillissementen, is gisteren bij de rechtbank Arnhem uitgelopen op een magere oogst. Slechts drie veroordelingen sprak de politierechter uit op een zogeheten themazitting met negen verdachten in zeven zaken.

Met deze zitting wilde het Openbaar Ministerie in de regio Oost-Nederland nog eens nadrukkelijk onder de aandacht brengen dat faillissementsfraude een zeer serieuze zaak is. Het economisch verkeer is gestoeld op vertrouwen. Dat wordt stevig geschaad als schuldeisers willens en weten worden benadeeld. De schade wordt landelijk geschat op tussen de 1 en 2 miljard euro per jaar. Hoe vaak gefraudeerd wordt, is moeilijk te zeggen.

Uit ouder onderzoek blijkt dat het zou gaan om tien procent van de faillissementen. Hoogleraar faillissementsfraude Tineke Hilverda denkt dat in 2011 mogelijk aan een kwart van de gevallen een kwalijke geur zat. Vorig jaar waren er volgens het CBS 12.306 faillissementen; dat zou de fraude in 2013 op 3000 dossiers brengen.

De heviger aandacht is niet alleen ingegeven door het potentieel omvangrijke schadebedrag, maar ook is de pakkans praktisch nul en is er dus nauwelijks sprake van een bescherming van het vertrouwen. Vandaar dat minister Ivo Opstelten van veiligheid en justitie een offensief is begonnen.

Volgens curator Frank Feenstra, tevens oud-officier van justitie, zijn er meerdere oorzaken aan te wijzen voor de geringe pakkans. Als curator moet je oog hebben voor de belangen van schuldeisers; elke euro die uit de boedel wordt besteed aan iets anders dan een verdeling onder die eisers is er een te veel. De kleine faillissementsfraude wordt weleens eenvoudige fraude genoemd. Dat is volgens Feenstra niet juist. Het onderkennen van de fraude vereist specieke kennis bij het rechercheren en die is lang niet overal aanwezig. Overal worden nu groepjes politiemensen opgeleid. En elk arrondissement krijgt twee fraudecuratoren die bij het aangifteproces assisteren. De keten, van curator tot OM, moet het probleem oplossen.

Dat deze fraudevorm lastig te bestrijden is, bleek gisteren. Twee failliete ondernemers werden vrijgesproken. Zij toonden zich vooral onkundig als het ging om de administratie. Maar volgens de politierechter hadden zij de schuldeisers niet opzettelijk benadeeld en wat er aan administratie was hadden zij bij de curator ingeleverd.

Een Turkse verdachte, ook verdacht van het voeren van een gebrekkige administratie, mag nog een keer terugkomen omdat er geen tolk voor hem was geregeld. In de zaak tegen twee andere verdachten werd geconcludeerd dat de zaak toch echt iets te gecompliceerd was. En dus volgde een verwijzing voor de berechting van dit misdrijf naar de meervoudige kamer.

Eén verdachte die geen trek had te wachten op zijn beurt werd bij afwezigheid veroordeeld tot veertig uur werkstraf. Twee andere verdachten werden veroordeeld tot zestig uur werkstraf. Ook bleek een dossier niet rijp voor berechting. Die zaak werd aangehouden.

Juridisch getouwtrek

Barend H. (48) stond na bijna een uur weer buiten. Twintig uur werkstraf had de officier van justitie bij de rechtbank Arnhem tegen hem geëist. Ja, die vrijspraak had hij begrepen, maar het juridische getouwtrek tussen het Openbaar Ministerie en de politierechter over de uitleg van een wetsartikel niet. Hij zou zijn schuldeisers hebben benadeeld door een gebrekkige boekhouding en hij werd er ook van beticht dat hij zijn spullen niet allemaal bij de curator had ingeleverd. Alles had hij overgedragen. Ooit had hij een bedrijf dat handelde in trailers voor vee. Toen het MKZ uitbrak, kwam dat stil te liggen. Had hij maar nooit de opdracht voor de bouw van een hal gegeven. Dan had hij die 1,8 miljoen euro schuld nooit opgebouwd. Daar had hij graag met de rechter over willen praten.

Schuldeisers de klos

De Rabobank had wat vreemde transacties gezien en wist dat K. de P. omdat hij failliet was geen transacties meer mocht uitvoeren. De levensverzekering van De P. was uitbetaald. Hij liet het geld, 41.000 euro, overmaken op de rekening die hij samen met zijn moeder beheerde. En nam het geld contant op van die rekening. Voor zijn bevriende zakenrelatie autohandelaar Van D. haalde hij van het geld 15.000 euro af. Dat was geld dat de laatste nog van hem te goed had. Het zou een lening zijn geweest. Dat verhaal werd niet geloofd door het OM noch de rechter. Benadeling van schuldeisers door geld te onttrekken aan de boedel, vond de rechter. En omdat de autohandelaar van het faillissement op de hoogte was, kreeg hij dezelfde straf als De P.: een werkstraf van zestig uur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden