Magere Hein draai je geen loer

Mensen die geloven in vooruitgang, hebben ook de neiging te dromen van onsterfelijkheid. Filosoof John Gray rekent met die utopie hardhandig af. Hij houdt een vurig pleidooi voor het accepeteren van de dood.

Charles Darwin heeft voor zover bekend één keer een spiritistische seance bijgewoond. Hij vond het een 'broeierige en vermoeiende' vertoning en was niet onder de indruk van wat hij gehoord en gezien had. Twee weken later brachten zijn zoon George en zijn naaste medewerker T.H. Huxlley verslag uit van een andere seance. Darwin was er nu helemaal van overtuigd dat het 'een grote zwendel' was en schijnt er verder nooit meer een woord over vuil te hebben gemaakt.

Toch waren het niet alleen de gebruikelijke charlatans en hun goedgelovige slachtoffers die contact probeerden te leggen met gene zijde van het graf. In Londen had een aantal intellectuelen een Society voor Psychical Research (SPR) opgericht die 'wetenschappelijk' het bestaan van een leven na de dood wilden onderzoeken. De leden en sympathisanten behoorden tot de peilers van het Victoriaanse establishment. Filosofen, politici , onder wie de premiers Balfour en Gladstone, schrijvers en wetenschappers vonden het, in tegenstelling tot Darwin, allemaal een respectabel onderzoeksterrein.

In zijn nieuwste boek het 'Het Onsterfelijkheidscomité', beschrijft en analyseert de Britse filosoof John Gray vele, soms hilarische pogingen om Magere Hein een loer te draaien. Hoe lachwekkend dat soms ook lijkt, het is Gray wel ernst: hij ziet de pogingen de dood te overwinnen als uiting van het vooruitgangsgeloof dat bij hem consequent op scepsis stuit. In eerdere boeken rekende hij al af met utopieën als de vrije markt ('Valse dageraad'), politieke heilsleren ('Zwarte mis') en de menselijke vooruitgang ('Strohonden').

De leden van de Society stonden niet alleen in hun poging het eeuwig leven op het spoor te komen. Een kleine halve eeuw later werkte een clubje Russische communisten - luisterend naar de voor een atheïstische beweging opmerkelijke naam de Godbouwers - aan een soortgelijk experiment.

Daarmee houden de overeenkomsten trouwens op. Wat de Britten deden ging, hoe serieus ze het ook namen, uiteindelijk nooit verder dan onschuldige, excentrieke Spielerei. De Godbouwers waren volgens Gray medeverantwoordelijk voor de ongekende terreur die de Bolsjewieken na de revolutie van 1917 ontketenden.

Hij zal het niet graag gehoord hebben, maar Darwin had volgens Gray indirect de aanzet gegeven tot de pogingen het hiernamaals te exploreren. In 1859 was zijn magnum opus 'De oorsprong van soorten' verschenen. De daarin ontvouwde evolutietheorie zette de toenmalige, nog door religie beheerste wereld volledig op zijn kop. De belangrijkste en voor veel tijdgenoten angstaanjagendste consequentie van Darwins leer was dat de mens niet meer is dan een dier. Hij neemt geen unieke positie in de kosmos in. Hij is net zo sterfelijk als een insect en net zo gedoemd om op den duur te verdwijnen. En wie de laatste adem heeft uitgeblazen, gaat niet, zoals dominee of meneer pastoor beloofde, naar een hemel om als ziel of geest verder te leven. Dood is dood en al het andere is obscurantistische hocus-pocus.

Tegen dat perspectief kwamen veel mensen in opstand, denkt Gray. Hij beschrijft hoe de SPR-leden door wat zij het automatisch schrift noemden, probeerden te doorgronden of er leven was na de dood: de teksten van gene zijde werden door een medium genoteerd, Daarbij ging het niet alleen om het troostende effect. De filosoof Henry Sidgwick vreesde bijvoorbeeld dat zonder een hiernamaals ethiek en moraal hun grondslag zouden verliezen. Overigens waren niet alle motieven zo verheven. Onder het mom van wetenschappelijk onderzoek werd ook regelmatig geïnformeerd naar het wel en wee van een gestorven geliefde.

Soms leidde dat tot heel bizarre plannen. Gray schrijft over een geheim voornemen, ingefluisterd vanuit het hiernamaals, om een kind-messias te verwekken. Dat kind kwam er inderdaad, ging zoals het in die kringen betaamde naar de elitaire kostschool Eton en de universiteit van Cambridge en werkte tijdens WO II voor de Britse geheime dienst. Het bleek niet de heilbrenger waarop men had gerekend.

Dat is waarschijnlijk het spectaculairste van de vele voorbeelden waarin occult denken het royaal won van de wetenschappelijke visie. Maar de communistische Godbouwers, voor wie het mensdom de nieuwe God zou worden, lieten zich door wetenschappelijke bevindingen evenmin ontmoedigen. Toen de grondlegger van het bewind, Lenin, in 1924 stierf, besloten zijn verweesde kameraden hem te balsemen. Ze wilden niet alleen een icoon van hem maken dat de 'werkende massa's op hun bedevaart naar zijn mausoleum konden aanschouwen'. Zodra dat technisch mogelijk was, moest hij tot leven worden gewekt om zijn volgelingen weer in den lijve te inspireren. Het comité dat hiermee belast werd, kreeg de naam Onsterfelijkheidscomité, waaraan Gray de titel van zijn boek ontleende. Het conserveren van de dode leider bleek echter een moeizame onderneming. Lenin moest zo vaak opgelapt worden dat hij nu voornamelijk uit was bestaat.

Gray heeft gelijk: het scheppen van een 'nieuwe mens' was een van de centrale doelstellingen van het communisme. Daartoe moest de oude mens verdwijnen. Maar zijn suggestie dat de miljoenen slachtoffers verslindende communistische terreur iets te maken had met de doodmijdende ideeën van een groepje zonderlingen is te vergezocht. Met zulke ideeën zal een cynicus als Stalin, Lenins opvolger, zich niet intensief hebben beziggegehouden. Hij had het veel te druk met het uitroeien van de oude mens - en wie dat was besliste alleen Stalin.

In zijn slothoofdstuk houdt Gray een expliciet pleidooi voor het accepteren van de dood. De pogingen die te overwinnen ziet hij als een tot mislukken gedoemde utopie; het ontmaskeren ervan kan veel ellende voorkomen. Het zou me niet verbazen als 'Het Onsterfelijkheidscomité' niet het laatste boek is in Grays anti-utopische reeks.

Wie is John Gray

John Gray (1948) is emeritus hoogleraar Europese ideeëngeschiedenis aan de London School of Economics. Hij geldt als een van de belangrijkste filosofen van deze tijd. Zijn boeken werden in vele talen vertaald. Zijn 'Strohonden' was in 2002 in Engeland voor veel recensenten het boek van het jaar. Gray is pessimistisch over de mogelijke verandering van menselijk gedrag en voorspelt dat deze eeuw geteisterd zal worden door oorlogen vanwege toenemende schaarste van natuurlijke bronnen.

John Gray: Het Onsterfelijkheidscomité. Vert. Rogier van Kappel, Ruud van de Plassche e.a.Ambo, Amsterdam. ISBN 9789026323881; 235 blz. € 24,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden